Nepalees gezin: van versterkt naar verzwakt

  • Annick Van de Water werkte voor CAW De Mare in Antwerpen

Annick Van de Water vertelt over haar begeleiding en de moeilijkheden van het terugkeertraject

Sunita vlucht met haar vier kinderen van Nepal naar België nadat haar echtgenoot Ganesh bedreigd werd door de Maoïsten. Ganesh komt hen later achterna. Ze vragen asiel aan. Ik zoek een school voor de kinderen. Ganesh en Sunita zijn erop gebrand om hun weg te vinden in België en gaan allebei Nederlandse les volgen. Ganesh werkt ook een aantal uren in de week. We bereiden het gezin goed voor op het asielinterview en op een eventuele negatieve beslissing.’

‘Vijf maanden na hun asielinterview volgt de negatieve beslissing en een eerste uitwijzingsbevel. We leggen uit wat er nu volgt. In plaats van terugkeer op een aftastende manier ter sprake te brengen, moeten we hen van Fedasil een terugkeerplan doen ondertekenen ook al kunnen ze nog in beroep gaan. Ze begrijpen niet waarom ik hen iets wil opdringen. “We willen eerst de hele procedure doorlopen en dan misschien aan terugkeer denken”, zegt Sunita.’

‘Ganesh en Sunita worden overladen met informatie en zijn helemaal in de war. Als begeleider heb ik mijn handen vol met administratie en is er geen tijd voor diepgaande toekomstgesprekken en de voorbereiding van het beroep. Ook het beroep is negatief, en dan moet alles plots heel snel gaan. Ik kan niet eens de motieven van de beslissing met hen bespreken. Blijkt dat ze werden afgewezen om louter technische redenen, maar het gaat om een administratieve fout van de rechtbank en daar heeft Ganesh een bewijs van.’

‘De rechtbank weigert de fout recht te zetten en zegt dat Ganesh en Sunita nog eens in beroep moeten gaan. Toch krijgen ze via de post een nieuw uitwijzingsbevel en moeten ze binnen de drie dagen naar de terugkeerplaatsen in Poelkapelle. De ene instantie zegt dat ze in beroep moeten gaan, de andere dat ze moeten verhuizen om naar hun thuisland terug te keren. Dat krijg ik hen niet uitgelegd. Ik moet op een paar dagen uitzoeken hoe het beroep in te dienen en de gevolgen van alle procedures meedelen. Als begeleider moet ik de tijdsdruk en de regels van Fedasil volgen en die zijn niet hetzelfde als het tempo dat deze mensen aankunnen.

 Uiteindelijk moeten ze niet naar de terugkeerplaats, maar het is te laat: het gezin is uitgeput en vertrekt. Officiële documenten bespreken ze eerst met hun advocaat en niet meer met mij, ze vertellen me niets meer over hun toekomstplannen, ze beantwoorden mijn telefoontjes niet meer en huren hun eigen appartement. Het vertrouwen dat ik had opgebouwd is in één klap weg.’

De ene instantie zegt dat ze in beroep moeten gaan, de andere dat ze moeten verhuizen om naar hun thuisland terug te keren.

‘Trajectbegeleiding is cruciaal om de band met de asielzoeker te behouden van het begin tot het einde. Praten over vrijwillige terugkeer is deel van dit traject, maar het moet wel op het juiste moment en met de juiste omkadering gebeuren. Wij kunnen dit het best inschatten. De overheid onderschat het gevaar van een overplaatsing van iedereen zonder onderscheid. Het is ingrijpend en moet op zijn minst geval per geval worden ingeschat.’

Sanne, de begeleider van Caritas neemt het dossier over omdat Annick in verlof gaat. Sanne getuigt: ‘Ganesh en Sunita krijgen gelijk in beroep. Hun zaak moet opnieuw behandeld worden. Ze hebben dus opnieuw recht op opvang en wonen weer in één van onze woningen, maar hun Nederlandse les mogen ze niet verder zetten en Ganesh mag niet meer werken. Ze vallen in een situatie van afhankelijkheid en wachten. Ganesh komt zijn bed bijna niet meer uit. Het lijkt alsof ze wegkwijnen.’

‘Ganesh en Sunita begrijpen dat de kans op een nieuwe negatieve beslissing reëel is, maar ze zeggen nu al dat ze niet naar een terugkeerplaats zullen gaan. Zoals heel wat families geloven ze niet dat het om vrijwillige terugkeer gaat. Ze denken dat ze zullen moéten terugkeren. Ik probeer het te hebben over hun toekomst, maar ze zijn afstandelijk. Ze weten dat wij hen zullen overplaatsen en willen niet meer met ons meewerken.’

Annick Van de Water

“De overheid beweert wel eens dat de vertrouwensband die wij met de asielzoekers opbouwen een terugkeer in de weg staat. Wij maken ons sterk dat een breuk in het vertrouwen net schadelijk is. Een koppel met vier kinderen kreeg geen toewijzing aan een terugkeerplaats en konden de 30 dagen-termijn van hun uitwijzingsbevel bij ons in de opvang blijven. In die maand voerden we intensieve toekomstgesprekken over alle opties. De opgebouwde begeleiding maakt een open gesprek over terugkeer mogelijk. Op de 22ste dag van het uitwijzingbevel beslisten ze om vrijwillig terug te keren. Was dit gezin één van de vele onderduikers geweest, hadden we hen binnen de drie dagen moeten forceren te vertrekken?” Tine Delys, Caritas International

Annick Van de Water vertelt over Ganesh en Sunita uit Nepal