Verhalen

Hier vind je alle interviews en verhalen van onze vrijwilligersgroepen en vrijwilligers!

Hand in Hand Gent

Enkele uren voor de officiële start van de Gentse Feesten, ontmoet ik Chris Bens in de Lousbergmarkt in Gent, aan de rand van de Heirniswijk. Chris heeft het programma van het tiendaagse stadsfestival bij zich. Ze wijst zondag aan. Dan neemt ze deel aan de stadsdebatten. Daar gaat ze met Gentse academici, politici en spelers uit het middenveld in debat over diversiteit, duurzaamheid en gelijkheid: ‘Ook wij, vrijwilligers, moeten van ons laten horen, in wat we doen én wat we zeggen.’ De toon is gezet. Welkom in Gastvrij Netwerk.

Chris Bens is al meer dan 25 jaar één van de sleutelfiguren van de vrijwilligersgroep Hand in Hand in Gent. Hand in Hand nationaal is een  ‘Ook wij, vrijwilligers, moeten van ons laten horen, in wat we doen én wat we zeggen’ vzw die na de verkiezingen van 1991, ‘zwarte zondag’, ontstond. Hand in Hand nationaal (of ‘Hand in Hand tegen racisme’) wil ‘een dam opwerpen tegen racisme, door op te komen voor meer sociale rechtvaardigheid’. Dat doen ze door manifestaties te organiseren en buurtcomités op te richten. Uit die beweging komt de groep van Chris, die in de Heirnisbuurt gevestigd is, voort. 

De Vissenwijk

Hand in Hand is actief in de Heirniswijk, ook wel 'de Vissenwijk” genoemd. De wijk ligt in het zuidoosten van Gent-centrum en grenst aan de gemeentes Gentbrugge, Ledeberg en Sint-Amandsberg. De vrijwilligersgroep werkt dus heel lokaal. Maar de werking reikt tegelijkertijd ver. Zo heeft Hand in Hand  in de loop der jaren een uitgebreid netwerk van partners uitgebouwd.

Hand in Hand werkt nauw samen met het Gentse Agentschap voor Integratie & Inburgering 'In-Gent', de dienst Integratie van de stad Gent, het gemeentebestuur, OCMW, Orbit vzw, etc. Ze gaan bij de diensten te rade en stellen zelf projecten voor. Samen met de Werkgroep Vluchtelingen Gent bieden ze huiswerkbegeleiding aan.

‘Wij zijn een veelkleurige, pluralistische groep van oude en nieuwe Belgen, vluchtelingen met en zonder papieren die geloven in solidariteit en een menselijker samenleving. Wij werken samen in wederzijds respect.’ Chris zucht: ‘Je hoort zoveel negatiefs in de media. Ik mis die andere stem. Waar blijven die positieve verhalen?’ ‘Je hoort zoveel negatiefs in de media. Ik mis die andere stem. Waar blijven die positieve verhalen?’

Sensibiliseren

Dat is wat Hand in Hand wil doen. Ze willen de publieke opinie sensibiliseren. ‘Wij willen het thema uit de taboesfeer halen en bestaande vooroordelen weerleggen.’ Dat doen ze door vormingen te geven, vluchtelingen te laten getuigen en infomomenten te organiseren.

Maar momenteel eist het andere luik van hun werking vooral de aandacht op. Met een 30-tal vrijwilligers organiseren ze hulp voor concrete noden. De groep organiseert huisbezoeken en begeleiding naar medische diensten. Met advocaten en andere diensten stellen ze individuele dossiers samen. Ze helpen bij administratieve taken, ondersteunen bij het betalen van de huishuur of zoeken naar financiële ondersteuning in crisissituaties, etc. Dit is slechts een greep uit de vele taken die ze uitvoeren.

Diverse groep

Hand in Hand is een groep die vele nationaliteiten en culturele achtergronden samenbrengt. ‘Dat is ook het uitgangspunt van onze werking’, zegt Chris. ‘We zetten ons niet in ‘voor’ maar ‘met’ de mensen van de doelgroep. Wij hanteren het principe van onderlinge solidariteit. Wij verwachten van de mensen dat zij zich actief inzetten in onze werking, afhankelijk van hun mogelijkheden.

Dit maakt hen minder afhankelijk en zorgt ervoor dat ze hun gevoel van eigenwaarde kunnen behouden. Ze maken immers deel uit van een werking waar ze ook hun steentje bijdragen. Bovendien hebben we het voordeel van vele talen en ervaringsdeskundigen in huis te hebben.’ Vele mensen die aanvankelijk met een hulpvraag bij Hand en Hand aanklopten, zijn bij Hand in Hand gebleven en zetten zich nu actief in als vrijwilliger. 

Het is ook een uitdaging geweest om zo’n diverse groep mensen te doen samenwerken. Zo waren er de maandelijkse vergaderingen die volgens het klassieke stramien verliepen. ‘Dat werkte niet echt’, vertelt Chris. ‘Velen kwamen te laat op de vergadering.’ Bovendien werkte het puntjes-overlopen-systeem niet. Vaak was er zo één persoon aan het woord en bleef de inbreng van de anderen beperkt. ‘We hebben het over een andere boeg gegooid.’ ‘We hebben mensen in onze groep die het heel moeilijk hebben. Elk beetje helpt’

Brunch

Nu organiseert Hand in Hand maandelijks een brunch, telkens op een zondag, van 11u tot 12u. Alle  vrijwilligers, die ook hun kinderen mogen meebrengen, eten samen.

Het is als een grote familiebijeenkomst met een lekker en gezond zelfbedieningsbuffet en producten van Oxfam Wereldwinkel. Om 12u15 gaat de vergadering van start. Twee vrijwilligers organiseren activiteiten voor de kinderen. Van het eten dat overblijft, worden pakketten gemaakt die nadien worden meegegeven: ‘We hebben mensen in onze groep die het heel moeilijk hebben. Elk beetje helpt.’

Nadat de praktische agendapunten kort zijn overlopen, neemt de vergadering van Hand in Hand de vorm aan van een rondetafelgesprek. De groep kiest maandelijks een thema dat leeft in de groep. Daar wordt over gediscussieerd . Iedereen die dat wil kan iets inbrengen. Er wordt met respect geluisterd.

De thema’s die de groep bespreekt zijn legio: geloof, ongelijkheid, de rol man-vrouw, vrije tijd, cultuur, intrafamiliaal geweld, ...  'We gaan geen thema uit de weg', zegt Chris. 'We leren elkaar en elkaars standpunten zo kennen. We luisteren en leren van elkaar. Bovendien heb je soms vooroordelen over hoe iemand zal nadenken over een thema. Terwijl dat net het tegenovergestelde blijkt.'

Expertise

Ook de expertise van een groep als Hand in Hand reikt ver. Er is veel vakkennis en expertise opgebouwd over alles wat met vluchtelingen te maken heeft. Die kennis en ervaringen geven ze bijvoorbeeld door via workshops aan studenten van de Universiteit Gent en Arteveldehogeschool.  Hoever gaan we? Hoe beschermen we onszelf? Ik vraag me af hoe andere groepen hiermee omgaan.’

‘Maar daar is ook een keerzijde aan’, zegt Chris. ‘Heel vaak vullen wij als vrijwilligers de gaten op die de sociale sector laat. De sociale sector heeft een gebrek aan middelen, mensen en kennis en dus zullen de vrijwilligers het wel oplossen. Dat lijkt vaak de gangbare redenering te zijn.’

Bovendien wringt dat, want voor het werk die de vrijwilligers van Hand in Hand doen – of het nu om vertaalwerk, juridische ondersteuning, contacten met de scholen, financiële tussenkomsten, etc. gaat –  krijgen ze van de bevoegde instanties weinig waardering. ‘Dat is frustrerend. We worstelen als groep met de vraag waar onze maximum grenzen liggen. Hoever gaan we? Hoe beschermen we onszelf? Ik vraag me af hoe andere groepen hiermee omgaan.’

Hart en ziel

Het werk dat Chris en haar team doet, zoals het werk van alle vrijwilligersorganisaties die ik de komende maanden zal ontmoeten, is lovenswaardig. Ondanks de uitdagingen van de groep en de frustraties die er mee gepaard gaan, doet Hand in Hand wat ze doen met hart en ziel. De verhalen die Chris met mij deelt zijn hartverwarmend. Het zijn zo’n verhalen die ik tijdens mijn ‘ronde door Vlaanderen’ langsheen de vrijwilligersgroepen van Gastvrij Netwerk keer op keer zal tegenkomen.

Zo had Chris onlangs een spontaan feest in haar tuin. ‘De buren, een Afghaans gezin, wilden barbecueën, maar hadden geen barbecue. Ze kwamen dus bij ons aankloppen. Wij hadden de tuin, het barbecue-stel kwam van een Iraanse vrijwilliger. Uiteindelijk belandden we allemaal samen aan tafel. Het was een heerlijke avond met mensen van over de hele wereld samen, in hún wijk.’ 'Het was een heerlijke avond met mensen van over de hele wereld samen, in hún wijk’ 

We ronden ons gesprek af en spreken af om in contact te blijven. Bij het verlaten van de markt toont Chris me nog snel een foto van een jongen voor wie zij nu zijn ‘Belgische oma’ is. Zijn grootouders zijn nog in het thuisland. De kinderen hebben hier vaak geen familie meer en die missen ze. Dus worden wij dat een beetje. Chris lach.: ‘En zo heb ik héél veel kleinkinderen!’

Vragen?

Heb je een vraag voor Hand in Hand? Je kunt hen contacteren via Handinhand-gent@telenet.be  of chris-bens@telenet.be of per telefoon via 0498 08 68 36.

Najaarsprogramma van Hand in Hand

  • Brunchvergaderingen op zondag 8 september, 13 oktober, 10 november en 25 december. Op 13 oktober is er aansluitend een vorming “omgaan met racisme” door vzw Orbit. Op 25 december krijgt de vergadering een feestelijk eindejaarstintje. 

    Onze brunchvergaderingen gaan altijd door op zondag, vanaf 11u is er een brunch met zelfbedieningsbuffet, om 12u15 beginnen we dan met de vergadering (en worden de kindjes door 2 vrijwilligers opgevangen). Alles vindt plaats in het Buurtcentrum Macharius-Heirnis, Tarbotstraat 61a, 9000 Gent. 
  • Zaterdag 23 november: speculaas bakken
  • Zondag 24 november: speculaas verkopen
  • Zaterdag 25 januari 2020 : Hand-in-Hand Quiz

KAJ de MUG - Omran

Ik ontmoet Omran voor het eerst op het slotfeest van het adokamp van KAJ de MUG. Ooit nam hij zelf als nieuwkomer deel aan het jaarlijkse zomerkamp. Vandaag is hij één van de organisatoren: ‘Ik vind het wel belangrijk. Uit ervaring weet ik dat iemand die verantwoordelijkheid krijgt voor iets ook meer zijn best zal doen om zich te integreren, om de dingen te begrijpen. Zo geven we degenen die in de groep komen een kans om zich meer in te zetten voor de samenleving. En zichzelf te verbeteren, de taal te verbeteren.’ Het verhaal van Omran is krachtig, en inspirerend.

In 2008 kwam Omran met zijn familie in België aan. Hij was toen 13 jaar. Hij en zijn gezin ontvluchtten Afghanistan (Kaboel) en zochten bescherming in België. Hun weg werd een eindeloze strijd van procedures, afkeuringen, uitwijzingen en beroep aantekenen. Aanvankelijk verbleef het gezin in een opvangcentrum in Antwerpen. Later werden ze overgeplaatst naar Tienen, Anderlecht en Sint-Gillis. Nu wonen ze in Oost-Vlaanderen: ‘We verhuisden heel vaak, maar zijn altijd samen gebleven.’

In april van dit jaar werden Omran en zijn jongere broer uiteindelijk, na 11 jaar en 3 maanden, als oorlogsvluchteling erkend. Hun ouders en oudere broer blijven achter zonder erkenning: ‘Ik heb geen idee. Ik durf niet zeggen of zij erkend zullen worden. We hebben zoveel meegemaakt. Ik hoop vooral dat we verlost zullen raken van deze situatie die echt niet normaal is.’

Het gezin wou een nieuw leven in België beginnen, maar raakte vast in een uitzichtloze situatie: ‘Toen het 8 jaar was, dacht ik, dit duurt té lang. Nu zijn we nog eens 3 jaar verder ... Vier maanden geleden dacht ik echt dat ik gek zou worden. Je zit in een constante onzekerheid. Je wordt gevraagd om België te verlaten. Daarna moet je het land toch niet verlaten. En dat herhaalt zich de hele tijd. En tegelijkertijd heb ik examens. Dus dat was heel zwaar. Vanaf het 1ste middelbaar, tijdens de examens, werd ik altijd gevraagd om België te verlaten.’ Naar school gaan was niet makkelijk: ‘Ik heb mijn school op een hele moeilijke manier afgewerkt. Ik kreeg hulp van niemand. Geen studiegeld, geen kinderbijslag. Het leefloon dat we kregen, was zo weinig dat we op het einde van de maand niet rondkwamen. Het was zo weinig voor 5 personen. Alles moesten we zelf betalen, maar tegelijkertijd mochten we niet werken. We werden gedwongen om in die situatie te leven. Dat is echt niet menselijk.’

KAJ de MUG

Vanaf 2011 begeleidt een assistent van Caritas International het gezin: ‘Zij wist dat we al jaren geen vakantie hadden gehad. Dat er heel veel spanning was. Dat we voortdurend in procedures zaten. Toen vroeg ze ons of wij op kamp wilden gaan. En zij heeft ons ingeschreven bij KAJ de MUG.’ In de zomer van 2013 gaan Omran en zijn jongere broer Milad voor het eerst op kamp met KAJ de MUG: ‘Het eerste kamp was fantastisch. Dat was dé periode van mijn leven. Dat zal ik niet vergeten.’ Omran en zijn broer ontmoetten er andere jongeren: ‘We konden elkaar heel goed begrijpen omdat we in dezelfde situatie zaten. We moesten het niet aan elkaar uitleggen.’

'Ik heb nog nooit het gevoel gehad dat ik anders ben dan de andere leden van KAJ de MUG' En dan waren er ook de vrijwilligers: ‘Pol, Jacques, Lieve en Martine waren er toen bij. Het contact met hen was super. Ik ben mijn heel snel deel van de familie beginnen voelen. KAJ de MUG is echt een familie. Geen organisatie, geen vrijwilligers. Het is een familie die samenkomt om te spelen, te praten, zich te amuseren. Ik heb nog nooit het gevoel gehad dat ik anders ben dan de andere leden van KAJ de MUG. Er is geen verschil.’ Omran benadrukt het verschil dat hij ervaarde met andere organisaties: ‘Er is in andere organisaties een vorm van afstand die bij KAJ de MUG volledig wegviel.’ De relatie van hulpvrager en hulpverlener stond er op de achtergrond en de focus verlegde zich van de problemen en wat allemaal niet kon, naar wat wél kon. Dat was samen spelen, sporten, koken en vóóral die momenten delen en mensen ontmoeten: ‘Nieuwe vrienden maken, nieuwe mensen leren kennen, nieuwe organisaties ontdekken. Het was niet enkel KAJ, maar via KAJ kwam ik ook in contact met andere mensen.’ 

Sociaal netwerk

KAJ de MUG gaf Omran de kans om zijn netwerk uit te breiden. Hij ontmoette mensen met wie hij zijn verhaal kon delen: ‘Toen wij op kamp gingen, overnachtten wij ook in een gastgezin. Zo heb ik mensen leren kennen, die mij later ook met mijn procedures hebben geholpen. Ze hielpen mij omdat ik mijn situatie aan hen uitlegde. Ze waren supervriendelijk en betrokken. Ik heb nog altijd met hen contact. Ik ben hen nog altijd dankbaar. Ze hebben veel voor mij gedaan.’

Omran vertelt over een familie uit Hoogleden die hem in 2016 hielp bij een eerste actie tegen de repatriëring die het gezin boven het hoofd hing: ‘2016 was het hoogtepunt van onze situatie. We werden bijna uit ons huis gezet. We moesten ons huis verlaten. Dus ik was ten einde raad. Tot 2016 had ik  op school nooit over mijn situatie gesproken. Ik heb toen met mijn leerkrachten gesproken. Zij hebben een actie voor mij georganiseerd waarbij ook schrijver Ish Ait Hamou betrokken was. Die familie die ik via KAJ de MUG had leren kennen, is toen ook gekomen. Ze brachten bloemen mee en heel veel mensen. Toen ik in het vijfde en zesde middelbaar zat, hebben veel mensen mij geholpen. Zo is er ook onze advocate die ons al die jaren bleef steunen. Ik ben haar ongelooflijk dankbaar.' 

Omran besluit om zich bij KAJ de MUG aan te sluiten. De groep hielp hem om af en toe te ontsnappen van zijn situatie: ‘KAJ de MUG was iets nieuws voor mij. We deden gezelschapsspelen, hielden dialoogtafels waarbij we over allerlei thema’s praatten. We gingen op weekend en ontmoetten andere groepen zoals KAJ Nationaal.’ Het groepsgevoel is hecht: ‘Het is omdat we zoveel hebben meegemaakt. Omdat we tijdens het jaar veel werken, veel te doen hebben en dan kunnen we daar even uit weg.’

De fakkel doorgeven

‘Twee jaar geleden gaven Pol, Martine, Lieve en Jacques de fakkel aan ons door.’ ‘Ons’, dat zijn Milad, Deborah, Hao, Musaffo en de broers Ali Sajad en Shoaib. ‘Dat was gepland, ze hadden ons dat gevraagd, maar we wilden dat ook. Nu zijn we zelf verantwoordelijk voor KAJ de MUG. Pol blijft altijd op de achtergrond, maar het is aan ons om dingen te organiseren. Het is leuk werk en ik vind het belangrijk. Uit ervaring weet ik dat iemand die verantwoordelijk is voor iets ook meer zijn best zal doen om zich te integreren, om de dingen te begrijpen. Daarmee geven we ook degenen die in de groep komen een kans om zich meer in te zetten voor de samenleving. En ook zichzelf te verbeteren, de taal te verbeteren. Het dus eigenlijk zowel een bewuste als een onbewuste invloed op de persoon zelf. Het is echt belangrijk om iedereen mee in de werking te hebben.’

'Uit ervaring weet ik dat iemand die verantwoordelijk is voor iets ook meer zijn best zal doen om zich te integreren, om de dingen te begrijpen'De positieve ervaringen die Omran in KAJ de MUG had, wil hij aan andere jongeren meegeven: ‘KAJ is een soort integratieproces. Zoals bij het gastgezin logeren. Diegenen die jou uitnodigen zijn mensen open staan voor onze verhalen. Ze hebben heel veel begrip voor ons en voor onze situatie. […] Wat ik altijd grappig vond, als iemand van ons geen Nederlands sprak ... Ze gingen ervan uit dat wij allemaal Nederlands spraken, hetzelfde taalniveau hadden. Dus werd er vaak heel snel gesproken. Ik voelde me zo altijd Belg. En ik bleef altijd maar knikken.’

Toekomst

Hoe onzeker de situatie voor zijn familie blijft, Omran is een doorzetter. Hij heeft dromen en ambities. Hij studeert rechten aan de UGent en wil ‘een bruggenbouwer worden.’ Hij wil mensen verbinden, samenbrengen, elkaar laten ontmoeten. En natuurlijk ook zaken aankaarten. Het werk dat KAJ de MUG en de vrijwilligers doen, vindt hij van onschatbare waarde:  ‘Het is zo belangrijk om de focus op de meest kwetsbaren te leggen. Zij komen niet aan het woord en de politiek is er niet. Groepen als KAJ de MUG geven hen een thuis én een stem.’ 

Dat overheidsinstanties soms ver van de echte verhalen staan, bewijst ook de brief die Omran onlangs in de bus kreeg: ‘Ik moest mij bij het Agentschap Integratie & Inburgering aanmelden om een inburgeringscursus volgen.’ Hij lacht. Omran voelt zich Belg, veel meer dan Afghaan: ‘Ik las het boek ‘Identiteit’ (Paul Verhaege, 2012, ed.). Toen ik zijn theorie over meervoudige identiteit voor de eerste keer las, snapte ik het niet. Nu wel. Ik combineer allerlei identiteiten waarbij vooral het deeltje Belg momenteel domineert. Logisch, want het is hier dat ik verder aan mijn verhaal wil werken.’ 

De actie die voor Omran Barikzai werd opgezet, kwam in Terzake op 27 april 2016. Herbekijk de reportage: Wie is Omran Barikzai?

Heb je een vraag voor Omran of wil je KAJ de MUG contacteren? Dat kan via musaffo01@gmail.com of pol.arnauts@compaqnet.be

Het verhaal van Mohamed

Mohamed kwam in 2010 in België aan en ging vorige week aan de slag als lasser. Zijn parcours getuigt van veel geduld en doorzettingsvermogen. Begeleiding kreeg hij van de vrijwilligersgroep Asielzoekers Integratie Zemst (AZIZ). In 2018 zette AZIZ zijn activiteiten stop. De groep was 18 jaar actief en werd getrokken door Josée Goethals. Zij tekende het verhaal van Mohamed op.

'Men zegt wel eens dat een vluchteling tijd nodig heeft voor hij of zij op de arbeidsmarkt rendeert. Ik kan ervan meespreken!'

Ik pik gemakkelijk talen op. In mijn land van herkomst is de moedertaal Swahili, maar in de plaatselijke vishandel leerde ik ook Arabisch. Als vluchteling leerde ik Engels en Nederlands. Sinds ik werk heb ik ook een basis Frans. In België mocht ik van het OCMW waar ik in opvang zat, pas naar Open School nadat ik toestemming tot langdurig verblijf kreeg. In afwachting kreeg ik lessen van vrijwilligers. Al met al bereikte ik na 3 jaar verblijf in België het attest Nederlands 2.2.

Na mijn erkenning als vluchteling werkte ik onder ‘artikel 60’. Omdat ik niet zo jong meer was, duurde dit 14 maanden. Aangezien ik in mijn land van herkomst geen toegang tot onderwijs of een opleiding had, was ik heel blij dat ik in België wel kans kreeg om, na afloop van de artikel 60-periode, een beroepsopleiding bij VDAB aan te vragen.

VDAB-traject

Ik was 7 maanden werkloos vooraleer ik kon beginnen bij VDAB . Ik voelde me sterk met mijn CVO-attest Nederlands 2.2. maar tot mijn grote verbazing moest ik opnieuw Nederlands volgen. De VDAB droeg me op om de cursus ‘NL voor anderstaligen in technische beroepen’ te volgen. Gelukkig zag men na 2 weken in dat dit verloren tijd was en mocht ik naar een beroepsopleiding doorstromen.

Eerst volgde ik een korte VDAB beroepsopleiding ‘basistechnieken mechanica’ en startte daarna de langere beroepsopleiding ‘lassen’. Ik heb daar veel geleerd. Ik leerde er niet alleen de verschillende lastechnieken, maar kwam ook in contact met de taalpraktijk, werkdiscipline en omgang met collega’s. Ik deed het werk graag. Mijn instructeur vond dat ik talent en inzicht voor het lassen had. Ik was dan ook heel fier met mijn attest waarmee ik na 14 maanden ‘afstudeerde’.

In 2014 kwam mijn gezin in België aan. Ik wilde zo snel mogelijk werk vinden. Na 2 maanden kon ik in interim beginnen als metaalsnijder. Ik vroeg natuurlijk wel of het mogelijk was om te kunnen doorgroeien naar een functie van lasser mocht er een vacature in het bedrijf vrijkomen. Na 11 maanden als interim kreeg ik een contract van onbepaalde duur als metaalsnijder.

In het bedrijf waar ik werk is het een komen en gaan van werknemers, zowel voor het metaal snijden als voor lassen. Vaak herhaalde ik mijn vraag om door te groeien. Ik stuurde zelfs een keer een brief aan de directeur. Maar ik kreeg de kans niet. Ondertussen bleef ik mijn werk als metaalsnijder nauwgezet en gemotiveerd uitvoeren waarvoor ik wel meermaals waardering kreeg.

Lasser

Dit jaar was ik het echt beu. Ik begon te solliciteren bij bedrijven die op zoek waren naar een lasser. Toevallig kwam onze directeur dit te weten en … toen stelde hij voor om door te schuiven naar de afdeling van lassen. Ik was natuurlijk heel blij. Mijn ploegbaas daarentegen was veel minder tevreden en bracht in dat mijn vaardigheden als lasser na vijf jaar niet meer up to date waren. Er kwam een externe expert om mijn vaardigheden te testen. Ik slaagde met glans. Eindelijk zal ik als lasser kunnen werken! Voor mij betekent dat een job die mij veel meer ligt en een hoger loon oplevert.

Toen de directeur me vroeg waarom ik toch zo vasthield aan dat lassen, antwoordde ik hem met een beeld zoals we dit gewend zijn van mijn herkomstland: 'Stel dat u opgeleid bent als piloot, maar door omstandigheden moet beginnen als vrachtwagenchauffeur. Wat zou u dan doen?' 'Stel dat u opgeleid bent als piloot, maar door omstandigheden moet beginnen als vrachtwagenchauffeur. Wat zou u dan doen?'

Toen ik mijn vroegere instructeur van de VDAB op de hoogte bracht, vertelde hij me dat bedrijven tegenwoordig wel rekening moeten houden met de VDAB-attesten van sollicitanten. Dat hoop ik. Het kan toch niet goed zijn dat we met zijn allen VDAB-trajecten ondersteunen om mensen een goede opleiding te bieden, maar waarmee bedrijven vervolgens geen rekening houden?