België houdt amper rekening met belang kind in asielaanvraag

  • Belang kind asielaanvraag

In 2019 vroegen ongeveer 200.000 minderjarigen asiel aan in de EU. Daarvan waren er 14.000 niet-begeleide minderjarigen vluchtelingen. Wanneer een minderjarige asiel aanvraagt in België, moet ons land nagaan of het wel bevoegd is om de asielaanvraag te onderzoeken. We zien dat er amper rekening wordt gehouden met het hoger belang van het kind bij het nemen van zo’n beslissing. In onze nota gaan we daarop verder in en geven we aanbevelingen voor de Belgische overheid. Want iedereen, ook kinderen op de vlucht, heeft recht op een menswaardig bestaan.

We ontdekten verschillende tekortkomingen bij de huidige praktijken in België en geven aanbevelingen in onze nota voor de Belgische overheid om het beter te doen. Of België wel bevoegd is om een asielaanvraag van een minderjarige te onderzoeken, wordt bepaald door de Europese Dublin III-verordening. Het kan zijn dat een andere EU-lidstaat verantwoordelijk is voor de asielaanvrager.

In dat geval mag België de asielzoeker naar die lidstaat (terug)sturen, door het nemen van een ‘Dublin-beslissing’.

Vooraleer België een minderjarige kan terugsturen naar de verantwoordelijke lidstaat, moet het nagaan of deze ‘transfer’ wel in het belang is van het hoger kind. Dit beginsel is wettelijk verankerd in internationale verdragen, Europees recht en in Belgisch recht. Zo moet het belang van het kind volgens het Kinderrechtenverdrag voorop staan bij alle maatregelen die kinderen aangaan.

De Belgische grondwet heeft deze bepaling zo goed als letterlijk overgenomen, waardoor het ook van toepassing is op de Vreemdelingenwet. Tot op heden is het hoger belang van het kind echter geen overkoepelend principe dat in élke procedure -ongeacht dewelke- systematisch terugkomt.

Respect voor belang van het kind

In deze nota onderzoeken we of de Belgische overheid het hoger belang van het kind laat primeren in ‘Dublin-beslissingen’. Hiervoor analyseerden we rechtspraak van arresten uitgesproken door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. De Raad is de rechterlijke instantie waar je een beroep kan indienen tegen een ‘Dublin-beslissing’ als je het hier niet eens mee bent.

Uit onze analyse blijkt dat het belang van het kind amper wordt beoordeeld bij het nemen van een ‘Dublin-beslissing’. Daarnaast interpreteert de Raad het hoger belang van het kind niet op een consistente manier, waardoor er op dit vlak weinig rechtszekerheid is.

Op basis van deze -en nog andere gebreken- formuleren we enkele aanbevelingen voor de Belgische overheid. De belangrijkste hiervan is de vraag om een verplichte afweging van en respect voor het hoger belang van het kind als overkoepelend principe in de Vreemdelingenwet op te nemen.

Meer info?

Lees hier onze nota