Hamid en Suniya

  • Het gezin woont in een appartement in Merksem  © Pieter Stockmans
  • Hamid en Suniya met hun twee kindjes  © Pieter Stockmans

‘Geen woorden kunnen de gruwel van onze vluchtroute beschrijven’

Hamid en Suniya kwamen in 2009 na een lange, traumatiserende reis uit Afghanistan in België aan. Wat volgde was een verderzetting van het hindernissenparcours waaraan ze zich sinds hun vlucht hadden gewaagd. We ontmoeten hen, vele psychische verwondingen later, in hun woning in Antwerpen. Hamid begint voorzichtig aan zijn verhaal, maar al gauw zit hij op het puntje van zijn zetel, vol woede en onbegrip. Suniya houdt zich bezig met de twee kleine kindjes die luidruchtig door het huis hollen.

Hoe was je leven in Afghanistan?

Suniya: ‘Op mijn vijfde huwelijkte mijn vader me uit aan de zoon van onze buurman, een bekende commandant bij de Moedjahedien in Herat. Zij werden verjaagd door de taliban en bleven jarenlang spoorloos. We dachten dat ze dood waren. Ik trouwde met Hamid. Maar toen de taliban uit Herat werden verdreven, kwamen onze buren terug en eisten ze dat ik alsnog zou trouwen met hun zoon. Ze bedreigden mijn vader.’

Hamid: ‘Mij vielen ze twee keer aan. We dienden klacht in bij de politie, maar die deed niks. Er was niemand om ons te beschermen en we moesten vluchten’.

Kan je iets vertellen over je vluchtroute naar België?

Suniya: ‘We probeerden eerst onder te duiken in Herat, maar het was niet veilig. Een mensensmokkelaar beloofde om ons naar een veilig land te brengen. Dat is nu vier jaar geleden.’

Hamid: ‘Geen woorden kunnen de gruwel van onze vluchtroute beschrijven. Op de grens met Iran zag ik met mijn eigen ogen hoe de Iraanse politie vluchtelingen, ook vrouwen en kinderen, als beesten neerschoot. Onze voettocht over de bergpassen duurde uren. In Turkije duwden ze ons met veertig anderen in één kleine autobus die ons over hobbelige, onverharde wegen tot in Izmir bracht. Daar werden we in een bootje naar Griekenland gezet. Maar het zonk en we moesten terugkeren. Na één nacht slapen in een bos namen we een andere boot naar een eiland en dan naar Athene. Ik ben wel tien keer gestorven en terug tot leven gekomen. Als ik opnieuw dezelfde zou moeten afleggen, dan zou ik verkiezen om in Afghanistan te sterven.’ 

Hoe is je asielprocedure verlopen?

Hamid: ‘Ik weet dat veel Afghanen over valse documenten beschikken. Er is nu eenmaal veel corruptie in Afghanistan. Maar onze documenten zijn echt. Het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen had ze tenminste beter kunnen onderzoeken. Ze geloofden ons niet.’

Suniya: ‘Ze nodigen de mensen uit om naar de rechtbank in Brussel te gaan, zo ver van Merksem. En dan laten ze ons geen woord zeggen, ook al is er een tolk aanwezig. Om 9u kwam de voorzitter binnen en een half uur later had hij veertig asielberoepen behandeld. Anderhalve minuut per asielzoeker. Lezen de rechters alleen woorden op papier om over onze levens te beslissen?’

Hamid: ‘Tot november 2011 kregen asielzoekers uit Herat subsidiaire bescherming. Als ons dossier twee maanden vroeger was behandeld, hadden we bescherming gekregen. Dat is niet eerlijk. En ik vind dat jullie niet zo snel zouden mogen beslissen dat de situatie in Afghanistan verbetert. Van zodra de oorlog een beetje minder erg is, grijpen jullie de kans om ons negatieve beslissingen te geven. Afghanistan is nog niet op weg om blijvend te verbeteren. Soms is het er een paar maanden veilig, en dan komen de taliban weer terug. In België doen mensen onderzoek over ons land,via de computer, over ons land. Een land waar ze nooit geweest zijn. Ik geloof eerder mijn familie die zegt dat mensen niet op straat durven komen, dan de documenten van de Belgische staat.’

Wat zijn je ervaringen met België?

Hamid: ‘Het is moeilijk om ons verhaal telkens opnieuw te vertellen, aan de Dienst Vreemdelingenzaken, het Commissariaat-generaal, onze advocaat, het OCMW, jullie, … Het is als een wonde die telkens opnieuw wordt opengereten. En de zalf die we nodig hebben om de wonde te verzorgen, is er niet. Hoeveel keer moeten we ons verhaal vertellen opdat Belgen zouden begrijpen dat we bescherming nodig hebben? Maar toch zijn we België ook dankbaar. Jullie boden ons opvang. Een oude man gunde ons een uur van zijn tijd om uit te leggen hoe je een factuur betaalt. Een restauranteigenaar gaf ons vervallen eten van zijn restaurant toen we niks te eten hadden. Ook al is het erg vernederend om vervallen voedsel te eten dat ook niet halal is. En de school van onze kinderen, die begreep dat we geen inschrijvingsgeld konden betalen. En de sociale assistent die bij het OCMW onze dringende medische hulp in orde bracht toen mijn vrouw zwanger was.’

‘Het liefst wil ik werken. Maar de sociaal assistent zegt dat het niet mag. Had ik de afgelopen maanden gewerkt, dan had ik je mijn verhaal in het Nederlands kunnen doen. Ik moest 11 maanden wachten om me in te schrijven voor Nederlandse lessen en net dan werden we illegaal en kon het niet meer.’

Hoe verloopt je uitwijzingsprocedure naar Afghanistan?

Suniya: ‘Na onze negatieve asielbeslissing waren we een half jaar illegaal. Ik was toen net zwanger. Op de gemeente vertelden ze ons droogjes dat we moesten terugkeren naar Afghanistan. Ze behandelden ons als leugenaars. Dat doet erg veel pijn. Spijtig dat ons beeld van België tijdens die maanden verslechterde. We werden plots met veel minder respect behandeld, gewoon omdat we geen papieren meer hadden.’

Hamid: ‘We wisten niet eens dat we een uitwijzingsbevel hadden. Ik ging naar de gemeente om mijn verblijfskaart te verlengen en toen gaven ze ons het uitwijzingsbevel. Ze luisterden niet toen ik zei dat we niet terug naar Afghanistan konden.’

Hoe zal je terechtkomen, als je binnenkort in Afghanistan zou landen?

Hamid: ‘We wachten op de uitspraak op onze tweede asielaanvraag. We leven al vier jaar in onzekerheid en dat maakt ons gek. Ons lot ligt niet in onze handen. Ik ben bereid om terug te keren naar Afghanistan, het is uiteindelijk mijn land, maar enkel als ik weet dat de situatie veilig is. Niet omdat België zegt dat Afghanistan veilig is. Ik vraag aan jou: waarom verwachten jullie van ons wat jullie zelf niet zouden doen? ‘

Verhaal opgetekend door Pieter Stockmans, beleidsmedewerker van Vluchtelingenwerk
oktober 2013 

Afghaans vluchtelingengezin Azimi: boodschap aan België