Tien jaar opvangwet

De opvangwet bestaat tien jaar. Ze bepaalt wie recht heeft op opvang en welke rechten en plichten asielzoekers hebben. Kwalitatieve opvang en begeleiding zijn essentieel voor het welzijn van asielzoekers en voor een correcte en vlotte asielprocedure. De ervaring en indrukken die asielzoekers tijdens de periode in de opvang opdoen hebben een belangrijke impact op hun toekomst in België of in hun land van herkomst. Sinds de invoering van de opvangwet is de kwaliteit van de opvang zichtbaar verbeterd. Er werd in de afgelopen tien jaar veel expertise opgebouwd waardoor België het in vergelijking met andere Europese landen zeer goed doet. Toch kunnen we niet blind blijven voor de minder goede zaken binnen de opvang.

De tiende verjaardag van de opvangwet is een goede gelegenheid om stil te staan bij de positieve elementen in de opvang, maar ook bij de tekortkomingen. Een groot probleem is de enorme variatie in kwaliteit van infrastructuur en begeleiding tussen de verschillende opvangstructuren. Deze verschillen zorgen voor onduidelijkheden en frustraties bij bewoners en leiden tot stress en minder welzijn.

De grote verschillen kunnen we deels verklaren door het gebrek aan duidelijke transparante normen waaraan opvangstructuren moeten voldoen. De opvangwet heeft dit wel voorzien, maar het nodige uitvoeringsbesluit werd in de laatste tien jaar nooit uitgewerkt. Er bestaan ook geen duidelijke regels rond de controle van deze structuren. Deze regels moesten eveneens in het uitvoeringsbesluit worden uitgewerkt. Vandaag is het dus helemaal niet duidelijk volgens welke criteria en met welke gevolgen, Fedasil, de opvangstructuren evalueert.

Naast deze verschillende onuitgewerkte uitvoeringsbesluiten, worden enkele rechten die voorzien zijn in de opvangwet op zeer verschillende manieren of helemaal niet geïmplementeerd. De opvangwet voorziet bijvoorbeeld dat elke asielzoeker beroep kan doen op een maatschappelijk werker voor individuele en permanente begeleiding. In de praktijk zien we dat de kwaliteit, de frequentie en de taken van de begeleider enorm verschillen tussen de opvangstructuren. Hier zijn verschillende verklaringen voor onder andere een gebrek aan een duidelijke takenpakket en gemeenschappelijk opleiding voor begeleiders en te hoge werkdruk.

Een ander voorbeeld is de toegang tot psychologische verzorging. Dit is verzekerd in de wet, maar in de praktijk niet altijd mogelijk. Een gebrek aan psychologen en gespecialiseerde instellingen en verschillende financieringsmechanismes tussen de verschillende structuren zijn enkele oorzaken. Ook toegang tot tolken blijft vaak enkel wet. Hier spelen wederom het aanbod van tolken en discussies over bevoegdheden een rol.

De opvangwet voorziet ook dat asielzoekers na zes maanden in collectieve centra een aanvraag indienen om de verhuizen naar individuele opvang. ECRE (de koepel van Europese vluchtelingenorganisaties), de Commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa en de Federale ombudsman bevestigen allemaal dat een te lang verblijf in collectieve centra negatieve gevolgen heeft voor het psychologisch welzijn. Dit recht is met andere woorden zeer belangrijk. In de praktijk wordt de mogelijkheid tot transfer niet toegepast waardoor asielzoekers soms langer dan een jaar in collectieve centra moeten verblijven met negatieve gevolgen voor hun welzijn van dien.

Kwalitatieve opvang in België moet verdedigd worden. Er is nog heel wat ruimte voor verbetering. De tiende verjaardag van de opvangwet is een ideaal moment om hierbij stil te staan en nieuwe ambitieuze doelstellingen te formuleren voor de toekomst. Kwalitatieve opvang en begeleiding komen niet enkel de asielzoekers, maar de hele samenleving ten goede en moeten daarom bewaakt worden.