Verhalen

Hier vind je alle interviews en verhalen van onze vrijwilligersgroepen en vrijwilligers!

Hand in Hand Gent

Enkele uren voor de officiële start van de Gentse Feesten, ontmoet ik Chris Bens in de Lousbergmarkt in Gent, aan de rand van de Heirniswijk. Chris heeft het programma van het tiendaagse stadsfestival bij zich. Ze wijst zondag aan. Dan neemt ze deel aan de stadsdebatten. Daar gaat ze met Gentse academici, politici en spelers uit het middenveld in debat over diversiteit, duurzaamheid en gelijkheid: ‘Ook wij, vrijwilligers, moeten van ons laten horen, in wat we doen én wat we zeggen.’ De toon is gezet. Welkom in Gastvrij Netwerk.

Chris Bens is al meer dan 25 jaar één van de sleutelfiguren van de vrijwilligersgroep Hand in Hand in Gent. Hand in Hand nationaal is een  ‘Ook wij, vrijwilligers, moeten van ons laten horen, in wat we doen én wat we zeggen’ vzw die na de verkiezingen van 1991, ‘zwarte zondag’, ontstond. Hand in Hand nationaal (of ‘Hand in Hand tegen racisme’) wil ‘een dam opwerpen tegen racisme, door op te komen voor meer sociale rechtvaardigheid’. Dat doen ze door manifestaties te organiseren en buurtcomités op te richten. Uit die beweging komt de groep van Chris, die in de Heirnisbuurt gevestigd is, voort. 

De Vissenwijk

Hand in Hand is actief in de Heirniswijk, ook wel 'de Vissenwijk” genoemd. De wijk ligt in het zuidoosten van Gent-centrum en grenst aan de gemeentes Gentbrugge, Ledeberg en Sint-Amandsberg. De vrijwilligersgroep werkt dus heel lokaal. Maar de werking reikt tegelijkertijd ver. Zo heeft Hand in Hand  in de loop der jaren een uitgebreid netwerk van partners uitgebouwd.

Hand in Hand werkt nauw samen met het Gentse Agentschap voor Integratie & Inburgering 'In-Gent', de dienst Integratie van de stad Gent, het gemeentebestuur, OCMW, Orbit vzw, etc. Ze gaan bij de diensten te rade en stellen zelf projecten voor. Samen met de Werkgroep Vluchtelingen Gent bieden ze huiswerkbegeleiding aan.

‘Wij zijn een veelkleurige, pluralistische groep van oude en nieuwe Belgen, vluchtelingen met en zonder papieren die geloven in solidariteit en een menselijker samenleving. Wij werken samen in wederzijds respect.’ Chris zucht: ‘Je hoort zoveel negatiefs in de media. Ik mis die andere stem. Waar blijven die positieve verhalen?’ ‘Je hoort zoveel negatiefs in de media. Ik mis die andere stem. Waar blijven die positieve verhalen?’

Sensibiliseren

Dat is wat Hand in Hand wil doen. Ze willen de publieke opinie sensibiliseren. ‘Wij willen het thema uit de taboesfeer halen en bestaande vooroordelen weerleggen.’ Dat doen ze door vormingen te geven, vluchtelingen te laten getuigen en infomomenten te organiseren.

Maar momenteel eist het andere luik van hun werking vooral de aandacht op. Met een 30-tal vrijwilligers organiseren ze hulp voor concrete noden. De groep organiseert huisbezoeken en begeleiding naar medische diensten. Met advocaten en andere diensten stellen ze individuele dossiers samen. Ze helpen bij administratieve taken, ondersteunen bij het betalen van de huishuur of zoeken naar financiële ondersteuning in crisissituaties, etc. Dit is slechts een greep uit de vele taken die ze uitvoeren.

Diverse groep

Hand in Hand is een groep die vele nationaliteiten en culturele achtergronden samenbrengt. ‘Dat is ook het uitgangspunt van onze werking’, zegt Chris. ‘We zetten ons niet in ‘voor’ maar ‘met’ de mensen van de doelgroep. Wij hanteren het principe van onderlinge solidariteit. Wij verwachten van de mensen dat zij zich actief inzetten in onze werking, afhankelijk van hun mogelijkheden.

Dit maakt hen minder afhankelijk en zorgt ervoor dat ze hun gevoel van eigenwaarde kunnen behouden. Ze maken immers deel uit van een werking waar ze ook hun steentje bijdragen. Bovendien hebben we het voordeel van vele talen en ervaringsdeskundigen in huis te hebben.’ Vele mensen die aanvankelijk met een hulpvraag bij Hand en Hand aanklopten, zijn bij Hand in Hand gebleven en zetten zich nu actief in als vrijwilliger. 

Het is ook een uitdaging geweest om zo’n diverse groep mensen te doen samenwerken. Zo waren er de maandelijkse vergaderingen die volgens het klassieke stramien verliepen. ‘Dat werkte niet echt’, vertelt Chris. ‘Velen kwamen te laat op de vergadering.’ Bovendien werkte het puntjes-overlopen-systeem niet. Vaak was er zo één persoon aan het woord en bleef de inbreng van de anderen beperkt. ‘We hebben het over een andere boeg gegooid.’ ‘We hebben mensen in onze groep die het heel moeilijk hebben. Elk beetje helpt’

Brunch

Nu organiseert Hand in Hand maandelijks een brunch, telkens op een zondag, van 11u tot 12u. Alle  vrijwilligers, die ook hun kinderen mogen meebrengen, eten samen.

Het is als een grote familiebijeenkomst met een lekker en gezond zelfbedieningsbuffet en producten van Oxfam Wereldwinkel. Om 12u15 gaat de vergadering van start. Twee vrijwilligers organiseren activiteiten voor de kinderen. Van het eten dat overblijft, worden pakketten gemaakt die nadien worden meegegeven: ‘We hebben mensen in onze groep die het heel moeilijk hebben. Elk beetje helpt.’

Nadat de praktische agendapunten kort zijn overlopen, neemt de vergadering van Hand in Hand de vorm aan van een rondetafelgesprek. De groep kiest maandelijks een thema dat leeft in de groep. Daar wordt over gediscussieerd . Iedereen die dat wil kan iets inbrengen. Er wordt met respect geluisterd.

De thema’s die de groep bespreekt zijn legio: geloof, ongelijkheid, de rol man-vrouw, vrije tijd, cultuur, intrafamiliaal geweld, ...  'We gaan geen thema uit de weg', zegt Chris. 'We leren elkaar en elkaars standpunten zo kennen. We luisteren en leren van elkaar. Bovendien heb je soms vooroordelen over hoe iemand zal nadenken over een thema. Terwijl dat net het tegenovergestelde blijkt.'

Expertise

Ook de expertise van een groep als Hand in Hand reikt ver. Er is veel vakkennis en expertise opgebouwd over alles wat met vluchtelingen te maken heeft. Die kennis en ervaringen geven ze bijvoorbeeld door via workshops aan studenten van de Universiteit Gent en Arteveldehogeschool.  Hoever gaan we? Hoe beschermen we onszelf? Ik vraag me af hoe andere groepen hiermee omgaan.’

‘Maar daar is ook een keerzijde aan’, zegt Chris. ‘Heel vaak vullen wij als vrijwilligers de gaten op die de sociale sector laat. De sociale sector heeft een gebrek aan middelen, mensen en kennis en dus zullen de vrijwilligers het wel oplossen. Dat lijkt vaak de gangbare redenering te zijn.’

Bovendien wringt dat, want voor het werk die de vrijwilligers van Hand in Hand doen – of het nu om vertaalwerk, juridische ondersteuning, contacten met de scholen, financiële tussenkomsten, etc. gaat –  krijgen ze van de bevoegde instanties weinig waardering. ‘Dat is frustrerend. We worstelen als groep met de vraag waar onze maximum grenzen liggen. Hoever gaan we? Hoe beschermen we onszelf? Ik vraag me af hoe andere groepen hiermee omgaan.’

Hart en ziel

Het werk dat Chris en haar team doet, zoals het werk van alle vrijwilligersorganisaties die ik de komende maanden zal ontmoeten, is lovenswaardig. Ondanks de uitdagingen van de groep en de frustraties die er mee gepaard gaan, doet Hand in Hand wat ze doen met hart en ziel. De verhalen die Chris met mij deelt zijn hartverwarmend. Het zijn zo’n verhalen die ik tijdens mijn ‘ronde door Vlaanderen’ langsheen de vrijwilligersgroepen van Gastvrij Netwerk keer op keer zal tegenkomen.

Zo had Chris onlangs een spontaan feest in haar tuin. ‘De buren, een Afghaans gezin, wilden barbecueën, maar hadden geen barbecue. Ze kwamen dus bij ons aankloppen. Wij hadden de tuin, het barbecue-stel kwam van een Iraanse vrijwilliger. Uiteindelijk belandden we allemaal samen aan tafel. Het was een heerlijke avond met mensen van over de hele wereld samen, in hún wijk.’ 'Het was een heerlijke avond met mensen van over de hele wereld samen, in hún wijk’ 

We ronden ons gesprek af en spreken af om in contact te blijven. Bij het verlaten van de markt toont Chris me nog snel een foto van een jongen voor wie zij nu zijn ‘Belgische oma’ is. Zijn grootouders zijn nog in het thuisland. De kinderen hebben hier vaak geen familie meer en die missen ze. Dus worden wij dat een beetje. Chris lach.: ‘En zo heb ik héél veel kleinkinderen!’

Vragen?

Heb je een vraag voor Hand in Hand? Je kunt hen contacteren via Handinhand-gent@telenet.be  of chris-bens@telenet.be of per telefoon via 0498 08 68 36.

Najaarsprogramma van Hand in Hand

  • Brunchvergaderingen op zondag 8 september, 13 oktober, 10 november en 25 december. Op 13 oktober is er aansluitend een vorming “omgaan met racisme” door vzw Orbit. Op 25 december krijgt de vergadering een feestelijk eindejaarstintje. 

    Onze brunchvergaderingen gaan altijd door op zondag, vanaf 11u is er een brunch met zelfbedieningsbuffet, om 12u15 beginnen we dan met de vergadering (en worden de kindjes door 2 vrijwilligers opgevangen). Alles vindt plaats in het Buurtcentrum Macharius-Heirnis, Tarbotstraat 61a, 9000 Gent. 
  • Zaterdag 23 november: speculaas bakken
  • Zondag 24 november: speculaas verkopen
  • Zaterdag 25 januari 2020 : Hand-in-Hand Quiz

KAJ de MUG - Omran

Ik ontmoet Omran voor het eerst op het slotfeest van het adokamp van KAJ de MUG. Ooit nam hij zelf als nieuwkomer deel aan het jaarlijkse zomerkamp. Vandaag is hij één van de organisatoren: ‘Ik vind het wel belangrijk. Uit ervaring weet ik dat iemand die verantwoordelijkheid krijgt voor iets ook meer zijn best zal doen om zich te integreren, om de dingen te begrijpen. Zo geven we degenen die in de groep komen een kans om zich meer in te zetten voor de samenleving. En zichzelf te verbeteren, de taal te verbeteren.’ Het verhaal van Omran is krachtig, en inspirerend.

In 2008 kwam Omran met zijn familie in België aan. Hij was toen 13 jaar. Hij en zijn gezin ontvluchtten Afghanistan (Kaboel) en zochten bescherming in België. Hun weg werd een eindeloze strijd van procedures, afkeuringen, uitwijzingen en beroep aantekenen. Aanvankelijk verbleef het gezin in een opvangcentrum in Antwerpen. Later werden ze overgeplaatst naar Tienen, Anderlecht en Sint-Gillis. Nu wonen ze in Oost-Vlaanderen: ‘We verhuisden heel vaak, maar zijn altijd samen gebleven.’

In april van dit jaar werden Omran en zijn jongere broer uiteindelijk, na 11 jaar en 3 maanden, als oorlogsvluchteling erkend. Hun ouders en oudere broer blijven achter zonder erkenning: ‘Ik heb geen idee. Ik durf niet zeggen of zij erkend zullen worden. We hebben zoveel meegemaakt. Ik hoop vooral dat we verlost zullen raken van deze situatie die echt niet normaal is.’

Het gezin wou een nieuw leven in België beginnen, maar raakte vast in een uitzichtloze situatie: ‘Toen het 8 jaar was, dacht ik, dit duurt té lang. Nu zijn we nog eens 3 jaar verder ... Vier maanden geleden dacht ik echt dat ik gek zou worden. Je zit in een constante onzekerheid. Je wordt gevraagd om België te verlaten. Daarna moet je het land toch niet verlaten. En dat herhaalt zich de hele tijd. En tegelijkertijd heb ik examens. Dus dat was heel zwaar. Vanaf het 1ste middelbaar, tijdens de examens, werd ik altijd gevraagd om België te verlaten.’ Naar school gaan was niet makkelijk: ‘Ik heb mijn school op een hele moeilijke manier afgewerkt. Ik kreeg hulp van niemand. Geen studiegeld, geen kinderbijslag. Het leefloon dat we kregen, was zo weinig dat we op het einde van de maand niet rondkwamen. Het was zo weinig voor 5 personen. Alles moesten we zelf betalen, maar tegelijkertijd mochten we niet werken. We werden gedwongen om in die situatie te leven. Dat is echt niet menselijk.’

KAJ de MUG

Vanaf 2011 begeleidt een assistent van Caritas International het gezin: ‘Zij wist dat we al jaren geen vakantie hadden gehad. Dat er heel veel spanning was. Dat we voortdurend in procedures zaten. Toen vroeg ze ons of wij op kamp wilden gaan. En zij heeft ons ingeschreven bij KAJ de MUG.’ In de zomer van 2013 gaan Omran en zijn jongere broer Milad voor het eerst op kamp met KAJ de MUG: ‘Het eerste kamp was fantastisch. Dat was dé periode van mijn leven. Dat zal ik niet vergeten.’ Omran en zijn broer ontmoetten er andere jongeren: ‘We konden elkaar heel goed begrijpen omdat we in dezelfde situatie zaten. We moesten het niet aan elkaar uitleggen.’

'Ik heb nog nooit het gevoel gehad dat ik anders ben dan de andere leden van KAJ de MUG' En dan waren er ook de vrijwilligers: ‘Pol, Jacques, Lieve en Martine waren er toen bij. Het contact met hen was super. Ik ben mijn heel snel deel van de familie beginnen voelen. KAJ de MUG is echt een familie. Geen organisatie, geen vrijwilligers. Het is een familie die samenkomt om te spelen, te praten, zich te amuseren. Ik heb nog nooit het gevoel gehad dat ik anders ben dan de andere leden van KAJ de MUG. Er is geen verschil.’ Omran benadrukt het verschil dat hij ervaarde met andere organisaties: ‘Er is in andere organisaties een vorm van afstand die bij KAJ de MUG volledig wegviel.’ De relatie van hulpvrager en hulpverlener stond er op de achtergrond en de focus verlegde zich van de problemen en wat allemaal niet kon, naar wat wél kon. Dat was samen spelen, sporten, koken en vóóral die momenten delen en mensen ontmoeten: ‘Nieuwe vrienden maken, nieuwe mensen leren kennen, nieuwe organisaties ontdekken. Het was niet enkel KAJ, maar via KAJ kwam ik ook in contact met andere mensen.’ 

Sociaal netwerk

KAJ de MUG gaf Omran de kans om zijn netwerk uit te breiden. Hij ontmoette mensen met wie hij zijn verhaal kon delen: ‘Toen wij op kamp gingen, overnachtten wij ook in een gastgezin. Zo heb ik mensen leren kennen, die mij later ook met mijn procedures hebben geholpen. Ze hielpen mij omdat ik mijn situatie aan hen uitlegde. Ze waren supervriendelijk en betrokken. Ik heb nog altijd met hen contact. Ik ben hen nog altijd dankbaar. Ze hebben veel voor mij gedaan.’

Omran vertelt over een familie uit Hoogleden die hem in 2016 hielp bij een eerste actie tegen de repatriëring die het gezin boven het hoofd hing: ‘2016 was het hoogtepunt van onze situatie. We werden bijna uit ons huis gezet. We moesten ons huis verlaten. Dus ik was ten einde raad. Tot 2016 had ik  op school nooit over mijn situatie gesproken. Ik heb toen met mijn leerkrachten gesproken. Zij hebben een actie voor mij georganiseerd waarbij ook schrijver Ish Ait Hamou betrokken was. Die familie die ik via KAJ de MUG had leren kennen, is toen ook gekomen. Ze brachten bloemen mee en heel veel mensen. Toen ik in het vijfde en zesde middelbaar zat, hebben veel mensen mij geholpen. Zo is er ook onze advocate die ons al die jaren bleef steunen. Ik ben haar ongelooflijk dankbaar.' 

Omran besluit om zich bij KAJ de MUG aan te sluiten. De groep hielp hem om af en toe te ontsnappen van zijn situatie: ‘KAJ de MUG was iets nieuws voor mij. We deden gezelschapsspelen, hielden dialoogtafels waarbij we over allerlei thema’s praatten. We gingen op weekend en ontmoetten andere groepen zoals KAJ Nationaal.’ Het groepsgevoel is hecht: ‘Het is omdat we zoveel hebben meegemaakt. Omdat we tijdens het jaar veel werken, veel te doen hebben en dan kunnen we daar even uit weg.’

De fakkel doorgeven

‘Twee jaar geleden gaven Pol, Martine, Lieve en Jacques de fakkel aan ons door.’ ‘Ons’, dat zijn Milad, Deborah, Hao, Musaffo en de broers Ali Sajad en Shoaib. ‘Dat was gepland, ze hadden ons dat gevraagd, maar we wilden dat ook. Nu zijn we zelf verantwoordelijk voor KAJ de MUG. Pol blijft altijd op de achtergrond, maar het is aan ons om dingen te organiseren. Het is leuk werk en ik vind het belangrijk. Uit ervaring weet ik dat iemand die verantwoordelijk is voor iets ook meer zijn best zal doen om zich te integreren, om de dingen te begrijpen. Daarmee geven we ook degenen die in de groep komen een kans om zich meer in te zetten voor de samenleving. En ook zichzelf te verbeteren, de taal te verbeteren. Het dus eigenlijk zowel een bewuste als een onbewuste invloed op de persoon zelf. Het is echt belangrijk om iedereen mee in de werking te hebben.’

'Uit ervaring weet ik dat iemand die verantwoordelijk is voor iets ook meer zijn best zal doen om zich te integreren, om de dingen te begrijpen'De positieve ervaringen die Omran in KAJ de MUG had, wil hij aan andere jongeren meegeven: ‘KAJ is een soort integratieproces. Zoals bij het gastgezin logeren. Diegenen die jou uitnodigen zijn mensen open staan voor onze verhalen. Ze hebben heel veel begrip voor ons en voor onze situatie. […] Wat ik altijd grappig vond, als iemand van ons geen Nederlands sprak ... Ze gingen ervan uit dat wij allemaal Nederlands spraken, hetzelfde taalniveau hadden. Dus werd er vaak heel snel gesproken. Ik voelde me zo altijd Belg. En ik bleef altijd maar knikken.’

Toekomst

Hoe onzeker de situatie voor zijn familie blijft, Omran is een doorzetter. Hij heeft dromen en ambities. Hij studeert rechten aan de UGent en wil ‘een bruggenbouwer worden.’ Hij wil mensen verbinden, samenbrengen, elkaar laten ontmoeten. En natuurlijk ook zaken aankaarten. Het werk dat KAJ de MUG en de vrijwilligers doen, vindt hij van onschatbare waarde:  ‘Het is zo belangrijk om de focus op de meest kwetsbaren te leggen. Zij komen niet aan het woord en de politiek is er niet. Groepen als KAJ de MUG geven hen een thuis én een stem.’ 

Dat overheidsinstanties soms ver van de echte verhalen staan, bewijst ook de brief die Omran onlangs in de bus kreeg: ‘Ik moest mij bij het Agentschap Integratie & Inburgering aanmelden om een inburgeringscursus volgen.’ Hij lacht. Omran voelt zich Belg, veel meer dan Afghaan: ‘Ik las het boek ‘Identiteit’ (Paul Verhaege, 2012, ed.). Toen ik zijn theorie over meervoudige identiteit voor de eerste keer las, snapte ik het niet. Nu wel. Ik combineer allerlei identiteiten waarbij vooral het deeltje Belg momenteel domineert. Logisch, want het is hier dat ik verder aan mijn verhaal wil werken.’ 

De actie die voor Omran Barikzai werd opgezet, kwam in Terzake op 27 april 2016. Herbekijk de reportage: Wie is Omran Barikzai?

Heb je een vraag voor Omran of wil je KAJ de MUG contacteren? Dat kan via musaffo01@gmail.com of pol.arnauts@compaqnet.be

Het verhaal van Mohamed

Mohamed kwam in 2010 in België aan en ging vorige week aan de slag als lasser. Zijn parcours getuigt van veel geduld en doorzettingsvermogen. Begeleiding kreeg hij van de vrijwilligersgroep Asielzoekers Integratie Zemst (AZIZ). In 2018 zette AZIZ zijn activiteiten stop. De groep was 18 jaar actief en werd getrokken door Josée Goethals. Zij tekende het verhaal van Mohamed op.

'Men zegt wel eens dat een vluchteling tijd nodig heeft voor hij of zij op de arbeidsmarkt rendeert. Ik kan ervan meespreken!'

Ik pik gemakkelijk talen op. In mijn land van herkomst is de moedertaal Swahili, maar in de plaatselijke vishandel leerde ik ook Arabisch. Als vluchteling leerde ik Engels en Nederlands. Sinds ik werk heb ik ook een basis Frans. In België mocht ik van het OCMW waar ik in opvang zat, pas naar Open School nadat ik toestemming tot langdurig verblijf kreeg. In afwachting kreeg ik lessen van vrijwilligers. Al met al bereikte ik na 3 jaar verblijf in België het attest Nederlands 2.2.

Na mijn erkenning als vluchteling werkte ik onder ‘artikel 60’. Omdat ik niet zo jong meer was, duurde dit 14 maanden. Aangezien ik in mijn land van herkomst geen toegang tot onderwijs of een opleiding had, was ik heel blij dat ik in België wel kans kreeg om, na afloop van de artikel 60-periode, een beroepsopleiding bij VDAB aan te vragen.

VDAB-traject

Ik was 7 maanden werkloos vooraleer ik kon beginnen bij VDAB . Ik voelde me sterk met mijn CVO-attest Nederlands 2.2. maar tot mijn grote verbazing moest ik opnieuw Nederlands volgen. De VDAB droeg me op om de cursus ‘NL voor anderstaligen in technische beroepen’ te volgen. Gelukkig zag men na 2 weken in dat dit verloren tijd was en mocht ik naar een beroepsopleiding doorstromen.

Eerst volgde ik een korte VDAB beroepsopleiding ‘basistechnieken mechanica’ en startte daarna de langere beroepsopleiding ‘lassen’. Ik heb daar veel geleerd. Ik leerde er niet alleen de verschillende lastechnieken, maar kwam ook in contact met de taalpraktijk, werkdiscipline en omgang met collega’s. Ik deed het werk graag. Mijn instructeur vond dat ik talent en inzicht voor het lassen had. Ik was dan ook heel fier met mijn attest waarmee ik na 14 maanden ‘afstudeerde’.

In 2014 kwam mijn gezin in België aan. Ik wilde zo snel mogelijk werk vinden. Na 2 maanden kon ik in interim beginnen als metaalsnijder. Ik vroeg natuurlijk wel of het mogelijk was om te kunnen doorgroeien naar een functie van lasser mocht er een vacature in het bedrijf vrijkomen. Na 11 maanden als interim kreeg ik een contract van onbepaalde duur als metaalsnijder.

In het bedrijf waar ik werk is het een komen en gaan van werknemers, zowel voor het metaal snijden als voor lassen. Vaak herhaalde ik mijn vraag om door te groeien. Ik stuurde zelfs een keer een brief aan de directeur. Maar ik kreeg de kans niet. Ondertussen bleef ik mijn werk als metaalsnijder nauwgezet en gemotiveerd uitvoeren waarvoor ik wel meermaals waardering kreeg.

Lasser

Dit jaar was ik het echt beu. Ik begon te solliciteren bij bedrijven die op zoek waren naar een lasser. Toevallig kwam onze directeur dit te weten en … toen stelde hij voor om door te schuiven naar de afdeling van lassen. Ik was natuurlijk heel blij. Mijn ploegbaas daarentegen was veel minder tevreden en bracht in dat mijn vaardigheden als lasser na vijf jaar niet meer up to date waren. Er kwam een externe expert om mijn vaardigheden te testen. Ik slaagde met glans. Eindelijk zal ik als lasser kunnen werken! Voor mij betekent dat een job die mij veel meer ligt en een hoger loon oplevert.

Toen de directeur me vroeg waarom ik toch zo vasthield aan dat lassen, antwoordde ik hem met een beeld zoals we dit gewend zijn van mijn herkomstland: 'Stel dat u opgeleid bent als piloot, maar door omstandigheden moet beginnen als vrachtwagenchauffeur. Wat zou u dan doen?' 'Stel dat u opgeleid bent als piloot, maar door omstandigheden moet beginnen als vrachtwagenchauffeur. Wat zou u dan doen?'

Toen ik mijn vroegere instructeur van de VDAB op de hoogte bracht, vertelde hij me dat bedrijven tegenwoordig wel rekening moeten houden met de VDAB-attesten van sollicitanten. Dat hoop ik. Het kan toch niet goed zijn dat we met zijn allen VDAB-trajecten ondersteunen om mensen een goede opleiding te bieden, maar waarmee bedrijven vervolgens geen rekening houden?

Booms Welkom

Gastvrij Netwerk brengt vrijwilligersverenigingen voor mensen op de vlucht samen en ondersteunt hen. Meer dan ooit worden die verenigingen in hun dagelijkse werking op de proef gesteld. Heel wat activiteiten vallen stil. Vrijwilligers moeten het vaak over een andere boeg gooien om mensen te kunnen blijven ondersteunen. We ging luisteren hoe het met de vrijwilligers gaat, wat zij nu doen en hoe zij naar toekomst kijken. We beginnen deze reeks met Booms Welkom.

Opgericht als Onthaal voor Gastarbeiders vzw, helpt Booms Welkom als sinds 1977 nieuwkomers in de Rupelstreek. Sinds 2018 richt de vereniging zich voornamelijk op huisvesting. Boudewijn Goos legt uit wat ze allemaal doen en hoe de Coronacrisis een impact heeft op hun werk.

Goos: ‘Samen met Vormingplus keken we hoe we in de Rupelstreek konden samenwerken. De meeste impact halen we met het helpen van nieuwkomers bij het zoeken van een woning. Dat is een groot succes. Sinds 2018 hielpen we binnen de driehoek Mechelen-Sint Niklaas-Antwerpen al meer dan honderd mensen aan een woning.’

De vzw geeft ook renteloze leningen aan een tiental mensen om de kosten van huurwaarborg of gezinshereniging te betalen. ‘Vliegtuigtickets of DNA-onderzoek, wat voor sommige landen nodig is, is toch meteen erg duur. En het zou toch erg zijn als je een perfecte woning niet kan nemen omdat je een huurwaarborg van drie maanden niet kan betalen.’

‘We hadden in het begin schrik om dit systeem op te zetten, maar het is altijd zeer vlot verlopen. We werken altijd wel met mensen die we kennen, waar we een band mee hebben. We bellen vaak, komen mensen tegen en bouwen zo een band met de mensen.’

Het maximumbedrag dat iemand kan lenen is duizend euro, met een minimum van vijftig euro per maand afbetaling. ‘In deze crisis merken we echter wel dat een aantal mensen niet meer kunnen betalen. Van één iemand weten we dat het is omdat die momenteel geen werk meer heeft.’

Buddywerking

Momenteel bestaat de vereniging uit een twaalftal vrijwilligers, die onder andere permanentie op vrijdagvoormiddag voorzien. ‘Met koekjes en thee!’ Daar komen mensen terecht voor hulp met het vinden van een huis in de streek en praktische vragen. ‘Een woonst vinden voor iemand is niet altijd eenvoudig, want iedereen heeft specifieke eisen. We moeten de mensen kunnen zien. Dat is sinds de quarantaine helaas niet meer mogelijk.’  'Het zou toch erg zijn als je een perfecte woning niet kan nemen omdat je een huurwaarborg van drie maanden niet kan betalen.' 

Naast huisvesting was Booms Welkom van plan om vanaf maart 2020 te beginnen met een nieuw project om nieuwkomers door middel van sociaal-culturele activiteiten te integreren in de Rupelstreek. ‘We kwamen samen met Vormingplus op het idee om een buddywerking te starten. Niet enkel één op één, maar vooral ook groepsactiviteiten om culturele uitstapjes te maken in eigen streek of naar bijvoorbeeld het Afrikamuseum in Tervuren of de Antwerpse Zoo. We geloven dat een groepsactiviteit beter werkt, omdat het minder erg is als er al iemand afzegt voor een specifieke activiteit. Het geeft meer stabiliteit aan de werking.’

De buddywerking heet Kompaan, verwijzend naar mensen die aankomen in de Rupelstreek, als ook een oproep: komaan! Zowel naar de mensen uit de streek als vluchtelingen. ‘We pluizen de folders van culturele centra van de streek uit op zoek naar geschikte activiteiten. We zouden in maart van start gaan, maar dat is helaas door het Coronavirus doorkruist.”

In samenwerking met het OCMW van Boom en het Netwerk Cultuurparticipatie, kunnen vluchtelingen een keer per jaar tegen verminderd tarief naar voorstellingen in het cultureel centrum gaan. ‘In april speelde normaal Romeo en Julia in cc De Steiger in Boom. Het was een voorstelling in eenvoudig Nederlands voor anderstaligen. Maar dat gaat dus helaas niet door.’

Hulpverlening in tijden van corona

Door de quarantaine ligt de werking van Booms Welkom momenteel grotendeels stil. ‘We hebben nog wel contact over zeer dringende vragen, telefonisch of via e-mail.’

‘Er komt soms heel veel volk naar onze permanentie, dus die konden we niet openhouden. De huurmarkt ligt momenteel ook op apegapen. Je kan geen huisbezoeken doen en culturele activiteiten liggen ook stil. Voor onze heropstart is het afwachten wat de regering beslist. Gaan we deze zomer nog wel activiteiten kunnen doen?’ 'We moeten afwachten wat de regering beslist voor we zelf weer kunnen opengaan. Onze vrijwilligers staan in ieder geval te popelen om weer aan de slag te gaan.'

‘Onze belangrijkste doelgroep zijn asielzoekers die een goedkeuring kregen. Je krijgt dan twee maanden om een woonst te vinden. Daarna moet je het opvangcentrum verlaten. Ik denk wel dat OCMW’s daar momenteel soepeler in zijn. We zoeken nog wel voor mensen maar vinden niets.'

Samenwerken met de gemeente

Volgens Goos is er een goede verstandhouding met het gemeentebestuur in Boom. ‘In Boom is men redelijk vriendelijk voor vluchtelingen. De diversiteitsambtenaar volgt onze vergaderingen mee op en we hebben contact met de schepen van inburgering, diversiteit en gelijke kansen.’

‘Vorig jaar kregen we 2500 euro subsidies, dat is toch niet weinig. Natuurlijk is het niet altijd vlekkeloos, maar over het algemeen werken we goed samen.

'We moeten afwachten wat de regering beslist voor we zelf weer kunnen opengaan. Onze vrijwilligers staan in ieder geval te popelen om weer aan de slag te gaan.'

Recht op Migratie

Gastvrij Netwerk brengt vrijwilligersverenigingen voor mensen op de vlucht samen en ondersteunt hen. Meer dan ooit worden die verenigingen in hun dagelijkse werking op de proef gesteld. Heel wat activiteiten vallen stil. Vrijwilligers moeten het vaak over een andere boeg gooien om mensen te kunnen blijven ondersteunen. We ging luisteren hoe het met de vrijwilligers gaat, wat zij nu doen en hoe zij naar toekomst kijken. Deze week vertelt Karlien Craps van vzw Recht op migratie ons waar de roots van hun werking liggen en hoe zij met de huidige crisis omgaan .

Foto: Dries Renglé

De hongerstakingen van mensen zonder papieren in 2006 leidde tot de oprichting het comité ROM (Recht op Migratie). Het was een collectief van sympathisanten en actievoerders. In 2012 werd het collectief de vzw Recht op Migratie, dat ijvert voor meer mensenrechten en begrip voor vluchtelingen.  

‘We zochten naar een huis waar vluchtelingen, vooral mensen zonder papieren, onderdak konden vinden. Nu is het Vluchtelingehuis in Leuven onze voornaamste activiteit.’ Het huis, met grote tuin, biedt plaats aan een achttal personen. Aanvankelijk huurde de vzw het huis. Later konden ze, met dank aan renteloze leningen en giften van sympathisanten, het huis aankopen.

Mensen zonder wettig verblijf kunnen in het huis tot rust komen en hun mogelijkheden bekijken. Ze werken er aan een perspectief. En daarvoor is tijd nodig: ‘Normaal gezien blijven ze drie maanden, maar in de praktijk is dit toch vaak langer. Er is net een mama vertrokken die bijna vijf jaar bij ons heeft verbleven, maar dat is natuurlijk wel een uitzondering.’

Het profiel van de bewoners veranderde in de loop der jaren ook: ‘De eerste jaren verbleven er vaker mannen in huis, maar momenteel verblijven er alleen maar mamas met kinderen en er is één oma. De kinderen zijn voornamelijk baby’s en kindjes in de kleuterklas.’ De mensen die in het huis komen wonen, zijn niet altijd recent in België. Sommigen zijn al een aantal jaren in het land, al dan niet in precaire omstandigheden. ‘Mensen komen via allerlei instanties, zoals de sociale dienst, CAW of de politie die bijvoorbeeld ooit een jonge vrouw met baby, zonder papieren in een kraakpand aantrof en naar ons bracht.’

Het Parelnetwerk in Leuven is ook een belangrijke toeleider: ‘Tegenwoordig krijgen we de meeste aanvragen via het Parelnetwerk. Dat is een perinataal netwerk (Periode rond de geboorte, meestal van de 22e zwangerschapsweek tot de 7e dag na de geboorte.) dat vanuit de ziekenhuizen in de buurt functioneert. Vroedvrouwen bellen ons als ze een zwangere vrouw zonder onderdak begeleiden met de vraag of ze bij ons terecht kan.’

Foto: Dries Renglé

In het huis ondersteunen vrijwilligers de bewoners met administratieve taken: ‘Als ze zwanger zijn, helpen we kraamgeld aanvragen, een rekeningnummer openen, een sociale dienst of vreemdelingenzaken contacteren. We ondersteunen hen ook met procedures die ze hebben lopen of nog moeten worden opgestart.’ Het belangrijkste blijft wel om de bewoners tot rust te laten komen en samen te kijken naar hun perspectieven.

Pater Dirk en de vrijwilligers

Pater Dirk De Vis woont ook in het huis. Hij helpt de bewoners: Ze kunnen bij hem zowel terecht met hun verhaal als met praktische vragen. Maar de huishoudelijke taken en tuinonderhoud, gebeuren volledig door de bewoners zelf, al dan niet in samenwerking met vrijwilligers.’

'Elke vrijwilliger heeft zijn eigen competenties en vaardigheden, die allen welkom zijn'

Zo’n dertig vrijwilligers versterken de vereniging. Zij organiseren individuele begeleiding, Nederlandse lessen, activiteiten met de kinderen, een uitstap naar zee of een benefietactie. Anderen voeren klusjes uit in het huis. ‘Iedereen heeft zijn eigen competenties en vaardigheden, die allen welkom zijn.’ Zo is er ook een werkgroep die nadenkt over visieontwikkeling en acties naar de buitenwereld of het beleid toe.

Het lokale netwerk

Bij het beleid hoort natuurlijk het gemeentebestuur van Leuven waarmee Recht op Migratie een goed contact onderhoudt: ‘In het najaar nodigden we de schepenen en ambtenaren van Sociaal Huis en Burgerzaken uit. Om ons nog eens voor te stellen, maar ook om de problemen van bewoners in contact met de stad of sociale diensten voor te leggen. Er is dus openheid en overleg.’

Door de specifieke situatie waarin de bewoners van het Vluchtelingenhuis zich bevinden – zo zijn er mensen die beroep tegen hun uitwijzing aantekenden – is een bepaalde steunverlening of subsidie vaak niet mogelijk: ‘Alle kosten worden gedragen door een maandelijkse bijdrage van sympathisanten. Als we via onze nieuwsbrief een oproep doen, volgt daar meestal wel snel reactie op.’

Een open huis in tijden van lockdown

Het vluchtelingenhuis is een 'open' huis, vertelt Karlien: ‘Er is een komen en gaan van vrijwilligers en mensen uit de buurt die de bewoners helpen. Er zijn ook vaak giften, eten of kleding, van mensen uit de buurt.’ Maar dat alles is door de quarantaine plots stopgezet. Een blad op de deur meldt dat de inwoners geen bezoek meer ontvangen. ‘Drie vrijwilligers komen wel nog in het huis. Ze helpen nieuwkomers met zich installeren en gaan mee met de wekelijkse boodschappen. Een vrijwilliger, een apotheker van beroep, volgt de inwoners op medisch vlak mee op. Zij zorgde ook voor ontsmettingsalcohol. Anderen zorgden voor mondmaskers.’

De ‘frontoffice’ van de werking is dan wel herleid tot drie vrijwilligers, de ‘backoffice’ loopt wel door, vanop afstand. ‘We proberen via Facebook en de nieuwsbrief contact met de vrijwilligers en sympathisanten te houden. Twee activiteiten, het spaghettifestijn en de spaghettisaus-verkoop, die toch gemakkelijk drieduizend euro in het laatje brachten, moesten we annuleren. We zoeken nu naar een andere vorm van inkomsten.’ 

Extra kwetsbaar

Eén van de opvallendste actuele problemen is het schoolwerk van de kinderen. De mama’s spreken vaak weinig of geen Nederlands. ‘Ze hebben weinig of geen ervaring met schoolse structuren en vaardigheden en weten niet wat er van hen verwacht wordt, rond ICT-voorzieningen bijvoorbeeld.

Ze krijgen vaak lange, ingewikkelde brieven met instructies. Vaak slagen ze er niet in hun kinderen bij het schoolwerk te ondersteunen. Momenteel is er een extra vrijwilliger aan de slag die één à twee keer per week de kinderen met hun schoolwerk helpt.’

'De communicatie van de overheid is niet gericht op jongeren,mensen zonder papieren of mensen met een andere moedertaal. Daar merk je een probleem.'

Voor anderstalige of ongeletterde mensen is de quarantaine een grote uitdaging. De regels zijn niet altijd duidelijk: ‘De communicatie van de overheid richt zich te weinig tot jongeren, mensen zonder papieren of mensen met een andere moedertaal. Dat is een probleem. De informatie komt fout of helemaal niet binnen. Papieren vertaalfiches zijn niet genoeg. Je hebt brugfiguren nodig die het uitleggen.’

Het vertalen van de maatregelen is de laatste weken cruciaal geweest: ‘Door allerlei info via het internet, misschien fake news of vage websites, sloeg men in paniek. Initieel hadden de bewoners de neiging zich op te sluiten, zelfs niet meer in de tuin te komen. We hebben er toch de nadruk opgelegd dat het belangrijk is dat kinderen buiten kunnen blijven spelen.’

De tuin aan het huis is nu een groot voordeel, want kinderen hebben een buitenruimte nodig om te spelen. ‘Bij veel kwetsbare groepen zien we dat kinderen soms al twee maanden binnen zitten. Speelpleintjes zijn niet open. Dat is een groot knelpunt. Het is dringend tijd dat de overheid bij de versoepeling van de maatregelen met de situatie van kinderen en hun plek in de samenleving rekening houdt.’

In vele winkels betaal je nu enkel met de kaart, maar een aantal bewoners heeft geen bankkaart. ‘Dat zorgt voor stress. Ook het uitsel van procedures en je kind niet kunnen helpen bij het thuisschoolwerk werkt stresserend en geeft een machteloos gevoel. Voor mensen in een kwetsbare positie, die geen ondersteuning hebben, is dit een heel moeilijke periode.’

Na de lockdown

‘Door de quarantaine zijn er problemen boven gekomen die we naar de toekomst toe willen herbekijken’, geeft Karlien aan. ‘Dirk viel op een bepaald moment uit door ziekte. Niet door Corona, maar het viel wel midden in de quarantaine. Het werk viel zo volledig terug op schouders van de drie vrijwilligers. We beseften plots hoeveel Dirk voor zijn rekening nam: allerlei problemen, brieven die geschreven moeten worden, de activatie van lijnpassen, aanvragen allerhande, … Qua taakverdeling moeten we dat herschikken.’ 

Ook andere vrijwilligers gaven aan de begeleiding en het administratieve werk veel kan zijn. ‘Misschien kan een buddywerking, waarbij één vrijwilliger één bewoner qua dossier opvolgt, wel helpen. “We ontdekken ook dat de situatie nu echt rust in het huis brengt. Als we claimen dat de mensen bij ons tot rust kunnen komen, is het natuurlijk wel belangrijk dat die rust er ook effectief is. Misschien moeten we een paar dagen per week bezoekvrij maken na de quarantaine.’

'Als we claimen dat de mensen bij ons tot rust kunnen komen, is het natuurlijk ook wel belangrijk dat die rust er ook effectief is'

Wanneer de activiteiten opnieuw volledig van start gaan, is afwachten. De bewoners komen wel weer buiten, voor een consultatie, of een afspraak bij Kind en Gezin. ‘Die stap naar buiten moeten we eerst laten gebeuren voor we weer veel vrijwilligers het huis insturen. Dat hoeft ook nog niet deze maand te gebeuren. We laten de versoepeling best vanuit het huis zelf komen.’

Gastvrij Wijgmaal

Gastvrij Netwerk brengt vrijwilligersverenigingen voor mensen op de vlucht samen en ondersteunt hen. Meer dan ooit worden die verenigingen in hun dagelijkse werking op de proef gesteld. Heel wat activiteiten vallen stil. Vrijwilligers moeten het vaak over een andere boeg gooien om mensen te kunnen blijven ondersteunen. We ging luisteren hoe het met de vrijwilligers gaat, wat zij nu doen en hoe zij naar toekomst kijken. Deze week: Gastvrij Wijgmaal

Gastvrij Wijgmaal startte in 2015 op het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis, onder impuls van Marnix Beyen en Hilde van Wichelen. De vereniging zet zich in voor vluchtelingen en kwetsbaren in de maatschappij in het algemeen. We spraken met Marnix Beyen over de werking van Gastvrij Wijgmaal in normale tijden en tijden van corona.

Hoewel Wijgmaal als kleine gemeente niet veel vluchtelingen heeft moeten huisvesten, was het voor Gastvrij Wijgmaal toch belangrijk om actie te ondernemen. Beyen: ‘Wijgmaal is een klein dorp waar niet echt veel vluchtelingen zijn. We zochten dus niet echt naar oplossingen voor toestromende vluchtelingen. Het was eerder vanuit de overweging dat we een redelijk welvarend dorp zijn, met een ruim sociaal netwerk, waar veel georganiseerd wordt. Het idee was om dat netwerk en de middelen hier te gebruiken om een gastvrij klimaat te creëren.’

De vereniging heeft voornamelijk de ambitie om netwerken binnen de gemeente te creëren en nieuwkomers een zichtbaarheid en een plaats in de maatschappij te geven, zoals de jongeren van het opvangcentrum in het naburige Holsbeek. 'De jongeren kwamen daar tijdelijk terecht, in afwachting van hun erkenningsprocedure. We hadden contacten met organisaties hier in Wijgmaal, sportverenigingen, jeugdbewegingen om hun werking voor die jongens open te stellen.' 'Het idee was om dat netwerk en de middelen hier te gebruiken om een gastvrij klimaat te creëren’

Toen het LOI (lokaal opvanginitiatief) werd opgericht in 2016, breidde Gastvrij Wijgmaal de werking uit naar de vluchtelingen daar, met een gelijkaardig aanbod: voetbalwedstrijden, een chironamiddag, een les bij de turnvereniging of beatbox-initiatie. 

'Daarnaast werkten we ook rond bewustwording in het dorp via evenementen, zoals een soepavond, een feest met de jongeren van Holsbeek.' Een van de organisaties waar Gastvrij Wijgmaal mee samenwerkt is het Vluchtelingenhuis in Wilsele (zie Recht op Migratie vzw). Zo gingen opbrengsten van bepaalde activiteiten naar het huis en deden de bewoners deden mee aan activiteiten in Wijgmaal.

Organisaties ondersteunen

Doorheen de jaren is de nadruk van de werking verlegd. Erkende vluchtelingen begonnen huisvesting te zoeken. Gastvrij Wijgmaal ondersteunt hierin andere organisaties in het Leuvense die rond deze thematiek werken.  

'We zijn ons meer op huisvesting beginnen richten, door onder andere samen te werken met en Buren zonder Grenzen. Die laatste houden zich specifiek bezig met huisvesting voor erkende vluchtelingen. Ze onderhandelen met eigenaars over de prijs en proberen de drempel te verlagen zodat ze hun huis willen verhuren aan vluchtelingen. Als ze een huis in de buurt van Wijgmaal vonden, traden wij in actie. We boden de mensen die naar hier kwamen dan ondersteuning.'

Buren zonder Grenzen specialiseert zich in het onderhandelen met eigenaars. Gastvrij Wijgmaal helpt vooral vanaf dat mensen iets gevonden hebben. 'Iedereen in onze groep heeft wel iemand over wie ze zich ontfermen. Een soort van buddywerking: Contact houden, vragen welke noden er zijn. Voor sommigen is dat materieel, bij anderen is het meer praktisch: mogelijkheden voor studerende kinderen onderzoeken, bijvoorbeeld.' 

'We gebruiken de Facebookpagina om mensen die door de coronacrisis in de problemen geraakt zijn, zij het materieel of mentaal, een forum te geven'

'We zoeken voor jongere kinderen ook hobby's, helpen bij huiswerk. Via onze Facebookpagina of nieuwsbrief zoeken we dan mensen die na de school kunnen helpen. Zo bereiken we mensen. Een grote verwezenlijking is toch het toegenomen bewustzijn bij de mensen.'

Gastvrij Wijgmaal werkt zo onder meer samen met de lokale basisschool, de Twijg. 'Als er een probleem met anderstalige nieuwkomers is, bijvoorbeeld rond huiswerk of rond medische hulp, of als er vervoer nodig is, heeft de school ondertussen de reflex om ons dan te contacteren. 

Onder invloed van Gastvrij Wijgmaal nam de school het initiatief om een subsidie aan te vragen voor initiatieven, specifiek voor anderstalige nieuwkomers. 'Ze hebben duizend euro ook gekregen. We zaten in februari nog met de school samen om een concreet programma uit te werken voor wat we met dat geld gingen doen, toen de crisis uitbrak. Dat is er nu natuurlijk niet van gekomen.'

Aandacht tijdens de lockdown

Naast een tiental kernleden ondersteunen sympathisanten uit de streek de acties van Gastvrij Wijgmaal. Via de nieuwsbrief en Facebookpagina van de organisatie worden ze, ook in deze periode, op de hoogte gehouden. 'We gebruiken de Facebookpagina om mensen die door de coronacrisis in de problemen geraakt zijn, zij het materieel of mentaal, door bijvoorbeeld vereenzaming, een forum te geven. Zo kunnen noden aangegeven worden en kunnen mensen die iets te bieden hebben met elkaar in contact gebracht worden.'

'Er zijn natuurlijk veel van dat soort initiatieven ontstaan. We vestigen ook daar de aandacht op. De stad Leuven heeft meteen Leuven Helpt opgericht. Dat is natuurlijk zeer goed. Mensen met noden en wie iets te bieden heeft, konden het daar laten weten. Via onze kanalen maken we dit soort zaken dan mee bekend. We proberen dus wel een rol te blijven spelen. Maar activiteiten die we wilden organiseren, zoals een potluck brunch in april, hebben we moeten afgelasten.'

Brede solidariteit

Voor Gastvrij Wijgmaal is solidariteit met vluchtelingen onderdeel van een bredere solidariteit die de maatschappij nodig heeft. 'We willen gastvrij zijn voor iedereen die kwetsbaar is, zelfs ook voor niet-kwetsbare mensen die aankomen in Wijgmaal. Er zijn hier initiatieven vanuit de parochie of de Wereldwinkel die we dan ook steunen, zoals het weggeefkastje. ‘Neem wat je nodig hebt, geef wat je kan’ staat er op. We stelden vast dat het steeds snel werd leeggehaald. Er was dus wel nood aan. We hebben daar dan ook de aandacht op gevestigd, via Facebook en de nieuwsbrief. Het wordt ook onderhouden door iemand van onze kerngroep.'

'We hebben nu al vier jaar een woonzorgcentrum in Wijgmaal. Die mensen moeten we ook gastvrij ontvangen. De voorbije maanden zijn deze centra door de crisis in de aandacht gekomen. De problematiek van vereenzaming is heel prominent aanwezig. Met een aantal straatbewoners zijn we elke dag bij het centrum gaan zingen. We krijgen vele positieve reactie van de bewoners hier op.'

'De nadruk moet liggen op het creëren van een gastvrij klimaat en aandacht te vragen voor kwetsbaren, van welke origine dan ook'

Volgens Beyen kan deze periode voor een bredere kijk op solidariteit met kwetsbaren in de samenleving zorgen. 'Dat kan over vereenzaming, armoede, van alles gaan. In Wijgmaal is de vluchtelingenproblematiek niet zo heel zichtbaar. Maar de aandacht daarvoor moet natuurlijk wel behouden blijven. Als je met vluchtelingen werkt, stel je jezelf snel bloot aan de kritiek dat er hier toch ook  kwetsbaren zijn. Maar het één sluit het ander helemaal niet uit. Een organisatie als wij heeft een rol daarin te spelen. Het is geen of/of verhaal.'

Gastvrij Wijgmaal probeert het draagvlak dan ook zo breed mogelijk te houden. 'De nadruk moet niet zozeer op politieke actievoering of structurele verandering liggen, maar op het creëren van een gastvrij klimaat en op het vragen van aandacht voor kwetsbaren, van welke origine dan ook.'

'We willen iedereen die in Wijgmaal aankomt, kwetsbaar of niet, gastvrij welkom heten en zo een rol in het sociale weefsel spelen. Er is door de crisis een besef gegroeid van hoe belangrijk dat is.'

 

Gastvrij Wijgmaal wordt ook vermeld in het boek ‘De Leuvense Wereldverbeteraars’ van Luc Vanheerentals, verschenen op 6 mei.

Onthaalgroep Vluchtelingen Herent

Gastvrij Netwerk brengt vrijwilligersverenigingen voor mensen op de vlucht samen en ondersteunt hen. Meer dan ooit worden die verenigingen in hun dagelijkse werking op de proef gesteld. Heel wat activiteiten vallen stil. Vrijwilligers moeten het vaak over een andere boeg gooien om mensen te kunnen blijven ondersteunen. We gingen luisteren hoe het met de vrijwilligers gaat, wat zij nu doen en hoe zij naar toekomst kijken. Vandaag Onthaalgroep Vluchtelingen Herent; We kijken naar een inzamelactie voor laptops en een interview van vrijwilligster Lut Deschamps met Mohammed, een Palestijnse jongen die in het LOI (Lokaal opvanginitiatief) in Herent woont.

In 2015 ontstond de Werkgroep vluchtelingen Herent. De vereniging wil werk maken van een humaan onthaal en geslaagde integratie van vluchtelingen in Herent. Ze werken samen met het LOI, OCMW Herent, bevoegde adviesraden en allerhande socio-culturele organisaties die zich mee willen inzetten voor vluchtelingen. Ze ondersteunen en begeleiden vrijwilligers uit de streek die willen meewerken.

Ondertussen is de werkgroep de Onthaalgroep Vluchtelingen geworden en blijft ze zich inzetten voor vluchtelingen en nieuwkomers in Herent. De vereniging helpt om ervaringen en standpunten rond onthaal en integratie te delen en op die manier bij te dragen aan een mentaliteitsverandering rond de vluchtelingenproblematiek. Ze adviseren beleidsmakers en bouwen netwerken uit met verwante organisaties. Zo zijn ook actief in het Gastvrij Netwerk. Daarnaast blijven ze met concrete acties vluchtelingen steunen, ook tijdens de quarantaine, zoals met een geslaagde inzamelactie van computers. 

Inzamelactie

Volgend verslag is een ingekorte versie van het verslag van Jan Engelen, vrijwilliger bij Onthaalgroep Vluchtelingen Herent.

Wanneer op 11 maart over heel het land de lockdown afgekondigd wordt, schakelt het onderwijs in ijltempo over op tele-lesgeven. Al snel blijkt dat veel jongeren, vluchtelingen of jongeren in kwetsbare situaties, niet over een computer beschikken. Onthaalgroep Vluchtelingen Herent start eind maart in Herent een project om tweedehands laptops in te zamelen, wat op verschillende plekken in Vlaanderen gebeurt. Per mail wordt een oproep gelanceerd aan de personeelsleden van het dept. Elektrotechniek van de KU Leuven en de leden van verschillende Herentse middenveldverenigingen. 'Voor de schenkers en de vrijwillige technici werd de wereld wat groter en ruimhartiger.'Ook Facebook wordt ingezet. Het heeft iets van “Wij in Herent”. Via dezelfde kanalen worden vrijwilligers gezocht voor het nazicht van het materiaal. Dit gaat van het wissen van de oude gegevens, instellingen aanpassen tot volledige vervanging van het OS.

Het resultaat?

 Op 24 mei hebben 35 schenkers zich aangemeld, zijn er 44 computers ingezameld, waarvan er 36 terug in omloop worden gebracht. Er worden ook twee printers geschonken en verdeeld. 13 vrijwilligers hebben zich opgegeven om de computers weer gebruiksklaar te maken.

Het materiaal wordt in samenwerking met OCMW Herent, verschillende scholen en de VDAB verdeeld. Het wordt een deugddoende actie: tevreden ouders en kinderen trots op hun computer! Met dank aan het OCMW Herent en de organisaties Hannah vzw, KWB Herent, Het Centrum en Hart boven Hard. Voor de schenkers en de vrijwillige technici werd de wereld wat groter en ruimhartiger. 

Er zijn nog laptops nodig. Als u een exemplaar, liefst niet ouder dan 5 jaar, hebt om weg te schenken, stuur dan een e-mail naar jan.j.engelen@gmail.com of onthaalvluchtelingenherent@gmail.com of bel naar 0475 84 65 00.

 

Gesprek van Lut Deschamps met Mohammed Alrahban (26 mei 2020)

Sinds enkele jaren ben ik vrijwilligster bij de Onthaalgroep Vluchtelingen in Herent. In deze coronatijd vielen heel wat van onze activiteiten stil. In het LOI in Herent wonen een twintigtal vluchtelingen, waaronder Mo, een jonge Palestijn.In deze coronatijd is er ook voor de bewoners van het LOI minder contact met de 'buitenwereld'. Zo begon ik online gesprekken met Mo. Enkele keren per week praten we met elkaar. Zo kan Mo zijn Nederlands blijven oefenen en ook voor mij zijn het fijne gesprekken. Ik leer veel over de situatie in Palestina en de gesprekken geven mij ook het gevoel dat ik mijn coronatijd nuttig besteed.

Kan je ons iets over jezelf vertellen?

Ik ben Mohammed Alrahban, maar iedereen noemt me Mo. Ik kom uit de Gazastrook in Palestina. Ik heb een grote familie, tien broers en zussen. Ik ben 22 jaar en ik vertrok vier jaar geleden uit mijn land. In de Gazastrook is het leven héél moeilijk, er is geen toekomst . Na allerlei omzwervingen door Egypte, Turkije, Griekenland, Italië, kwam ik aan in België. Eerst woonde ik enkele maanden in Namen, daarna kwam ik in het LOI in Herent terecht. Daar woon ik nu al ongeveer 1 jaar. In dat jaar heb ik Nederlands geleerd en veel gesport. 

Welke sport beoefen je dan?

Ik doe vooral aan atletiek, 200 en 400 meter hardlopen. Ik train elke dag met een coach in twee atletiekploegen van de universiteit van Leuven. Daar heb ik veel vrienden gemaakt, vooral studenten bio-ingenieur.

Waar woon je nu?

Ik woon nu in Herent in een LOI in een groot gebouw samen met ongeveer 20 andere vluchtelingen uit verschillende landen. Wij hebben elk onze eigen kamer met daarin een keukentje en een slaapplaats. Ik heb vooral veel contact met een andere jongen uit Palestina. Wij hebben elkaar hier leren kennen. Wij spreken Arabisch met elkaar omdat dat natuurlijk makkelijker is dan Nederlands.

Ben je goed op de hoogte van het Coronavirus en alle maatregelen?

 Ja, ik ben goed op de hoogte van alle maatregelen. In ons huis hangen grote affiches op met alles wat we moeten doen en niet mogen doen. Ik zoek ook informatie op op internet. De meeste info kreeg ik ook van mijn persoonlijke assistente van het OCMW. Sinds de coronacrisis komt ze elke maandag naar ons huis in een zaaltje voor een gesprek. Hier is er meer ruimte om goed afstand te houden. Voor de crisis gingen de gesprekken door in haar bureau in het gemeentehuis, maar hier is het veiliger. 'Mijn vrienden zijn Vlaamse jongens en meisjes die in de buurt van Leuven wonen. Zo heb ik ook mijn Nederlands goed kunnen oefenen.'

Welke dingen kan je niet meer doen door de quarantaine?

Voor de quarantaine kon ik elke dag trainen met mijn sportploeg. Mijn vrienden kwamen supporteren bij de wedstrijden. Het zijn allemaal Vlaamse jongens en meisjes die in de buurt van Leuven wonen. Met hen heb ik heel veel contact. Ik heb hun familie leren kennen en word ook wel eens uitgenodigd om bij hen te gaan eten en te praten. Zo heb ik ook mijn Nederlands goed kunnen oefenen. Ook bij feesten mocht ik bij hen op bezoek gaan. Dat is echt heel belangrijk voor mij. Sinds de coronacrisis moet ik alleen trainen.  Mijn coach stuurt met de computer een trainingsprogramma door en dat moet ik elke dag afwerken. Soms train ik wel met één andere ploegmaat. Ik mis het contact met mijn vrienden, maar ik begrijp dat het nodig is om afstand te houden. Nu de quarantaine al bijna 3 maanden duurt, wordt het wel moeilijk en zou ik willen dat het voorbij was. Vanaf deze week mag ik al één keer per week met de ploeg trainen. Dat is fijn!

Welke hulp krijg je in Herent in normale tijden?

De meeste hulp krijg ik van mijn OCMW-assistente en bij gezondheidsproblemen krijg ik hulp van mijn dokter die hier in de buurt van het LOI woont. Ik kan mijn assistente en mijn dokter altijd mailen als ik een vraag heb.

Kan je nu ook contact houden met je familie?

Ja, mijn mama is altijd online. Ik spreek elke dag een half uur of een uurtje met haar. We vertellen elkaar wat er gebeurd is die dag. Ook met mijn vader en mijn broers en zussen hou ik contact, maar het meest met mijn mama. Als ik aan het koken ben, kan ik altijd aan mijn mama raad vragen. Ik kook heel graag en heb vroeger ook altijd geholpen in de keuken thuis.

Gaan de lessen Nederlands nog door nu?

Ja, ik krijg nu les online. Ik had gelukkig al een computer. Sommige bewoners van het LOI hebben een laptop gekregen van de Onthaalgroep Vluchtelingen. Zij  hebben computers ingezameld voor de gezinnen die nog geen computer hadden.

Hoe kijk je naar de toekomst, Mo?

Ik ben nu aan het wachten op mijn papieren om in België te kunnen blijven. Op dit moment heb ik geen identiteitskaart. Ik moet zeker nog enkele maanden wachten of ik papieren zal krijgen. Ik moet geduld hebben. Ik heb vroeger al een moeilijk leven gehad, maar ik heb altijd het gevoel dat de toekomst beter zal zijn. Ik ben positief en optimistisch. Als je respect hebt voor andere mensen, hebben ze ook respect voor jou.  Daardoor heb ik heel goede contacten met de mensen in België. Door respect geef je vertrouwen en krijg je liefde terug. Ik hoop dat het allemaal goed komt en dat ik hier kan blijven in de buurt van Leuven.

Wat wil je het liefste doen als de quarantaine voorbij is?

Als de quarantaine voorbij is, wil ik liefst weer meer contact hebben met al mijn vrienden: samen sporten, gaan wandelen, samen eten, samen praten, samen koken. Zo kan ik dan mijn Nederlands ook weer beter oefenen. Mijn vrienden zijn héél belangrijk om de moed erin te houden. 'Ik zou graag later een job hebben die aansluit bij mijn sport. Misschien kan ik kinesitherapie studeren en later kinesist worden.'

Wat is jouw grote droom?

Mijn grote droom ... (denkt na). Ik zou graag later een job hebben die aansluit bij mijn sport. Misschien kan ik kinesitherapie studeren en later kinesist worden. Dan kan ik mijn job en mijn sport samen blijven doen. Eerst moet ik dan bij de VDAB een opleiding volgen en ook mijn Nederlands moet nog verbeteren. Ik moet meer woorden leren over het lichaam en over alles wat ermee te maken heeft.

Als ik 27 of 28 jaar ben, wil ik ook wel trouwen en een gezin hebben met twee of drie kinderen, maar geen tien kinderen zoals mijn familie. Een rustig, goed leven, dat is mijn grote droom.

Meer weten over de Onthaalgroep Vluchtelingen Herent? Vind hier hun activiteiten en contactgegevens. 

Onthaalgroep Vluchtelingen Grimbergen

Onthaalgroep Vluchtelingen Grimbergen werd in 1989 opgericht met als doel om vluchtelingen die zich in Grimbergen vestigden bij te staan met zowel praktische als emotionele steun. We spraken met Edwy De Valck over de werking van de onthaalgroep en moeilijkheden door de lockdown.

De Onthaalgroep bestaat al 30 jaar, en er zijn dan ook al wat oudere vrijwilligers die er van in het begin bij zijn. Edwy De Valck: 'De eerste vluchtelingen zijn ze zelf gaan halen in het Klein Kasteeltje (van Fedasil). Grimbergen kreeg vluchtelingen toegewezen, maar niemand kwam. Dus zijn ze die gaan ophalen. Zo is het begonnen. Dan kwam de Balkanoorlog, Rwanda, Burundi, noem maar op.'

Vandaag hoeven de vrijwilligers de vluchtelingen niet meer zelf te gaan halen. 'We krijgen bericht van het OCMW als er mensen gaan aankomen in het LOI,' aldus De Valck. 'We gaan daar dan op bezoek gaan en we maken ze wegwijs in het leven in de gemeente en in België.'

Het LOI in Grimbergen bestaat uit twee appartementen. 'Het is bad, bed en brood, met een wekelijkse vergoeding voor eten.' Momenteel zit er een lesbisch koppel uit El Salvador en een koppeltje uit Gaza, die beide door Edwy worden opgevolgd.

'Vanaf dat ze papieren krijgen, hebben ze drie maanden de tijd om het LOI te verlaten en op de woningmarkt een woonst te zoeken. Wij helpen bij die zoektocht, onderhandelen met de verhuurders. Dat is moeilijk, want deze streek is heel duur. Eénkamerappartementen kosten hier al snel 700 à 750 euro per maand en huidskleur speelt een rol. Men wil minder snel verhuren aan mensen met een kleurtje of die van vreemde komaf zijn. Maar meestal lukt het wel.'

'Grimbergen kreeg vluchtelingen toegewezen, maar niemand kwam. Dus zijn ze die gaan ophalen. Zo is het begonnen.'

Door een samenwerking met de plaatselijke Bio-Planet kan de Onthaalgroep ook aan voedselondersteuning doen. Elke donderdag staat een pallet voeding dat tegen de houdbaarheidsdatum aanzit klaar. Daarmee wordt dan rondgegaan bij mensen die het echt nodig hebben.

'Voor de mensen is dat een deel van hun budget dat niet naar eten hoeft te gaan en ergens anders ingezet kan worden. Het aanbod valt soms wel eens tegen. Voor ons zijn de producten soms al onbekend, voor hen is dat het dan nog meer. Soms wordt het dan toch niet gebruikt, maar vaak is het wel een helpende hand.'

De onthaalgroep beschikt ook over een kleine voorraad fietsen voor de nieuwkomers in Grimbergen. 'Het kan een manier zijn om er even tussenuit te zijn, maar het vergroot ook hun mobiliteit. Ze hebben een kaart van De Lijn, maar in coronatijden ging dat niet. Met de fiets ging het dan weer wel. Hier is niet meteen een halal-beenhouwer of een Afghaanse of Indische winkel. Dus ze moeten naar Brussel kunnen om dergelijke winkels te vinden. Met de fiets kan dat.'

Luisteren naar elkaar

De ondersteuning gaat vaak ook over kleine details als het gebruik van vuilzakken of dat je beter eerst naar een huisarts gaat en dan pas naar het ziekenhuis met kleine medische klachten. 'Het zijn praktische zaken. Wat niet wil zeggen dat we niet luisteren, want dat doen we ook. We luisteren naar hen, naar de ervaringen die ze hebben meegemaakt, als ze er over willen praten, natuurlijk.'

'Het is belangrijk te kunnen luisteren. We zijn veel met materiële zaken bezig, maar hun verhaal is ook belangrijk. Daar moet je tijd voor maken. Soms moet je zeggen: "Ik voel dat je iets wil vertellen." Soms willen ze het niet vertellen, hoor. Maar het is toch belangrijk.'

De onthaalgroep ondersteunt vluchtelingen in Grimbergen en voornamelijk in de eerste twee jaar in België. 'Het betekent niet dat we na twee jaar ineens stoppen met er over de vloer te komen. Er zijn families die hier al sinds de Balkanoorlog zijn. Dat is niet wekelijks, maar ik zie ze toch een paar keer per jaar, met een speciale gelegenheid, een feestdag of zo, soms onverwachts. Dan staan de koekjes altijd klaar.'

'Doorheen de jaren verandert ondersteuning vaak in een emotionele, vriendschappelijke band.'

'De mensen zijn dan blij dat ze kunnen vertellen over hoe het gaat met hen, op het werk, met de kinderen. We hebben 120 families hier in Grimbergen. Het stopt nooit hoor.' Momenteel heeft de Onthaalgroep vijftien vrijwilligers. Elke vrijwilliger volgt een aantal families op. Doorheen de jaren verandert die ondersteuning vaak in een emotionele, vriendschappelijke band.

Edwy De Valck: 'Men vergeet niet dat je er in een moeilijke periode voor hen was, hen begeleidde en meeging naar afspraken. Als ze alleen aan een loket staan, bijvoorbeeld, worden ze vaak wandelen gestuurd, gaan ze weer naar huis, zonder dat het probleem opgelost is. Daarom gaan we mee.'

De vrijwilligers proberen ‘hun’ families te ondersteunen voor zover ze kunnen. “Elke vrijwilliger zet zich in ‘naar godsvrucht en vermogen’, zoals men zegt. We hebben soms vergaderingen over welke families problemen hebben. Als ik naar de agenda voor vanavond kijk, zie ik dat er een zevental families momenteel problemen hebben. Dan zoeken we oplossingen.”

Gemeentebestuur

Binnen de gemeente Grimbergen is er een groep mensen die de onthaalgroep een warm hart toedraagt. 'Een concert was in een mum van tijd uitverkocht. Er zijn mensen die ons willen ondersteunen. Maar dat is niet heel de gemeente.'

Via de socioculturele verenigingen proberen de vrijwilligers dan ook draagvlak voor vluchtelingen in de gemeente te creëren. 'Ik zit ook in de KWB (Kristelijke Werknemersbeweging) en probeer daar ook over vluchtelingen te praten. Dat mag, maar liefst niet te lang en niet te veel. Ik gebruik dat platform om te laten zien dat vluchtelingen bestaan en hier echt niet voor hun plezier zijn. Het is van alle tijden en het is niet gemakkelijk.'

Volgens Edwy is het gemeentebestuur tevreden dat er iets in de gemeente bestaat dat vluchtelingen opvangt. 'We ontvangen jaarlijks een subsidie, wat er op wijst dat ze onze werking appreciëren.'

Naast deze subsidie heeft de Onthaalgroep verschillende sponsors en krijgt ze schenkingen, waarmee ze kunnen rondkomen. Dat geld gebruiken ze soms om vluchtelingen uit de schulden te houden.

'Af en toe moeten we huur of een waterrekening voor iemand betalen. als je dat niet doet, wordt dat bedrag hoger, en moet je het toch betalen. We proberen dat toch voor te zijn. Want als ze het driedubbele moeten betalen wordt dat moeilijk.'

In Grimbergen

De Onthaalgroep houdt ook contact met allerlei socioculturele organisaties uit Grimbergen, zoals de Marokkaanse of Turkse gemeenschap. 'Die bieden vaak een helpende hand. Aan het begin van de ramadan heeft de Turkse gemeenschap voor een voedselpakket voor 25 vluchtelingen gezorgd. De Marokkaanse gemeenschap maakte elke avond soep die we dan konden ronddelen bij islamitische vluchtelingen.'

De Onthaalgroep organiseert ook meerdere activiteiten, zoals een uitstap met meerdere families. 'We zijn al naar Bokrijk geweest en vorig jaar naar het Tivolipark in Mechelen. Daar hebben we gevoetbald en gekubbd. Er was ook een grote speeltuin. Eén van ons had raket afschieten met een plastiek fles en water uitgedokterd. De kinderen vonden dat fantastisch. Ze hadden nog nooit zo veel plezier gehad, zeiden ze. We proberen activiteiten te doen waarbij iedereen samen is, niet op zichzelf.'

Dit jaar had de Onthaalgroep het cc van Strombeek afgehuurd voor een concert. 'Voor vluchtelingen hadden we vrijkaarten, een honderdtal, en in totaal was daar wel vierhonderd man. Zo konden de mensen contact met elkaar hebben. Dat was zeer goed meegevallen.'

Soms organiseren ze ook thema-avonden, bijvoorbeeld met Majd Khalifeh, een VRT-journalist die uit Palestina is gekomen. 'Dat was samen met het CVO van Strombeek, een uiteenzetting in het Nederlands. We hebben ook, in samenwerking met de bibliotheek, een avond met Bleri Leshi georganiseerd. Hij is een filosoof uit Albanië, geeft les in Leuven en heeft al een vijftal boeken geschreven. Hij is ook een vluchteling en een erg gedreven man.'

'De kinderen vonden het fantastisch. Ze hadden nog nooit zo veel plezier gehad, zeiden ze.'

De onthaalgroep probeert de vluchtelingen in Grimbergen te integreren in het dagelijkse leven van de gemeente door hen te laten meedoen aan allerlei socioculturele activiteiten. 'We profiteren van wat er is, haken in als we het interessant vinden. KVLV heeft bijvoorbeeld een keer per twee weken een breinamiddag. We proberen dan vluchtelingen mee te laten breien. Zo proberen we ze te integreren.'

Of de integratie vlot verloopt hangt van de persoonlijkheid en het taalniveau af. 'Soms lukt het, soms niet. Het maakt uit hoe open je bent, hoeveel Nederlands je kent. Meestal is len wel geïnteresseerd hé. ‘Van waar ben je?’, ‘Wat doe je zoal?’. Maar als er niet genoeg kan gecommuniceerd worden, valt dat na een tijdje natuurlijk stil.'

Nederlands leren

Door het coronavirus zijn de meeste lessen Nederlands momenteel stilgevallen. De kinderen leren volgens Edwy erg snel perfect Nederlands, via het gewoon onderwijs. Maar voor volwassen is het echt een probleem. 'De mensen in het LOI leren nu al zes weken geen Nederlands meer. Die gaan natuurlijk achteruit. Maar hun aanvraagdossier loopt wel door.'

'Vanaf dat ze kunnen gaan werken, gaat het toch makkelijker. Als je een hele dag Nederlands hoort, snap je sneller waarover het gaat. Misschien slecht vervoegd, maar het lukt dan wel. Als je werkt, kan je ook niet meer echt les volgen. Ze blijven wat zitten in de fase waar ze geëindigd zijn met hun Nederlandse les. Het verbetert een beetje door communicatie op het werk, maar ze gaan nooit perfect Nederlands spreken.' 

De werking van de Onthaalgroep werd door de lockdown in de war gebracht, en de meeste communicatie gebeurde via e-mail. Maar volgens Edwy was het toch vooral erg zwaar voor grotere families: 'Met velen in een klein appartement en niet buiten mogen, dat was heel moeilijk.'

De vrijwilligers probeerden wel het contact met de families in stand te houden, onder andere via de voedselpakketen. Ook de mensen in het LOI werden nog opgevolgd. 'Zij zaten in een heel penibele situatie. Ze kwamen hier aan en werden meteen in een appartement gezet dat ze dan niet meer mochten verlaten.'

Het OCMW van Grimbergen had een brief rondgestuurd in verschillende talen rond de lockdownmaatregelen, maar volgens Edwy is het niet duidelijk of alle vluchtelingen wel kunnen lezen en schrijven in hun eigen taal. 'We zijn zijn zelf ook wel overal langsgegaan om uit te leggen wat mocht en wat niet, over mondmaskers,…' Ondanks de informatie hebben enkele vluchtelingen boetes gekregen voor het niet dragen van een mondmasker op het openbaar vervoer. 'Dan gaan we weer bellen om te zeggen dat ze dat niet kunnen betalen.'

Steunen

Voel je iets om mee te helpen aan de voedselronde of een familie te begeleiden naar de voedselbank, een enkele keer hen bij te staan bij een schoolbezoek of een familie bij te staan of gewoon eens te komen luisteren op onze maandelijkse vergadering naar vluchtelingenverhalen. Geef dan een seintje op volgend emailadres: onthaalvluchtelingengrimbergen@gmail.com. Meer informatie via https://onthaalvluchtelingengrimbergen.wordpress.com/

  • Giften met attest
    BE88 0000 0000 4141
    mededeling: P162 Onthaalgroep Vluchtelingen Grimbergen
  • Giften zonder attest
    BE98 4387 1940 8193
    Onthaalgroep Vluchtelingen Grimbergen