Yazan Azmi, een Syrische bootvluchteling, vertelt zijn verhaal

  • Yazan Azmi op de actie voor bootvluchtelingen van donderdag 23 april 2015
  • Yazan Azmi als vrijwilliger bij het Startpunt van Vluchtelingenwerk Vlaanderen

Yazan kwam enkele maanden geleden na een helse tocht in België terecht. Samen met zijn broer hoopt hij hier asiel te kunnen krijgen, want in Syrië ziet hij geen toekomst meer. Zijn vader en andere broer blijven voorlopig nog in Turkije, maar ook hen hoopt hij snel terug te zien. Ondertussen werkt hij als vrijwilliger bij ons in het Startpunt. Daar geeft hij soep en info aan andere asielzoekers op de eerste dag van hun aankomst in België.

Hoe was je leven in Syrië?

Ik woonde samen met mijn ouders en broers in Aleppo. Toen de revolutie uitbrak werd hier zwaar gevochten tussen het Syrische leger van Bashar al-Assad en de oppositietroepen. Bombardementen legden de stad in puin, het was pure horror om daar te wonen. Mijn broer en ik waren oud genoeg om opgeroepen te worden om legerdienst te doen, maar dat wilden we koste wat kost vermijden. De oorlog en de angst om deel uit te moeten maken van het conflict dreven mij, mijn broers en vader anderhalf jaar geleden naar Turkije. Voor we uit Syrië vertrokken studeerde ik ‘financiën en bankbeheer’, maar daar was in Turkije geen sprake meer van.

‘Met zo’n zestig mensen opgepropt in een boot scheurden we over de golven. Het waren negen verschrikkelijke uren die ik nooit meer wil meemaken.’

Je eerste stop was dus Turkije, kan je daar iets meer over vertellen?

Na het overlijden van mijn moeder trokken mijn vader en broers naar een Turks stadje net over de grens met Syrië. Daar waren we tenminste veilig voor al het geweld. Naar Europa gaan was sinds het uitbreken van de oorlog vier jaar geleden de droom van mijn ouders. Maar in Turkije waren veel gevluchte Syriërs op zoek naar een veilig leven. We konden daar dus niet blijven en moesten verder naar Europa.

Hoe verliep je reis vanuit Turkije?

Mijn broer en ik zouden eerst naar Europa gaan, later zouden mijn vader en tweede broer volgen. Samen gingen we naar Istanbul, waar we in contact konden komen met mensensmokkelaars. Dat bleek niet zo moeilijk te zijn en al snel vonden we iemand die ons verder kon helpen. De eerste stap was het oversteken van een rivier die Turkije met Griekenland verbond. Samen met zo’n vijftig anderen wandelden we naar een ontmoetingspunt in het midden van de nacht. We moesten muisstil zijn. Er was geen eten en te weinig water voor de tocht. Nadien stapten we op een kleine plastieken boot die ons de rivier overbracht. Zo bereikten we Griekenland.

Wat gebeurde er in Griekenland?

Na de boottocht kwamen we terecht in een bos, waar we zo’n drie à vier dagen moesten wachten op een auto zonder eten of drinken. Eindelijk was de kleine taxi daar, waarin we ons met ongeveer 13 mensen moesten proppen. Hij bracht ons naar een huis dat functioneerde als een gevangenis en van daaruit gingen we naar Athene. Daar moesten we op zoek naar een plek om te wonen en naar eten en drinken. Hier moesten we ook een nieuwe smokkelaar vinden en dat lukte ons pas na vier maanden na verschillende pogingen met de boot en het vliegtuig gewaagd te hebben. Samen met zo’n zestig andere vluchtelingen moesten we een helse tocht afleggen. Langs smalle wegen, al klimmend over rotsen en in de koude, klamme nacht wandelden we alsmaar verder. Opnieuw hadden we amper eten of drinken bij. Het regende en we waren moe, maar konden niet slapen. Uiteindelijk bereikten we het punt waar een boot ons zou komen ophalen en naar Italië zou voeren.

Hoe verliep die boottocht naar Italië?

Met zo’n zestig mensen opgepropt in een boot scheurden we over de golven. Niemand kon reddingsvesten betalen en door de snelheid voelden we ons als popcorn in een zakje: we werden alle kanten opgeslingerd. Door de hevige schokken braken sommigen hun handen, armen of benen. Het waren negen verschrikkelijke uren die ik nooit meer wil meemaken. Uiteindelijk zagen we de Italiaanse kust en konden we van boord gaan.

Was je blij om eindelijk in Europa te zijn?

Aanvankelijk wel, maar dat veranderde snel. We werden nogal hardhandig ontvangen door de Italiaanse politie. We kregen weinig te eten, konden een paar uurtjes slapen maar werden al snel weer gewekt op een agressieve manier om onze vingerafdrukken te geven. Dat wilden we niet, want mijn broer en ik wilden verder richting het noorden van Europa waar we betere kansen zouden hebben als vluchteling. In Italië was er geen toekomst, dat wisten we. Eerst weigerden we dus om onze vingerafdrukken te geven, maar toen dreigden de bewakers om een vader en zijn zoon die met ons meegereisd waren uit elkaar te halen. Het jongetje zou naar de andere kant van het land gestuurd worden, zo vertelden ze ons. Dit konden we niet laten gebeuren en dus gaven uiteindelijk onze vingerafdrukken.

Uiteindelijk is het dan toch België geworden.

Inderdaad, in december 2014 kwamen mijn broer en ik aan in België. Hier hopen we asiel te krijgen, want ook de oom van mijn moeder woont hier. Hij heeft intussen de Belgische nationaliteit en zou dus perfect voor ons kunnen zorgen. Maar omdat we onze vingerafdrukken in Italië moesten geven, zitten zowel mijn broer als ik nu in de Dublin-procedure. Die stelt dat het land waar je als eerste aankomt verantwoordelijk is voor je asielaanvraag. We hopen dat België rekening houdt met onze moeilijke situatie en ons toch als vluchteling wil erkennen.