Jamal (21)

  • Jozef Hertsens (VLOS) bij Afghaanse jongeren aan bezet gebouw in Brusselse Troonstraat Jozef Hertsens (VLOS) bij Afghaanse jongeren aan bezet gebouw in Brusselse Troonstraat
  • Een gesloten centrum in België  © Pieter Stockmans

‘Het gesloten centrum voelt als een val, een dodencel’ 

Met twee andere Afghaanse jongeren komt Jamal de spreekkamer van het gesloten centrum binnen. Stoer en lachend nemen ze plaats aan de tafel. Maar als de andere jongens weer weggaan, laat Jamal in zijn hoofd en hart kijken. De blik in zijn ogen verandert. Hij beeft, spreekt snel en vol verontwaardiging in vlot Nederlands. Jamal is al vier jaar in België. Hij was één van de actievere helpers bij onze lidorganisatie Vluchtelingen Ondersteuning Sint-Niklaas (VLOS). Zijn familie woont in Pakistan, niet in Afghanistan. ‘Ik kan niet aan Afghanistan denken. Ik heb gevochten en ben bijna gestorven om in België een leven te kunnen opbouwen.’

Hoe was je leven in Afghanistan?

Jamal: ‘Ik werkte in het naaiatelier van mijn vader in Herat. In Afghanistan had ik een probleem met onze buurman omdat ik had afgesproken met zijn dochter. Zij is soenniet, ik ben sjiiet. Haar hele familie keerde zich tegen mij.’

Kan je iets vertellen over je vluchtroute naar België? 

Jamal: ‘Ik vluchtte naar Iran, te voet over de bergen. De ene smokkelaar na de andere bracht me tot in Istanbul. Daar kon ik aan de slag in een naaiatelier om wat geld te verdienen gedurende twee maanden. Zo kon ik een smokkelboot betalen van Izmir naar Griekenland. We zaten met zestien personen negen uur lang in een klein bootje en we moesten zelf roeien, op een wilde zee. Een verschrikkelijke nacht. In Griekenland pakte de politie ons op. Ze sloten ons twee nachten op in een gevangenis. In Athene werkte ik op een boerderij, waar ik “ajuinen” sneed. Negen uur werken voor tien euro. Ik vermagerde acht kilo. Met een bestelwagen kon ik naar Italië. Ik stapte te voet naar Rome en daar wilde ik asiel aanvragen, maar andere Afghanen vertelden me dat asielzoekers ook in Italië slecht behandeld worden. Dus ging ik verder tot België met de trein.’

Hoe is je asielprocedure in België verlopen?

Jamal: ‘Ik was zeventien toen ik hier asiel aanvroeg, in 2007. Het voelde alsof jullie automatisch denken dat wij leugenaars zijn. Ik dacht dat we direct bescherming zouden krijgen. Het is toch duidelijk dat er een oorlog woedt in Afghanistan? Het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen geloofde mijn verhaal niet. En drie maanden na mijn afwijzing begon België aan vluchtelingen uit onze stad Herat subsidiaire bescherming te geven. Dus wilde ik een nieuwe asielaanvraag indienen, maar mijn advocaat zei dat ik daarvoor nieuwe documenten moest kunnen voorleggen. Ik begreep er niks van. “Zo is België. Eén jaar beschermen ze Afghanen, het andere weer niet”, zei mijn advocaat. Ik word gek van dit systeem.’

Wat zijn je ervaringen met België?

Jamal: ‘Van oktober 2007 tot maart 2009 zat ik in een centrum voor minderjarige asielzoekers. Inburgering, Nederlands, ik volgde het allemaal. Nog zes maanden en ik had mijn definitief diploma Nederlands van ‘Den Hof’ in Sint-Niklaas behaald. Ik zat al in niveau vier. Ik kreeg een positieve medische regularisatie door mijn epilepsie, dus kon ik een studio huren in Sint-Niklaas. Later werd die ingetrokken. Ik werd depressief. Mijn psychiater en mijn vrienden zeiden dat ik meer moest buiten komen, mee gaan voetballen. Maar ik ben moe van de medicatie, van het verdriet. Mijn papa en mama, ik ben zelfs vergeten hoe ze eruit zien. Ik heb geen foto van hen. Ze zijn in Pakistan en leven in armoede. Als mama me opbelt, zegt ze: “Waarom heb je nog altijd geen papieren?” Ik vertel haar niet dat ik een negatieve asielbeslissing kreeg, want ze is al zo ziek.’

‘Mijn hart bloedt door wat ik in Europa heb meegemaakt en gezien. Ik ken kinderen die beginnen te huilen als ze politie zien. Ik ben zes jaar in België. Ik was nooit iemand tot last. Wij zijn echte vluchtelingen. Elke week zag ik ontploffingen. Ik zag doden en kon er wekenlang niet van slapen. Mijn stress en epilepsie werden alleen maar erger. Waarom zouden we heel die weg tot Europa afleggen als we geen problemen in Afghanistan zouden hebben? Als België denkt dat we liegen, neem dan honderd Belgen mee naar Afghanistan en laat ze van Afghanistan naar België vluchten. Maar hier krijg ik op één dag botweg te horen dat ik terug naar Afghanistan moet. Wel, schiet me dan liever hier met een pistool dood.’

Hoe verloopt je uitwijzingsprocedure naar Afghanistan?

Jamal: ‘Ik werd opgepakt tijdens de betoging van 25 september, een paar weken geleden. Maar ik was helemaal niet bij de onruststokers. Het was een rustige actie. Alle vrouwen stonden vooraan. Zo toonden we dat we geen oorlog met de politie wilden. Maar waarom, als een paar jongeren problemen zoeken, begint de politie iedereen met traangas te beschieten? Ook kinderen en vrouwen. “Nee, wij bellen niet de ziekenwagen. Jullie moeten maar geen kinderen naar een betoging nemen”, zei de politie toen vrouwen bewusteloos op de stenen lagen. Is dit Europa? Is dit democratie?’

‘De politie boeide me met de handen achter de rug. Als een misdadiger. Ze stopten ons in de cel. We dachten dat we na 24 uur zouden worden vrijgelaten. “Nee hoor, jij blijft opgesloten”, zei de agent. Ik had water nodig. “Neen, ik geef je geen water”, zei de agent. Ik moest huilen van zijn hardvochtigheid. Ik deed net mee aan de actie om papieren te vragen. En wat doet België? Ze sluiten me op om me naar Afghanistan te sturen. Ik voel me in de val gelokt. Ik zag dit gesloten centrum al eens eerder aan de buitenkant, toen we hier betoogden tegen de opsluiting van andere Afghanen. En nu zit ik hier zelf. Mijn vriend Tahib zit hier ook. Hij heeft een vriendin met verblijfsrecht in België, een Iraanse, en een kindje. Ze zijn islamitisch getrouwd. En België gaat hem wegsturen naar Afghanistan. En hun relatie dan?

Wat moeten Belgen weten over Afghanen? 

Jamal: ‘Veel Belgen denken dat wij relschoppers zijn. Maar wij willen werken. Wij willen belastingen betalen. Afghanen zijn niet gevaarlijk. Wij zijn moe van oorlog. Wij zoeken rust. Ik kwam naar hier voor een rustig leven, maar het werd een nachtmerrie. Mijn droom is eenvoudig: leven, trouwen, werken, een gezin stichten. In Afghanistan is dat onmogelijk, en hier kan het niet zonder papieren. Zonder hoop kan ik niet leven. Ik kan niet meer lachen. Ik wil rustig worden, alles donker maken. Ik wil naar een ander land. Duitsland. Daar zal ik zeggen: “Kijk hoe België de Afghanen behandelt. Zes jaar om ons zot te maken en ons dan terugsturen.”’

Hoe zou je terechtkomen, als je binnenkort in Afghanistan zou landen?

Jamal: ‘Ik kan niet aan Afghanistan denken. Ik ben bijna gestorven om in België een leven te kunnen bouwen. En wat moet ik in Afghanistan gaan doen? Mijn familie leeft in Pakistan, in armoede. Mijn zusje is twaalf en gaat niet naar school. Mijn broer is vijftien en moet werken. Papa had niet eens genoeg geld om mij naar school te sturen. Er is al 35 jaar oorlog in Afghanistan. Iedereen moet dat goed begrijpen. Er komen niet toevallig de meeste vluchtelingen vandaan. Dat land is kapot. Ik zit de hele tijd te beven omdat de politie me elke minuut kan komen halen om me op het vliegtuig te zetten. Het lijkt alsof ik in de dodencel zit. Maar als België me met een pistool zou neerschieten, zou ik sneller rust vinden.’

Jozef Hertsens van de Vluchtelingen Ondersteuning Sint-Niklaas (VLOS) staat al jaren aan de zijde van Jamal: ‘Zijn medische regularisatieaanvraag werd afgewezen omdat hij de medicatie tegen epilepsie ook in Kaboel kan krijgen. Jamal durft verantwoordelijkheid opnemen. Bij onze voetbalactiviteiten, bij onze sociale kruidenier, en bij de bezetting van het gebouw in Troonstraat. Ze hadden die dag niet moeten terug gaan om te betogen. De politie pakte actieve jongeren op om de bezettingsactie te breken. De Dienst Vreemdelingenzaken liet zelfs andere vreemdelingen vrij uit de gesloten centra om plaats te maken. Al onze goeie Afghaanse jongens die we met VLOS hielpen en die ons hielpen, werden opgesloten. Een enorme klap voor hen én ons.’


* Fictieve naam omdat betrokkene te bang was om onder zijn echte naam te getuigen.

Verhaal opgetekend door Pieter Stockmans, beleidsmedewerker van Vluchtelingenwerk
oktober 2013

Speelt het feit dat iemand goed geïntegreerd is een rol bij de behandeling van een asielaanvraag?

Neen. Asielinstanties baseren zich enkel op het Vluchtelingenverdrag en de wetgeving rond oorlogsvluchtelingen. Al dan niet goed geïntegreerd zijn speelt daarbij geen rol. Dit is belangrijk: met asiel geeft België bescherming aan mensen die vervolging en geweld ontvluchten. Het feit dat zij geïntegreerd zijn of gemakkelijk kunnen integreren mag daarin geen rol spelen. Je kan immers moeilijk zeggen: jij moest een oorlog ontvluchten maar spreekt geen Nederlands, dus daarom mag je hier niet blijven.

Het gebeurt wel dat mensen zich tijdens hun asielprocedure goed integreren. Als die asielprocedure dan negatief afloopt of erg lang heeft geduurd, is een terugkeer naar het herkomstland niet altijd evident. Zeker voor kinderen en jongeren die de belangrijkste jaren van hun ontwikkeling in ons land doorbrachten, wordt het op een bepaald moment erg moeilijk of zelfs onmogelijk om terug te gaan naar een land dat zij helemaal niet (meer) kennen. Om deze redenen kunnen zij een “regularisatie” van hun verblijf aanvragen. In deze procedure kan integratie wel een belangrijk element zijn.

Probleem: er zijn momenteel geen duidelijke of wettelijke criteria voor regularisatie in België. Goed geïntegreerd zijn of al lang in België wonen, geven dus geen garantie op een regularisatie van je verblijf in België. De Dienst Vreemdelingenzaken, de administratie van de staatssecretaris voor asiel en migratie, kan discretionair beslissen over de aanvraag. Ook heb je identiteitsdocumenten nodig om regularisatie aan te vragen. Dit is vaak een groot obstakel voor veel migranten, en zeker voor Afghanen.