Zahir en Fazelrabi

  • vlnr Zahir, Benin, Hussein en Zahra  © Pieter Stockmans
  • Zahrah met zoontje Hussein  © Pieter Stockmans
  • Fazelrabi  © Pieter Stockmans

‘België stuurde mijn zoon terug naar Afghanistan, zonder documenten. Hij is al vier maanden spoorloos’ 

Zahir vluchtte met zijn vrouw Zahrah en hun kinderen Hussein en Benin naar België. Fazelrabi en zijn vrouw Najila zijn al wat ouder en sukkelen met een zwakke gezondheid. Ze kwamen hier toe met hun kinderen Simin, Javad en Farhat. We spreken hen in het bezette gebouw in de Brusselse Troonstraat, een paar dagen voor de ontruiming op 27 september 2013. Ze wonen er met twee andere gezinnen in een piepklein kamertje. Een medische regularisatie die weer werd ingetrokken. Een oude vrouw met ‘complexe epilepsie met bewustzijnsverlies’ die naar Afghanistan terug moet. Een zoon die naar Afghanistan werd terug gestuurd en sindsdien spoorloos is. Ontmoet de beide vaders Zahir en Fazelrabi.

Kan je iets vertellen over je vluchtroute naar België?

Zahir (30): ‘Wij waren met veertig andere mensen samen en tijdens onze trektocht door de bergen hadden we maar een klein beetje water bij. In totaal waren we drie maanden onderweg.’ 

Fazelrabi (70):
 ‘Ik was zes maanden onderweg en dan kwamen we in Griekenland aan. Ik dacht dat België een goed land was voor vluchtelingen, dus kwamen we naar hier. Ik wist niet dat ook België de mensenrechten schendt.’

Wat zijn je ervaringen met België?

Zahir: ‘We zijn nu vijf jaar in België. Mijn haar is hier grijs geworden. We kregen een medische regularisatie en geneesmiddelen voor de botziekte van mijn dochtertje Benin. Maar de regularisatie werd ingetrokken omdat Benin geen pijn heeft. Ze geloven nochtans wel dat ze een handicap heeft. Is dat menselijk? We zijn hier gebleven voor ons dochtertje, door die medische regularisatie, en nu moeten we plots terug naar Afghanistan? Wij hebben niet jullie geld nodig, gewoon een beetje respect en solidariteit. Van zodra ik papieren heb, ga ik onmiddellijk werken. We zullen niemand tot last zijn.’

Fazelrabi:
 ‘Zie je mijn vrouw daar liggen? Ze is oud en ziek, en moet hier met mij op een matras op de grond slapen. De dokter in Antwerpen deed een klinisch neurologisch onderzoek en attesteerde dat ze aan epilepsie lijdt. “Patiënte is zeer passief en regelmatig valt ze in slaap. Partieel complexe epilepsie met bewustzijnsverlies. Opname voor observatie”, staat er op het attest. Maar toch kregen we geen medische regularisatie. Zie jij ons nog terugkeren naar een oorlogsland? Jullie zeggen dat Europa het continent van de mensenrechten is, maar wat ik overhoud van mijn ervaringen met Europa, is dat jullie ons langzaam doden. Taliban doden ons tenminste onmiddellijk.’

Hoe verloopt je uitwijzingsprocedure naar Afghanistan?

Zahir: ‘Na onze afwijzing leefden we acht maanden zonder geld. Enkel moskeeën hielpen ons met de huurprijs, water en eten. Maar ik wil geen hulp, ik wil een arbeidskaart.’

Fazelrabi: ‘Vier maanden geleden deporteerde België mijn zoon Javad (24) apart naar Afghanistan. Om hem te deporteren geloven jullie plots dat hij van Afghanistan is. Om hem bescherming te bieden geloofden jullie dat niet. De Dienst Vreemdelingenzaken stuurde hem terug zonder paspoort van onze ambassade, die had gezegd dat Afghanistan niet veilig is. Ik weet niet met welk document ze hem terug naar Afghanistan hebben gestuurd. Sindsdien hebben we niks meer van hem gehoord. Mijn vrouw, die sowieso al lijdt onder een zwakke gezondheid, is de hele tijd bezorgd over hem. We hebben alles geprobeerd. Maar zelfs de Afghaanse politie weet niet waar hij is.’

Verhaal opgetekend door Pieter Stockmans, beleidsmedewerker van Vluchtelingenwerk
oktober 2013

België stuurt afgewezen asielzoekers terug naar Afghanistan, ook al geloofden de asielinstanties niet dat ze uit dat land komen. Is dat niet vreemd?

Ja, dat is vreemd en toch gebeurt het. Als de asielinstanties niet geloven dat de asielzoekers uit Afghanistan afkomstig zijn, hebben zij ook niet onderzocht of zij daar gevaar kunnen lopen. Er is dus een leemte in de asielprocedure.

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens bepaalt dat België niemand mag terugsturen naar een land zonder na te gaan of er een risico is op onmenselijk en vernederende behandeling. Normaal onderzoeken de asielinstanties of asielzoekers risico lopen op onmenselijke en vernederende behandeling als zij terug gaan naar hun land van herkomst. Dit gebeurt door  het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen, en later als er een beroepsprocedure loopt door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

Maar soms wijzen de asielinstanties asielaanvragen dus af omdat asielzoekers niet kunnen bewijzen waar zij vandaan komen of waar zij verbleven voor zij naar België kwamen. In de praktijk gebeurt dit bij Afghaanse asielzoekers. (zie landenrapport Afghanistan, “beoordeling van geloofwaardigheid”).

Belangrijk: de asielinstanties zeggen dus niet, “Jij hebt geen bescherming van België nodig”, maar wel: “Ik kan niet bepalen of jij bescherming nodig hebt, want jouw verklaringen over jouw afkomst en verblijfssituatie in het verleden zijn voor ons niet geloofwaardig”. Probleem: na een afwijzing probeert een andere overheidsinstantie, de Dienst Vreemdelingenzaken, dezelfde mensen toch naar dat land terug te sturen waarvan zij beweren afkomstig te zijn zonder zich vragen te stellen over mogelijke risico’s. Want, zo luidt het, dat hebben het Commissariaat-generaal en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen al onderzocht. Maar dat is dus niet zo.

Dit heet in het jargon de ‘protection gap’. Om deze leemtes in de procedure op te lossen zijn verduidelijkingen in de Vreemdelingenwet nodig. De wet moet duidelijk de verplichtingen bepalen van de asielinstanties en de Dienst Vreemdelingenzaken in het onderzoek naar een mogelijk risico op onmenselijke en vernederende behandeling bij de effectieve uitzetting van een afgewezen asielzoeker.