Nieuws

Ben jij gastvrij? Toon het!

Ook in 2017 gaan wij op zoek naar gastvrijheid in Vlaanderen en Brussel. Onder de noemer ‘Gastvrije Gemeente’ moedigen we scholen, verenigingen, culturele centra, vrijwilligers, gemeenten, bedrijven … aan om iets gastvrij te doen voor asielzoekers en vluchtelingen.

Doe jij al iets gastvrij? Dien dan jouw gastvrij initiatief in op www.gastvrijegemeente.be
daar vind je ook ideeën, tips, promotiemateriaal, blogpost en nog veel meer om jouw initiatief in the picture te zetten. Want gastvrijheid, dat mag gezien worden.

Hoe de campagne delen?

—    verspreid ons campagnefilmpje via sociale media

—    hang ons raambordje voor je raam. Bestel het hier.  

—    draag onze pin ‘ik ben gastvrij en jij?’ Bestel ze hier.

—    pimp je facebookprofiel met onze gastvrije banners. Download ze hier.

—    deel je eigen initiatief via sociale media en gebruik daarbij de hashtag #gastvrijegemeente

Tien jaar opvangwet

De opvangwet bestaat tien jaar. Ze bepaalt wie recht heeft op opvang en welke rechten en plichten asielzoekers hebben. Kwalitatieve opvang en begeleiding zijn essentieel voor het welzijn van asielzoekers en voor een correcte en vlotte asielprocedure. De ervaring en indrukken die asielzoekers tijdens de periode in de opvang opdoen hebben een belangrijke impact op hun toekomst in België of in hun land van herkomst. Sinds de invoering van de opvangwet is de kwaliteit van de opvang zichtbaar verbeterd. Er werd in de afgelopen tien jaar veel expertise opgebouwd waardoor België het in vergelijking met andere Europese landen zeer goed doet. Toch kunnen we niet blind blijven voor de minder goede zaken binnen de opvang.

De tiende verjaardag van de opvangwet is een goede gelegenheid om stil te staan bij de positieve elementen in de opvang, maar ook bij de tekortkomingen. Een groot probleem is de enorme variatie in kwaliteit van infrastructuur en begeleiding tussen de verschillende opvangstructuren. Deze verschillen zorgen voor onduidelijkheden en frustraties bij bewoners en leiden tot stress en minder welzijn.

De grote verschillen kunnen we deels verklaren door het gebrek aan duidelijke transparante normen waaraan opvangstructuren moeten voldoen. De opvangwet heeft dit wel voorzien, maar het nodige uitvoeringsbesluit werd in de laatste tien jaar nooit uitgewerkt. Er bestaan ook geen duidelijke regels rond de controle van deze structuren. Deze regels moesten eveneens in het uitvoeringsbesluit worden uitgewerkt. Vandaag is het dus helemaal niet duidelijk volgens welke criteria en met welke gevolgen, Fedasil, de opvangstructuren evalueert.

Naast deze verschillende onuitgewerkte uitvoeringsbesluiten, worden enkele rechten die voorzien zijn in de opvangwet op zeer verschillende manieren of helemaal niet geïmplementeerd. De opvangwet voorziet bijvoorbeeld dat elke asielzoeker beroep kan doen op een maatschappelijk werker voor individuele en permanente begeleiding. In de praktijk zien we dat de kwaliteit, de frequentie en de taken van de begeleider enorm verschillen tussen de opvangstructuren. Hier zijn verschillende verklaringen voor onder andere een gebrek aan een duidelijke takenpakket en gemeenschappelijk opleiding voor begeleiders en te hoge werkdruk.

Een ander voorbeeld is de toegang tot psychologische verzorging. Dit is verzekerd in de wet, maar in de praktijk niet altijd mogelijk. Een gebrek aan psychologen en gespecialiseerde instellingen en verschillende financieringsmechanismes tussen de verschillende structuren zijn enkele oorzaken. Ook toegang tot tolken blijft vaak enkel wet. Hier spelen wederom het aanbod van tolken en discussies over bevoegdheden een rol.

De opvangwet voorziet ook dat asielzoekers na zes maanden in collectieve centra een aanvraag indienen om de verhuizen naar individuele opvang. ECRE (de koepel van Europese vluchtelingenorganisaties), de Commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa en de Federale ombudsman bevestigen allemaal dat een te lang verblijf in collectieve centra negatieve gevolgen heeft voor het psychologisch welzijn. Dit recht is met andere woorden zeer belangrijk. In de praktijk wordt de mogelijkheid tot transfer niet toegepast waardoor asielzoekers soms langer dan een jaar in collectieve centra moeten verblijven met negatieve gevolgen voor hun welzijn van dien.

Kwalitatieve opvang in België moet verdedigd worden. Er is nog heel wat ruimte voor verbetering. De tiende verjaardag van de opvangwet is een ideaal moment om hierbij stil te staan en nieuwe ambitieuze doelstellingen te formuleren voor de toekomst. Kwalitatieve opvang en begeleiding komen niet enkel de asielzoekers, maar de hele samenleving ten goede en moeten daarom bewaakt worden.

Middenveld vecht inperking juridische bijstand aan voor Grondwettelijk Hof

Deze ochtend hebben een twintigtal organisaties uit het brede middenveld (organisaties die werken rond mensenrechten,  jeugdrecht, vreemdelingenrecht, tegen armoede en discriminatie…)* een beroep ingediend bij het Grondwettelijk Hof tegen de wet van 6 juli 2016  over de hervorming van de juridische bijstand.
 
Juridische bijstand garandeert aan mensen zonder voldoende middelen het recht op een pro Deo advocaat, die betaald wordt door de Belgische Staat. De organisaties die naar het Grondwettelijk Hof stappen, werken veelal met mensen die normaal recht hebben op juridische bijstand. Zij stellen vast dat hun doelgroepen meer moeilijkheden ondervinden om een pro Deo advocaat te bekomen.
 
De nieuwe wet voorziet in een grondige hervorming van de juridische bijstand:
 
-          De toegang tot de bijstand werd ingeperkt: zelfs voor begunstigden van OCMW-steun geldt geen vermoeden meer van onvermogendheid. Zij moeten die met allerlei documenten bewijzen.
-          Mensen die recht hebben op juridische bijstand moeten een bijdrage (het zogenaamd ‘remgeld’) betalen bij elke toewijzing van een advocaat (20 euro) en per instantie of dossier (30 euro). Dit geldt ook voor de begunstigden die recht hebben op volledige kosteloze juridische bijstand. In geval van complexe procedures kan het totale bedrag  dus hoog oplopen. Men moet immers een nieuw remgeld betalen voor elk dossier en telkens als men in hoger beroep gaat.
-          Het systeem van verloning voor pro-Deo advocaten werd volledig herzien. De regering gaf informatie noch garantie over het bedrag van de verloning die advocaten zullen krijgen. Advocaten die pro-Deo optreden zullen niet voor midden 2018 weten hoeveel zij betaald zullen worden voor de prestaties die zij vandaag leveren.
 
Dit nieuwe systeem houdt een enorme administratieve overbelasting in voor de begunstigden en voor de advocaten. De rechtzoekenden moeten nu bewijzen dat zij niet over voldoende bestaansmiddelen beschikken, wat in heel wat gevallen neerkomt op het leveren van een negatief bewijs. Mensen die dikwijls al in precaire omstandigheden leven moeten moeilijke stappen zetten om alle nodige documenten te verzamelen, zonder de garantie dat een advocaat uiteindelijk in hun zaak zal aangesteld worden. Als de zaak dringend is, is het risico groot dat de advocaat niet op tijd zal kunnen optreden. Steeds meer mensen geven het simpelweg op en eisen hun rechten niet op.
 
De advocaten worden niet vergoed voor de begeleiding en de raad die zij geven aan hun cliënten voor de stappen die zij ondernemen om een pro Deo advocaat aan te vragen. Die begeleiding houdt vaak meerdere afspraken in met de cliënt en contacten met administratieve diensten waaronder het bureau voor juridische bijstand. Naast de onzekerheid en de vermindering van de verloning in de meerderheid van de rechtstakken, zal dit alles tot gevolg hebben dat heel wat advocaten zullen ophouden om pro-Deo op te treden.
 
Om een voorbeeld te geven. De afdeling ‘schuldbemiddeling’ van het Franstalige bureau voor juridische bijstand in Brussel zag het aantal van zijn advocaten-medewerkers halveren sinds de hervorming van kracht werd, op 1 september vorig jaar. Zij overwegen nu om hun dienst te sluiten. Dit betekent dat in Brussel geen pro Deo advocaat meer zal worden aangesteld voor mensen met schulden, die bijgevolg op zichzelf aangewezen zijn, …
Het is niet denkbeeldig dat een gelijkaardige situatie ontstaat in de meerderheid van de rechtstakken.
 
Geconfronteerd met deze vaststellingen en met de concrete moeilijkheid om nog advocaten te vinden die bereid zijn om mensen pro-Deo bij te staan, besloot een twintigtal organisaties om de hervorming van de juridische bijstand aan te vechten. Verschillende onder hen dienden ook al beroep in bij de Raad van State tegen de uitvoeringsbesluiten van de wet. Die zaak is nog hangend. De behandeling van die zaak, net zoals die van de huidige zaak bij het Grondwettelijk Hof, zal verschillende maanden in beslag nemen.
 
 
Ondertekenaars (organisaties die partij zijn in het beroep en symphatisanten): Aimer Jeunes, Association de Défense des Allocataires Sociaux, Association pour le Droit Des Etrangers, Association Syndicale des Magistrats, ATD Quart Monde en Belgique – ATD Vierde Wereld in België, Atelier des droits sociaux, Belgisch Netwerk Armoedebstrijding - Réseau belge de Lutte contre la Pauvreté, , Bureau d’Accueil et de Défense des Jeunes, Défense des Enfants – International – Belgique – Branche francophone, Fédération laïque des centres de planning familial, Intact, Ligue des Droits de l’Homme, Luttes Solidarités Travail, Netwerk tegen Armoede, Organisatie voor Clandestiene Arbeidsmigranten, Point d’appui, Réseau Wallon de Lutte contre la Pauvreté, Service d’action sociale bruxellois, Service international de recherche, d’éducation et d’action sociale, Syndicat des Avocats pour la Démocratie, Vluchtelingenwerk Vlaanderen, Woman’do.