Mahya, haar papa Javad en mama Habiba

  • vlnr Habiba, Fatima, Mahya, Mobina en Javad  © Pieter Stockmans
  • Met vier gezinnen in klein kamertje in bezet gebouw in Brusselse Troonstraat  © Pieter Stockmans
  • Gezin in het bezette gebouw in de Brusselse Troonstraat  © Pieter Stockmans

‘Als België ons afwijst omdat we niet van Afghanistan zouden komen, waarom deporteren jullie ons dan naar dat land?’ 

In het bezette gebouw in de Brusselse Troonstraat spreken we met enkele gezinnen in een klein kamertje. Een paar dagen voor de ontruiming op 27 september 2013. Tussen de vier muren en de zes bedden hangt de hoop van dertien mensen, kinderen, jongeren, ouderen en zelfs bejaarden. Zij vonden in geen enkele procedure in België gehoor. Na de ontruiming van het gebouw verloren we alle contact met hen. Ontmoet vandaag Mahya, haar zusje Fatima en hun ouders Javad en Habiba. Het gesprek verloopt in het Nederlands.

Hoe was je leven in Afghanistan?

Mahya (14): ‘Ik weet niks meer van Afghanistan. Ik was tien toen we vluchtten, maar sindsdien hebben we zoveel meegemaakt, onderweg en in België. Het eerste dat in me opkomt als ik aan Afghanistan denk, is mijn angst telkens ik naar school ging.’

Kan je iets vertellen over je vluchtroute naar België?

Javad (34): ‘We trokken te voet over de bergen in Afghanistan en Iran. Maandenlang waren we onderweg. Denk je dat we dat zonder reden doen? Als we op voorhand hadden geweten hoe België ons zou behandelen, waren we nooit gekomen, nooit.’

Hoe is je asielprocedure in België verlopen?

Spandoek aan bezet gebouw in Brusselse Troonstraat  © Pieter Stockmans

Javad: ‘In 2010 kregen Afghaanse vluchtelingen uit Herat subsidiaire bescherming in België. Maar het Commissariaat-generaal van de Vluchtelingen en de Staatlozen gelooft niet dat we van Afghanistan afkomstig zijn. Ik toonde hen nochtans ons Afghaanse identiteitsbewijs van de provincie Herat, maar ze dachten dat het vals was.’ 

Habiba (27): ‘De dossierbehandelaar vroeg me om plaatsnamen in Kaboel en Mazar op te noemen, en de namen van de Afghaanse provincies. Maar ik was nog nooit in mijn leven uit Herat weggegaan. Wij woonden in een dorp. Vrouwen zijn in Afghanistan niet vrij om te reizen. Hoe zou ik dat dus moeten weten? Ken jij dorpen in West-Vlaanderen? België is even groot als een provincie in Afghanistan. En wij krijgen een negatieve beslissing omdat we de namen van andere provincies niet kennen.’

Javad: ‘Ik denk ook dat de tolk fouten maakte bij de vertaling van ons vluchtverhaal. We vluchtten uit Afghanistan omdat ik een probleem had met mijn oudste dochter Mahya, maar ik durfde niet zeggen welk probleem. Iedereen weet dat meisjes problemen hebben in Afghanistan. Maar toch kregen we een uitwijzingsbevel, in december 2012. Met mijn vrouw en drie kinderen sliepen we tien nachten op straat, in de sneeuw. We probeerden opvang te vragen voor onze minderjarige kinderen, maar dat werd ons geweigerd. Er zat niets anders op dan verder te vluchten. Maar Zwitserland, waar we asiel vroegen, stuurde ons terug naar België. En weer stonden we op straat. Dus vroegen we weer asiel aan. Dat was weer negatief. Als België ons geen bescherming geeft, waarom vragen ze ons dan terug als we naar een ander land gaan? En als België onze asielaanvraag afwijst omdat ze niet geloven dat we van Afghanistan komen, waarom willen jullie ons dan deporteren naar Afghanistan?’

Wat zijn je ervaringen met België?

Javad: ‘Wij zijn bijna vier jaar in België. We hebben allemaal de cursus inburgering gevolgd. Ik heb een certificaat van de VDAB. In Afghanistan werkte ik vijftien jaar als architect. Ik ben klaar om te werken, maar België is precies niet klaar voor mij. Ik volgde vier niveaus Nederlands aan het Centrum voor Volwassenenonderwijs. Ik vergat veel, omdat we een tijdlang na onze afwijzing in Zwitserland verbleven. Daar sprak ik Duits.’ 

Mahya: ‘Toen we in december 2012 een uitwijzingsbevel kregen, moest ik stoppen met school omdat we op straat belandden en we verder vluchtten naar Zwitserland. Ik ga dus al tien maanden niet meer naar school. Ik mis de school en mijn vrienden in Izegem. “Wat jammer dat je weg bent”, zeggen ze wanneer ik hen telefoneer.’

Hoe verloopt je uitwijzingsprocedure naar Afghanistan?

Javad: ‘Snap je waarom we meedoen aan deze bezettingsactie? We zwierven door Afghanistan, Iran, Turkije, Griekenland, Italië, België, Zwitserland en terug België. Het is alsof niemand ons wil. Deze actie is een laatste poging om gehoord te worden. Ons hele leven en alle bezittingen van vier families zie je in dit kamertje.’ 

Mahya: ‘We eten alleen eieren, salami en ander voedsel dat ze nog niet aan honden zouden voederen. Kindjes drinken bedorven melk en moeten overgeven. In Izegem hadden we een huis, daar konden we zelf koken.’

Hoe zou je terechtkomen, als je binnenkort in Afghanistan zou landen?

Javad: ‘In Herat zouden we onmiddellijk opvallen als Afghanen die uit Europa zijn terug gekeerd. De mensen denken dat wij in het Westen christenen zijn geworden of dat we rijk zijn. Ze ontvoeren kinderen van teruggekeerde vluchtelingen om losgeld te krijgen. Mijn dochters zullen niet naar school kunnen gaan en ik wil dat ze studeren. En wie kan ons verzekeren dat we niet in gevaar zullen zijn als de Amerikanen zich zullen terugtrekken? De Taliban zijn nog altijd sterk. Iedereen kijkt vandaag naar Syrië, waar de oorlog drie jaar bezig is. Maar de doden van onze 35-jarige oorlog komen al lang niet meer in het nieuws. Nog maar twee maanden geleden werd een ex-collega van me, een ingenieur, gedood door Taliban. Vrouwen weten niet of hun echtgenoot aan het eind van de werkdag levend thuiskomt.’

Verhaal opgetekend door Pieter Stockmans, beleidsmedewerker van Vluchtelingenwerk
oktober 2013

Afghaans vluchtelingengezin Rezai: boodschap aan België