Irakees gezin moest vijf keer verhuizen op een jaar

  • Asielzoekers in de terugkeerplaatsen in Jodoigne

Benoît Daxhelet vertelt over zijn begeleiding en de moeilijkheden van het terugkeertraject

Zainab en Ali vluchten uit Irak met hun kleine kinderen en vragen asiel aan in België. Als soennieten vrezen ze vervolgd te worden door de politie. Zainab en Ali zijn hoogopgeleid en spreken vloeiend Engels. Ik installeer het gezin in één van onze opvanghuizen in Brussel. Een maand later ontvangen Zainab en Ali een eerste negatieve asielbeslissing. Ik informeer hen onmiddellijk over het terugkeertraject. Ze onderteken de documenten, maar dienen ook een beroep in tegen de negatieve beslissing. Zeven maanden later krijgen ze een definitieve negatieve beslissing. Ze moeten naar de terugkeerplaatsen in Sint-Truiden.’

‘Dat is een koude douche voor het koppel. Zainab en Ali zijn letterlijk sprakeloos en iets later beginnen ze te panikeren. Ik probeer hen gerust te stellen en adviseer hen om in het weekend naar de terugkeerplaatsen te gaan. Dat doen ze dan ook, binnen de vereiste vijf dagen. Maar het is kort. We haasten ons om alle informatie te bieden. En de tijd vliegt als we het gezin moeten bereiken, een afspraak vastleggen, een tolk vinden. Nochtans is het zware nieuws dat we hen moeten bezorgen niet makkelijk te verteren. Het zou moeten gepaard gaan met de grootste zorgen en voorzichtigheid. Maar het tegendeel gebeurt.’

De begeleiders in de terugkeerplaatsen onderzoeken amper in welke situatie of plan de mensen zich bevinden. Ze besteden amper aandacht aan de mogelijkheden van het gezin. De procedure wordt strikt toegepast.

‘Onze vertrouwensrelatie was zeer goed. Ik kon hen makkelijk sociaal ondersteunen. Het echtpaar was attent en dankbaar voor de opvang en de veiligheid die wij hen boden. Ze waren verre van veeleisend. Integendeel, Zainab en Ali waren altijd verlegen als ze me iets moest vragen. Hij begreep dat niet ik de beslissingen neem of beïnvloed, en dat ik de overplaatsing naar een terugkeerplaats niet kan verhinderen. Het enige wat ik kon doen was alle relevante informatie over hun situatie op een zo goed mogelijke manier aan de begeleiders in de terugkeerplaatsen overmaken.’

‘Op het moment van hun vertrek informeer ik de begeleider van de terugkeerplaatsen, zodat die alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen kan nemen alvorens hen naar Irak te laten terugkeren. De soennieten bevinden zich immers in een moeilijke situatie in Irak. En, natuurlijk, laat ik ook weten dat Zainab en Ali een tweede asielaanvraag zullen indienen. Ze hebben nieuwe informatie over hun positie als soennieten in een land waar de sjiietische meerderheid aan de macht is.’

‘Het echtpaar belt me vanuit Sint-Truiden. Ze zeggen dat ze goed zijn aangekomen en bevestigen dat ze kort na hun aankomst in de terugkeerplaats een tweede asielaanvraag indienden. Het was nog binnen de dertig dagen, maar het interview bij de asielinstantie was pas op dag 32. “Op dag 30 hebben ze ons met al onze bagage op straat gezet’, zeggen ze. Zo kunnen we natuurlijk niet spreken over echte coaching in de terugkeerplaatsen. De begeleiders daar onderzoeken helemaal niet in welke situatie of plan de mensen zich bevinden, en ze besteden amper aandacht aan de mogelijkheden van het gezin en wachten niet. De procedure wordt strikt toegepast.’

‘Hun tweede asielaanvraag wordt behandeld en daardoor krijgen Zainab en Ali opnieuw recht op opvang. Maar ze mogen niet naar ons opvanghuis terugkeren. Ze worden opnieuw naar een andere plaats getransfereerd, namelijk naar het collectieve centrum van Broechem. Het gezin had altijd in Waalse opvangcentra gewoond: een noodopvangcentrum en een gewoon opvangcentrum. Zo belanden ze in een vijfde opvangstructuur op een jaar: twee in Wallonië, één in Brussel, en twee in Vlaanderen.’

‘De nieuwe asielaanvraag werd behandeld, dus waarom kon deze familie niet gewoon in ons opvanghuis blijven zodat de continuïteit van de begeleiding bewaard werd? Dat zou hen zeker wat meer rust hebben geboden, met hun twee kleine kinderen. Bovendien, als ze nu het vluchtelingenstatuut zouden krijgen, zullen ze nog eens moeten verhuizen en een integratieparcours moeten volgen, afhankelijk van de regio waar ze wonen. Het is ironisch. We moeten ons afvragen of dit wel strookt met de menselijke waardigheid en de logica van een coherent beleid, mensen zoveel op zulke korte tijd doen verhuizen.’

Benoît Daxhelet

meer over het terugkeertraject voor uitgeprocedeerde asielzoekers

Een duurzame terugkeertraject is niet haalbaar in ons huidige opvangsysteem met te veel verschillende fasen. Het is onmogelijk om asielzoekers te begeleiden naar toekomstperspectieven wanneer zij vier of vijf keer moeten verhuizen en telkens een andere referentiepersoon toegewezen krijgen.

De overplaatsing naar een terugkeerplaats introduceert een nieuwe breuk in de begeleiding en dat op een cruciaal moment, niet alleen in hun procedure, maar ook in hun eigen migratieproject. Het totale aantal overplaatsingen waaraan asielzoekers worden onderworpen is absurd, ineffectief en duur. Voor ouders en vooral voor kinderen is het extra moeilijk. Getuige daarvan de beslissingen waarbij arbeidsrechtbanken Fedasil veroordelen om asielzoekers in de oorspronkelijke opvangplaats te blijven opvangen en hen niet onnodig over te plaatsen. Zeker niet als dat zou betekenen dat continuïteit van het onderwijs van het kind verbroken wordt.

Begeleiders in de terugkeerplaatsen geven ook aan dat alle cruciale informatie over wie deze mensen zijn bij elke overplaatsing weer moet worden overgedragen. Een gebrekkige sociale en medische opvolging en administratieve fouten zijn hierbij onvermijdelijk. Telkens wanneer dat gebeurt, brokkelt het vertrouwen weer wat verder af.

Het volledig rapport met verhalen kan je raadplegen via onderstaande link.