In het spoor van een asielzoeker

door Dimitri
  • Dienst Vreemdelingenzaken te Brussel

Je bent een vluchteling. Je hebt net de Middellandse Zee overgestoken in een gammel bootje. Mensensmokkelaars droppen je in de Noordwijk in Brussel. Je hebt totaal geen idee waar je bent of waar je naartoe moet. Zonder geld in je zakken en zonder enige kennis van Nederlands of Frans, sta je daar verweesd en alleen. Wat nu? Vluchtelingenwerk Vlaanderen volgde de route die asielzoekers afleggen tijdens hun eerste dag in België.

De asielprocedure begint in de kantoren van de Dienst Vreemdelingenzaken in Brussel. Om acht uur ‘s ochtends schuiven asielzoekers in een lange wachtrij aan de deuren van WTC II aan. Het hoge gebouw oogt van buiten robuust en indrukwekkend. De  Dienst Vreemdelingenzaken en Fedasil hebben er hun kantoren. Er werken maar liefst meer dan 1500 mensen. De asielzoekers komen binnen in de ontvangstruimte. Eerst fouilleert personeel van de Dienst Vreemdelingenzaken de asielzoekers op gevaarlijke voorwerpen. ‘We zien de laatste dagen vooral veel Palestijnen, Congolezen, Russen, Afghanen en Guineërs opdagen,’ zegt Ilona Van Liedekerke, medewerkster bij de Dienst Vreemdelingenzaken. ‘Na de eerste controle gaat hun bagage door een scanner. We hebben al eens meegemaakt dat een asielzoeker een groot mes mee had. Al komt dat niet vaak voor.’

Vingerafdruk

Na de registratie van hun asielaanvraag worden afdrukken van hun vingers genomen. De asielzoekers krijgen een ‘bijlage 26’ van de dienst Vreemdelingenzaken. Dit document is het bewijs van de registratie van hun asielaanvraag. De asielzoekers kunnen zich met dit document aanbieden bij een gemeente om zo een  ‘attest van immatriculatie’ te verkrijgen. Dat is een bewijs dat je bent ingeschreven in de gemeente. In een kamertje op weg naar het vingerafdruklokaal ververst een Afrikaanse moeder de luier van haar baby. Van het kind zal de Dienst Vreemdelingenzaken geen vingerafdrukken nemen. Deze procedure is alleen verplicht voor volwassen, kinderen vanaf veertien jaar en niet-begeleide minderjarige vluchtelingen.

In groepen van vijftien haasten de asielzoekers zich naar de bevoegde kamer. Drie vingerafdrukmachines staan klaar. De vingerafdrukken worden in een centrale database nagekeken en gecontroleerd. ‘Het is heel belangrijk dat wij handschoenen aantrekken, zegt Geert, de verantwoordelijke voor de vingerafdrukken. ‘Niet alleen voor de hygiëne, maar ook voor de kwaliteitsgarantie van de afdrukken. We moeten zo snel mogelijk deze procedure afhandelen. Via hun vingers gaan wij na of de asielzoekers bekend zijn bij Eurodac.’ Het Eurodac-systeem helpt de lidstaten van de Europese Unie met de identificatie van asielzoekers. Door vingerafdrukken te vergelijken, kunnen de EU-lidstaten nagaan of een asielzoeker, reeds een asielaanvraag heeft ingediend in een andere EU-lidstaat en of een asielzoeker het grondgebied van de Unie onregelmatig is binnengekomen.

‘Mensen gebruiken soms een product op hun vingers om de kwaliteit van de vingerafdruk aan te tasten,’ vertelt Geert. ‘Als we vermoeden hebben van fraude dan nodigen we deze mensen twee weken later opnieuw uit voor een interview. Vaak is het product uitgewerkt tegen die tijd. Blijkt de asielzoeker hier onwettig te verblijven, kunnen we overgaan tot een tijdelijke opsluiting.’

Nadien neemt de Dienst Vreemdelingenzaken nog een röntgenfoto van de longen om te kijken of de asielzoeker niet besmet is met tuberculose. Heel deze procedure neemt een hele voormiddag in beslag. Om twaalf uur sluit de Dienst Vreemdelingenzaken de deur en moet iedereen het gebouw verlaten. Enkel de minderjarige asielzoekers krijgen een broodje of iets anders om te eten. De andere asielzoekers kunnen gelukkig nog bij het Soep- en Infopunt terecht van Vluchtelingenwerk Vlaanderen voor een kom soep en wat brood. Ze krijgen daar ook informatie over het verdere verloop van hun procedure. 

Interview

Om één uur ‘s middags start de tweede fase van de asielprocedure. Het eigenlijke opvangtraject begint bij de dienst Dispatching van Fedasil. Na een kort interview bepaalt Fedasil of iemand recht heeft op opvang en welk soort opvang hij of zij kan krijgen. In een overvolle wachtzaal zijn honderd asielzoekers samengepropt, wachtend op de resultaten van hun interview. Een jongetje staat zijn handen te wassen aan een drinkbak. In de hoek tussen gestapelde koffers liggen twee kinderen op de grond te slapen. Een moeder met vier kinderen krijgt uitleg in het Frans. Fedasil zal voor haar opvang organiseren en haar medische kosten betalen. Een man heeft minder geluk. Hij vraagt voor de vierde keer asiel aan, en heeft geen recht meer op asielopvang.

Niet-begeleide minderjarigen krijgen extra opvang tijdens de procedure. ‘Soms liegen ze over hun leeftijd,’ aldus Ilona Van Liedekerke. ‘Dan blijkt na onderzoek dat ze 28 jaar zijn of ze dagen op met een grijze baard. Als we twijfelen, doen we een leeftijdsonderzoek. Bij het interview vullen de asielzoekers een lijst in met persoonlijke gegevens en geven ze indien mogelijk allerlei documenten af. Bij het korte interview mogen geen advocaten of een vertrouwenspersoon aanwezig zijn.’

De dienst Dispatching heeft twee belangrijke taken: de instroom van nieuwkomers opvangen en de doorstroom regelen. ‘Na het interview wijzen we een beschikbare plaats toe,’ aldus een medewerker van Dispatching.’ Momenteel hebben we wekelijks ongeveer vijfhonderd aanvragen, waarvan een twintigtal  kinderen.’ De dienst Dispatching geeft alle nieuwe asielzoekers een informatiebrochure die in elf talen beschikbaar is. Deze brochure informeert de asielzoekers over hun rechten en plichten tijdens de opvangperiode. Bij de toewijzing van deze opvangplaatsen tracht de dienst zoveel mogelijk rekening te houden met de specifieke situatie van de asielzoekers (gezinnen met kinderen, rolstoelgebruikers, niet-begeleide minderjarigen... ). Bepaalde opvangstructuren zijn immers beter dan andere aangepast aan de noden van sommige asielzoekers.

Asielzoekers kunnen met hun vragen terecht bij het infopunt van de dienst Dispatching. ‘Er bestaan geen domme vragen,’ lacht Mehmet Kürtgözü. De Turkse Koerd was in 1995 zelf asielzoeker. Vandaag werkt hij bij het infopunt van Fedasil. ‘Zeventig à tachtig procent van de vragen beantwoorden we onmiddellijk. De rest sturen we door naar een maatschappelijk begeleider. Wij geven info, wij vragen geen informatie. Er werken hier drie mensen. Samen spreken we 33 talen.’

In principe zijn de asielzoekers rond vijftien uur buiten. Fedasil wijst indien nodig de asielzoekers een opvangplaats toe waar ze gedurende de hele asielprocedure kunnen verblijven. De organisatie die voor die asielopvang instaat, zorgt ook voor de nodige sociaaljuridische begeleiding. Met een adres, een stratenplan en een wat zakgeld in de hand begint hun eerste nacht op Belgische bodem.