Nieuws

Vluchtelingenwerk reageerde op overdracht asielzoeker naar Griekenland

Op 8 juni 2018 meldde de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) in een arrest dat de overdracht aan Griekenland van een asielzoeker die via dat land naar België was getrokken, geen schending inhoudt van het Europees mensenrechtenverdrag. Persagentschap Belga noteerde het standpunt van Vluchtelingenwerk Vlaanderen:

De reactie van staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) op de beslissing van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen dat België opnieuw asielzoekers naar Griekenland mag terugsturen, “getuigt niet van de constructieve houding die nodig is om de onderhandelingen over de hervorming van de Europese ‘Dublin’-verordening tot een goed einde te brengen”. Dat zegt Vluchtelingenwerk Vlaanderen maandag in een reactie. “In die hervorming moet de bescherming van mensen op de vlucht centraal blijven staan.”

De Raad voor de Vreemdelingenbetwistingen (RvV) oordeelde vrijdag dat de overdracht aan Griekenland van een asielzoeker die via het land naar België was getrokken, niet langer een schending inhoudt van het Europees mensenrechtenverdrag. In 2011 werd België nog veroordeeld omdat het asielzoekers naar Griekenland terugstuurde, waar ze in onmenselijke omstandigheden moesten leven. Het arrest sloeg toen een gat in de ‘Dublin’-verordening, die bepaalt dat het Europees land van aankomst verantwoordelijk is om een asielaanvraag af te handelen.

Francken: 'Mijlpaal'

Ook al benadrukt de RvV dat zijn arrest “geen vrijbrief” is om alle asielzoekers die zich eerst in Griekenland hebben aangemeld terug te sturen, spreekt staatssecretaris Francken in een reactie van een “mijlpaal in de recente migratiegeschiedenis”. Hij verwacht de komende tijd een “aanzienlijke groep” op die manier aan Griekenland te kunnen overdragen. “Die reactie getuigt niet van de constructieve houding die nodig is om de onderhandelingen over de hervorming van de Europese ‘Dublin’-verordening tot een goed einde te brengen”, zegt Caroline Van Peteghem van Vluchtelingenwerk Vlaanderen.

“Voor ons moet de bescherming van mensen op de vlucht centraal blijven staan. Ook de solidariteit tussen lidstaten is belangrijk. Nu zien we vooral een tendens tot het afschuiven van verantwoordelijkheden.” De onderhandelingen over de hervorming van het Europese asiel- en opvangbeleid verlopen bijzonder moeilijk, eind deze maand staat het dossier op de agenda van de Europese top.

Systeemfouten

In zijn arrest schrijft de RvV dat er nog altijd problemen zijn met de asielprocedure en de opvangomstandigheden in Griekenland, maar dat er van ‘systeemfouten’, die elke overdracht van asielzoekers naar het land verhinderen, geen sprake meer is.

Desondanks vraagt Vluchtelingenwerk Vlaanderen de Belgische overheid geen overdrachten meer te vragen aan Griekenland en zich verantwoordelijk te verklaren op basis van de soevereiniteitsclausule uit de Dublin-verordening. “De omstandigheden in Griekenland zijn immers nog niet voldoende verbeterd. Asielzoekers terugsturen naar Griekenland is geen menswaardige oplossing.”

Deze tekst verscheen op 11 juni 2018 in Het Nieuwsblad en BRUZZ onder de titel: Vluchtelingenwerk Vlaanderen hekelt gedrag Francken: “Getuigt niet van constructieve houding die nodig is"

 

Op deze website vind je het commentaar van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (geen vrijbrief, maar evenmin een principieel verbod) en een link naar het arrest zelf.

Push-backs en deals zijn slippery slope

Naar aanleiding van de Europese Raad Justitie en Binnenlandse Zaken deze week pleitte staatssecretaris voor Asiel en Migratie,Theo Francken voor push-backs: het onmiddellijk terugsturen van mensen op de vlucht die Europa via de zee proberen te bereiken. Daartoe zou het volgens hem nodig zijn artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) te "omzeilen". Na een blaam van de Europees commissaris voor Migratie Dimitris Avramopoulos nam Francken wat gas terug en gaf hij aan "heroriënteren van de boten naar Tunesië" te bedoelen. Op donderdag zorgde dat incident voor een heftig debat in het Federaal Parlement. De Kamerleden hamerden erop dat artikel 3 EVRM heilig is. Tegelijk hoorden we van de premier dat België streeft naar een nog strengere bewaking van de Europese buitengrenzen. Ook nieuwe deals in lijn met de EU-Turkije deal werden meermaals geopperd in het Parlement.

Push-backs waren nooit wettig

Het is niet de eerste keer dat Francken pleit voor push-backs. Al in 2016 toonde hij zich voorstander van push-backs, in een interview met het Britse persagentschap Reuters. Hij benadrukte toen dat hij op dat punt zijn persoonlijke mening vertolkte. Ook in de “Theo Toert” lezingen wees hij met een beschuldigende vinger naar de rechters van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens die de praktijk van push-backs veroordelen en ngo’s die mensen op zee redden.

Ondanks de milderende boodschap van premier Michel dat België de Europese en internationale regels over asiel en migratie zal blijven respecteren, is het zeer verontrustend dat het regeringslid bevoegd voor asiel en migratie zich zo uitspreekt. Push-backs zijn namelijk absoluut in strijd met de wet. En zijn dat ook altijd geweest.

  • Het terugsturen van mensen op de vlucht was een gangbare praktijk totdat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens er zich in 2012 over uitspraak; wettig was die praktijk nooit. Een van de pijlers van het internationaal recht is immers het beginsel van non-refoulement: het verbod om mensen terug te sturen naar een land waar ze vervolgd kunnen worden of waar hun leven of veiligheid in gevaar zijn.
  • Dat beginsel is vastgelegd in artikel 33 van het VN-Vluchtelingenverdrag, maar ook in het VN-Verdrag tegen Foltering, het VN-Verdrag inzake Burger- en Politieke Rechten en het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens.
  • Het is een recht dat altijd en overal geldt, voor iedereen, op de vlucht of niet.

EU-Tunesië deal?

Een andere boodschap die Francken bracht naar aanleiding van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken was dat Europa zou moeten investeren in een deal met Tunesië, naar analogie met de EU-Turkijedeal. Het doel dat hij voor ogen heeft is dat bootvluchtelingen op de Middellandse Zee niet langer in Europa, maar in Tunesië worden opgevangen.

Dat voorstel kadert in een opvallende trend. De Europese Unie (EU) neemt steeds vaker maatregelen die het Europese asiel- migratiebeleid uitbesteden aan niet-lidstaten van de EU. Hiermee schuiven de EU en haar lidstaten een deel van hun verantwoordelijkheden onder het VN-Vluchtelingenverdrag naar andere landen, waar de opvang en toegang tot de asielprocedure van mensen op de vlucht vaak in mensonwaardige omstandigheden plaatsvinden.

Tegen welke prijs wil de EU dat doen? De EU en haar lidstaten deinzen er niet voor terug om overeenkomsten te sluiten of afspraken te maken met dictatoriale regimes. Derde landen, al dan niet met een erbarmelijke reputatie op het vlak van mensenrechten, krijgen ondersteuning van EU-landen om ter plaatse migratiecontroles uit te voeren zodat migranten en mensen op de vlucht meer obstakels ondervinden om naar de EU te reizen. Zulke deals doen de druk op de regio's buiten de EU toenemen, terwijl Europa steeds minder verantwoordelijkheid opneemt. Bestaande voorbeelden tonen aan dat de mensenrechten vaak geschonden worden bij dergelijke deals.

  • Het zogenaamde ‘Australische model’ is allerminst een goed voorbeeld. Australië plaatst migranten en mensen op de vlucht jarenlang in detentie, waar ze in mensonwaardige omstandigheden leven en geweld moeten doorstaan.
  • Ook de EU-Turkije deal is een blaam voor de mensenrechten: mensen worden gedwongen teruggestuurd, vluchtelingen worden er in slechte omstandigheden opgevangen en hebben nauwelijks toegang tot werk, onderwijs en gezondheidszorg. Er is zelfs sprake van kinderarbeid.
  • In Libië, waar de EU veel geld investeert in het versterken van de lokale grens- en kustwacht zodat mensen het land niet zouden verlaten, worden mensen op vlucht gefolterd en als slaven verkocht.

De EU moet een actieve rol spelen bij het verbeteren van de bescherming van vluchtelingen in de regio's van herkomst, maar mag daarbij in geen geval het recht om asiel aan te vragen in de EU ondergraven. De EU moet een beleid aannemen dat geënt is op het redden van mensenlevens, het promoten van inclusie, samenwerking en welvaart. Dat veronderstelt een eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheden in plaats van het doorschuiven van die verantwoordelijkheden.

Dringend nood aan veilige en legale alternatieven

Er zijn wel dringend stevigere plannen nodig voor veilige en legale alternatieven voor mensen op de vlucht, zoals meer hervestiging, een structureel beleid rond humanitaire visa en de versoepeling van de procedures voor gezinshereniging voor mensen op de vlucht. Op dat vlak blijven de inspanningen bedroevend laag. Op de top van de Verenigde Naties in september 2016 engageerden de leden zich nochtans formeel om samen méér veilige toegang te realiseren en méér verantwoordelijkheid te delen (Verklaring van New York).

En zelfs wanneer de legale en veilige kanalen er eindelijk zouden komen, dan nog mogen we niet blind zijn voor mensen op de vlucht die nood hebben aan bescherming, maar door omstandigheden door de mazen van het net van de legale migratiekanalen zouden vallen. Wie nood heeft aan bescherming en zich aanbiedt aan de grenzen van de Europese Unie, moet steeds de kans krijgen die bescherming aan te vragen. Die kans wegnemen en het principe van non-refoulement op de helling zetten is een slippery slope, die leidt naar het verder uithollen van onze juridische en morele waarden en normen.

De speeltijd is voorbij

PERSBERICHT

In ons land speelt de politie een uiterst belangrijke rol in het detecteren van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen en het opsporen van slachtoffers van mensensmokkel. Daar creëerde de wetgever een duidelijk kader voor. Toch zijn de niet-begeleide minderjarigen die net zoals de kleine Mawda in een minibus door ons land reisden, na hun arrestatie zonder pardon weer op straat gezet. Waarom stelt de politie die minderjarigen opnieuw bloot aan het gevaar waartegen zij beschermd moeten worden? Is hier sprake van schuldig verzuim? Hoe zal de overheid dat in de toekomst voorkomen? Vluchtelingenwerk Vlaanderen en het Platform Kinderen op de Vlucht reageren.

In de minibus waarin de kleine Mawda omkwam, bleken ook drie niet-begeleide minderjarigen te zitten. De politie zou hen als volwassenen hebben behandeld, hoewel minderjarigen een speciale behandeling horen te krijgen. Geen van de jongeren kreeg dus de bescherming die de Belgische wetgever voor hen in het leven riep. Eén van hen is ondertussen opgedoken in het kamp in Duinkerke waar hij al eerder verbleef, een tweede meldde zich zelf aan bij de Franse overheid en verblijft momenteel in een opvangcentrum in Noord-Frankrijk. Van de derde ontbreekt elk spoor.

Wat de jongeren doormaakten tart elke verbeelding. Ze wilden naar een veilige plek en stapten in een minibus. Na een wilde achtervolging op de snelweg bracht de politie de bus tot stilstand. Er viel een schot, er was paniek. Alle passagiers werden opgepakt, vastgehouden en vervolgens weer vrijgelaten. Ook de drie niet-begeleide minderjarigen belandden zonder pardon weer op straat. Het trieste lot van Mawda en haar familie beroerde terecht de gemoederen. Ook de aanpak ten aanzien van de niet-begeleide minderjarigen roept pertinente vragen op.

Klopt het dat die jongeren twee nachten in een cel verbleven? Werd de dienst voogdij nooit gebeld? Is er rekening gehouden met de verklaring van één van de jongeren dat hij veertien jaar zou zijn? Kregen de jongeren uitleg over hun rechten als niet-begeleide minderjarigen of slachtoffers van mensensmokkel? Klopt het dat er geen tolk aanwezig was? Waarom werden geen stappen ondernomen om de veiligheid van die jongeren te garanderen? Waarom kregen minderjarigen die een vreselijk incident meemaakten niet onmiddellijk gespecialiseerde zorg? Wiens verantwoordelijkheid is dat?

Wie beschermt kinderen?

De overheid moet een proactieve rol spelen in de bescherming van kinderen. Deze jongeren maakten een traumatische gebeurtenis mee en zijn extra kwetsbaar. Niet-begeleide minderjarigen hebben recht op een specifieke bescherming: een aangepast opvangtraject, begeleiding en een voogd die waakt over hun rechten. Om die bescherming in werking te stellen had de politie de jongeren moeten signaleren bij Dienst Voogdij. Dat is een wettelijke verplichting, die ingelost kan worden met een telefoontje of een eenvoudige signalisatiefiche. Maar Dienst Voogdij werd niet gecontacteerd. Waarom wordt het kader dat de wetgever uitwerkte niet geoperationaliseerd? We vragen dat het Comité P ook over deze zaak een diepgaand onderzoek voert.

Ondanks eerdere signalen van Childfocus, de kinderrechtencommissaris en heel wat terreinwerkers omtrent mensenrechtenschendingen en verdwijningen van kinderen op de vlucht zien we geen noemenswaardige verbetering. Daarop verwachten we ook een kordate reactie van politici. Want de speeltijd is voorbij, het gaat tenslotte om kinderen.