Juridische helpdeskvraag van de maand (juli)

Sinds juli krijgen erkende vluchtelingen geen onbeperkte verblijfsvergunning meer maar een tijdelijke.  Wat betekent dit?

Op 8 juli 2016 werd de vreemdelingenwet van 15 december 1980 (artikel 49) over de duur van de verblijfstitel gewijzigd. Voortaan krijgen erkende vluchtelingen niet meer onmiddellijk een verblijf van onbeperkte duur. Ze krijgen eerst een verblijfskaart A die tot vijf jaar geldig is, vanaf hun asielaanvraag. Na vijf jaar krijgt de erkende vluchteling een verblijf van onbeperkte duur (B kaart).

Tijdens die vijf jaar kan de Dienst Vreemdelingenzaken aan het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen vragen de vluchtelingenstatus op te heffen als de gronden op basis waarvan het statuut werd verleend niet meer bestaan. De opsomming van deze gronden zijn in de Vluchtelingenconventie opgenomen. Concreet onderzoekt het Commissariaat-Generaal opnieuw of de vluchtelingen in hun land van herkomst niet langer worden vervolgd en bijgevolg geen internationale bescherming meer nodig hebben.

De toekenning van het onbeperkt verblijfsrecht wordt in dit geval geschorst in afwachting van een definitieve beslissing in het heronderzoek. Als de geldigheidsduur van de verblijfstitel verstrijkt tijdens het heronderzoek van de geldigheid van de vluchtelingenstatus, wordt de verblijfstitel vernieuwd in afwachting van een definitieve beslissing. De Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen moet binnen een termijn van zestig werkdagen een beslissing nemen tot wel of niet opheffing of intrekking van de vluchtelingenstatus.

Wanneer het Commissariaat beslist de vluchtelingenstatus op te heffen of in te trekken, kan de Dienst Vreemdelingenzaken een einde maken aan het verblijf en de vluchtelingen terugsturen naar hun land van herkomst.