Eu-solidariteitscrisis: de weg vooruit

De Europese Unie, met een totale bevolking van meer dan vijfhonderd miljoen mensen, blijkt niet in staat om de aankomst van één miljoen nieuwkomers op een humane en menswaardige manier te beheren. Mensen op de vlucht blijven sterven in de Middellandse Zee. Wie de overtocht overleeft botst op hekken en prikkeldraad. Duurzame en menswaardige oplossingen blijven uit.

Nooit eerder had de Europese Unie het zo druk met het thema asiel en migratie. Nooit eerder produceerde de Europese Commissie zoveel voorstellen om de samenwerking tussen lidstaten rond asiel te bevorderen en budgetten vrij te maken. Nooit eerder werd er zo veel gepraat over Europese solidariteit. Nooit eerder stond die solidariteit zo onder druk.

Vluchtelingenwerk Vlaanderen spreekt bewust niet over een vluchtelingencrisis, maar over een solidariteitscrisis. Centraal in dit verhaal staan mensen en hun rechten. Het recht om asiel te zoeken is een van de pijlers van ons streven naar meer vrede en veiligheid via internationale mensenrechten. Mensen die hun leven of fundamentele rechten en vrijheid bedreigd zien, moeten hun land kunnen ontvluchten en beroep kunnen doen op internationale bescherming. De vraag is niet óf Europa deze mensen moet beschermen. De vraag is hoe ze zich van deze taak kwijt.

Sinds 1999 werkt de Europese Unie aan een gemeenschappelijk asiel- en opvangbeleid. Dat werk is vandaag nog lang niet voltooid. De huidige uitdagingen maken eens te meer duidelijk dat er nood is aan een gemeenschappelijk beleid. Een duurzame en geharmoniseerde aanpak op Europees vlak is meer dan ooit de topprioriteit.

Wij pleiten voor een krachtig asielbeleid dat mensenlevens redt, vluchtelingen beschermt en een meerwaarde betekent voor de samenleving in de gastlanden. De manier waarop Europa beantwoordt aan de vraag van zoveel mensen op de vlucht raakt verschillende beleidsdomeinen: mensenrechten, sociale en economische ontwikkeling, nationale en internationale veiligheid, binnenlands bestuur, internationale- en ontwikkelingssamenwerking. In de meeste beleidsvoorstellen ontbreekt een integrale kijk op de vraag waarom mensen vluchten, wat hun rechten zijn, en hoe Europa op de meest duurzame manier een beschermingsbeleid kan voeren.

Vluchtelingenwerk zet graag de essentie terug centraal: vluchten is een zaak van leven of dood. Europa moet mensen op de vlucht beschermen. Dit zijn onze aanbevelingen voor een humaan en haalbaar Europees beleid.

De Conventie van Genève blijft het basisprincipe

Het Vluchtelingenverdrag bepaalt dat mensen die in hun land vervolgd worden, recht hebben op internationale bescherming. Het gaat om politieke activisten, om mensen die blootstaan aan geweld en vervolging omwille van hun geloof, etnie, gender of seksuele geaardheid. Deze mensen beschermen staat gelijk aan onze eigen essentiële normen en waarden beschermen. Het zijn dezelfde vrijheden en rechten als de onze, die onder druk staan. Precies omdat deze individuele vrijheden en mensenrechten zo fundamenteel zijn, hebben wij ze op het hoogste niveau vastgelegd in wetten en verdragen. Wanneer deze mensenrechten bedreigd worden moeten we niet twijfelen aan onze basisprincipes, maar net tonen dat ze geen dode letter zijn, dat we het menen.

Het klopt dat de uitvoering van het Vluchtelingenverdrag onder druk kan komen te staan wanneer een groot aantal mensen gelijktijdig op de vlucht slaat, zoals nu het geval is. Er is namelijk een individueel onderzoek nodig om na te gaan wie recht heeft op bescherming als vluchteling. Dat onderzoek vraagt tijd, tijd die vaak ontbreekt in acute situaties. De oplossing ligt echter niet in het beperken van het aantal mensen dat bescherming krijgt. In nood kunnen Europese lidstaten zich beroepen op een bestaande richtlijn: de Europese Tijdelijke Beschermingsrichtlijn. Deze werd in het leven geroepen voor in geval van massale toestroom van mensen uit een conflictsituatie. De richtlijn versoepelt de toegang van mensen op de vlucht uit conflictgebied. Wie vlucht, krijgt een tijdelijke verblijfsstatus. De richtlijn bestaat sinds 2001, maar werd nooit gebruikt.

Steun aan conflictregio’s

Een klein land als Libanon, met een oorspronkelijke bevolking van vier miljoen mensen, vangt meer dan één miljoen Syrische vluchtelingen op, en dat al vijf jaar lang. De 28 landen van de Europese Unie, met een totale bevolking van vijhonderd miljoen, vangen samen minder dan negenhonderd duizend Syrische vluchtelingen op. De EU kan dan ook maar beter ingaan op de vraag om noodhulp, ontwikkelingshulp en bescherming van mensenrechten in de conflictregio’s, waar 86% van de vluchtelingen wereldwijd verblijven. Deze buurlanden zijn vaak zelf ontwikkelingslanden of kampen met politieke en economische instabiliteit.

Massale humanitaire hulp in de regio is een absolute noodzaak. UNCHR, de VN-vluchtelingenorganisatie, en andere humanitaire organisaties die actief zijn in conflictregio’s, kampen met grote budgettaire tekorten. Zij moeten ondersteund worden om ervoor te zorgen dat de slachtoffers van conflicten op een menselijke manier worden opgevangen.

VEILIGE EN LEGALE TOEGANG

Mensenlevens eerst

Mensen vluchten niet omdat ze weten dat ze gered zullen worden wanneer ze dreigen te verdrinken. Mensen vluchten omdat ze gevaar lopen. Grootschalige reddingsacties in de Middellandse Zee blijven noodzakelijk zolang Europa geen veilige en legale toegangswegen ontwikkelt. Mensen laten sterven op zee is geen optie.

Wie vlucht heeft weinig of geen wettige en veilige manieren om naar Europa te reizen. Er bestaan visa voor toeristen, studenten of in bepaalde gevallen voor werknemers, maar niet voor mensen op de vlucht voor oorlog of vervolging. Mensen op de vlucht zijn dus meestal verplicht om een gevaarlijke reis te ondernemen, in handen van mensensmokkelaars.

Mensensmokkel is een kwestie van vraag en aanbod. Door de vele conflicten gaan steeds meer mensen op zoek naar veiligheid. Daarvoor doen ze beroep op mensensmokkelaars, bij gebrek aan veilige en legale alternatieven om Europa te bereiken. De strijd aangaan tegen mensensmokkelaars zonder valabele en veilige alternatieven te bieden, zal vluchtelingen hun enige hoop op een veilige toekomst ontnemen, of mensen tot nog grotere risico’s aanzetten. Wanneer veilige en legale alternatieven voorhanden zijn, hebben mensen geen smokkelaars meer nodig.

Veilige en legale reispistes

  • Via ‘resettlement’ nodigt een land vluchtelingen uit die zijn gestrand in een ander land (bv. Turkije) waar ze geen nieuw leven kunnen opbouwen. De vluchtelingen worden dan veilig overgebracht en kunnen in het gastland waar ze hervestigd worden hun leven terug opbouwen. Deze maatregel bestaat al, maar het aanbod aan resettlementplaatsen is onvoldoende. Europese landen moeten hun engagement rond resettlement fiks optrekken.
  • Ook gezinshereniging bestaat al: Gezinsleden van vluchtelingen die erkend zijn in een België, kunnen een visum aanvragen om na te reizen. Hereniging is alleen maar mogelijk voor wettige echtgenoten, minderjarige kinderen of de ouders van een minderjarige erkende vluchteling. Andere gezinsleden kunnen geen aanspraak maken op gezinshereniging. Bovendien zijn de procedures voor gezinshereniging lang, duur en zeer bureaucratisch. De criteria en de procedure voor gezinshereniging versoepelen zou dan ook veel mensen op de vlucht een veilige reis bieden.
  • In bijzondere situaties en om humanitaire redenen kan iemand een humanitair visum aanvragen om naar België te komen. Deze humanitaire visa kunnen een antwoord bieden aan mensen op de vlucht, wanneer er bv. sprake is van kwetsbaarheid of banden met het land dat het visum verleent. Een humanitair visabeleid en een humanitair toelatingsprogramma gebeuren best in Europese samenwerking. Een land hoeft daar niet op te wachten en kan zelf beslissen om humanitaire visa te verlenen aan mensen op de vlucht.

VEILIGE OPVANG EN REGISTRATIE: EEN GEDEELDE EUROPESE TAAK

Hotspots: werk aan de winkel

De Europese Commissie schuift het idee van hotspots naar voren. Deze registratiepunten aan de buitengrenzen kunnen op zich passen in een langetermijnvisie over een collectief Europees asielbeleid. Als mensenrechtenorganisatie zien wij de nood aan goed georganiseerde Europese ‘aanmeldpunten’, waar mensen worden opgevangen, informatie krijgen, asiel kunnen aanvragen en daarna doorstromen naar een kwaliteitsvolle en geharmoniseerde asielprocedure. Idealiter gebeurt dit onder toezicht van een gemeenschappelijke en onafhankelijke EU-asielinstantie. Daarnaast is er nood aan een Europese beroepsinstantie voor asielzoekers die een eerste negatieve beslissing willen aanvechten. Het recht om asiel aan te vragen moet immers centraal staan in het functioneren van hotspots. Van dwang of detentie kan absoluut geen sprake zijn.

De huidige realiteit van de bestaande ‘hotspots’, in Griekenland en Italië, staat hier echter nog mijlenver van af. De Europese Commissie vult de hotspots voorlopig enkel in als een noodzakelijk instrument voor de identificatie en het nemen van vingerafdrukken, alsook voor de verdere toepassing van de Dublinverordening of een EU-spreidingsplan. Goed georganiseerde aanmeldpunten, waar mensen ook degelijk worden opgevangen en geïnformeerd, zijn de hotspots zeker niet. Er is dus nood aan een degelijke uitwerking van deze aanmeldpunten, zodat er elf goed functionerende hotspots tot stand komen, in plaats van een paar matig functionerende.

Faire spreiding

Dat asielzoekers verspreid worden over het Europese territorium is een belangrijke bekommernis van de lidstaten, die de gesprekken op topniveau beheerst. Als de lidstaten zo’n spreiding willen doorvoeren, moet die niet alleen proportioneel zijn, maar ook de rechten van vluchtelingen beschermen. Het spreidingsplan dat vandaag voorligt, is absoluut ontoereikend. Het dreigt zelfs te leiden tot onmenselijke en vernederende behandeling, asielloterij, secundaire bewegingen van asielzoekers die naar een ander land doorreizen en uitstelling van bescherming. Bovendien is het afgesproken aantal asielzoekers onvoldoende. Momenteel heeft de EU een spreidingsplan goedgekeurd voor een totaal van 160 000 asielzoekers. In Griekenland alleen al zijn in 2015 meer dan 800 000 mensen aangekomen.

Alle lidstaten moeten bijdragen tot een goed functionerend systeem, ook door een eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheid voor verdere opvang en bescherming van vluchtelingen. Die verdeling is zowel wenselijk voor vluchtelingen als voor de EU. Als alle lidstaten hun bijdrage leveren, kunnen we met z’n allen meer en betere bescherming bieden. Een eerlijke verdeling houdt uiteraard rekening met de draagkracht van een lidstaat om kwaliteitsvolle opvang en bescherming te bieden (demografie, bnp, werkloosheidsgraad, …)

Die faire spreiding is enkel mogelijk op voorwaarde dat regels en procedures in de verschillende EU-landen gelijkwaardig zijn.

Afstemmen van regelgeving, wetten en procedures

De huidige verschillen tussen de verschillende lidstaten, zowel op het vlak van opvang als van asielprocedures en beoordeling van asielaanvragen, bieden geen waterdichte garanties dat asielzoekers overal een gelijkaardige kwaliteitsvolle behandeling krijgen.

Er bestaat nog steeds geen wederzijdse erkenning van de beschermingsstatus. Een vluchteling die aan een land wordt toegewezen en daar wordt erkend, mag zich met zijn vluchtelingenstatus niet zomaar vestigen en werken in een ander EU-land.

Europa toonde lang geleden het voornemen om tot een gemeenschappelijk asiel- en opvangbeleid te komen. Van dat voornemen kwam er nog te weinig in huis. Een gemeenschappelijk EU-systeem voor de bescherming van asielzoekers en vluchtelingen is hoog nodig. Het is dan ook cruciaal dat er via doorgedreven overleg en met alle diplomatieke middelen naar een gezamenlijk beleid wordt toegewerkt.

Bescherming voor grensbewaking

Dat strenge grensbewaking vluchtelingen kan stoppen is een illusie. Dat bewijst de realiteit van aangroeiende vluchtelingenkampen aan gesloten grenzen. Mensen slaan op de vlucht voor oorlog en vervolging. Dat zullen ze blijven doen, of de grenzen nu bewaakt worden of niet.

Grenzen afsluiten voor vluchtelingen is bovendien onwettig. Europese landen zijn gebonden aan het Vluchtelingenverdrag en hebben dus niet alleen de morele, maar ook de juridisch plicht om vluchtelingen te beschermen. Dat betekent dat we geen vluchtelingen mogen terugsturen naar een land waar zij gevaar lopen en dat we hen toegang moeten bieden tot ons grondgebied, om te onderzoeken of zij bescherming nodig hebben.

Om te weten wie al dan niet recht heeft op bescherming, moeten we mensen die asiel aanvragen doorlaten, opvangen en hun asielaanvraag onderzoeken. Griekenland krijgt onterecht het verwijt zijn grenzen niet te bewaken. Griekenland handelt nochtans correct wanneer het vluchtelingen binnenlaat.

Het doorschuiven van ons beschermingsbeleid aan landen die grenzen aan de EU is géén optie. Europa kan zich niet afsluiten voor mensen die asiel aanvragen. Het recente voorstel over een ‘ruildeal’ met Turkije houdt geen rekening met het feit dat de bescherming van vluchtelingen er niet gegarandeerd is. De EU schendt dus mensenrechten door mensen op de vlucht in Turkije te houden.

Geïntegreerde en samenhangende aanpak

Een complexe situatie vergt een gelaagde en geïntegreerde aanpak. Enkel investeren in steun aan de conflictregio’s zonder te werken aan een geharmoniseerd collectief Europees beleid volstaat niet en zal de situatie niet doen kantelen. Enkel investeren in hotspots zonder in te zetten op opvang en degelijke procedures is zinloos. Laten we dus wegblijven van de simpele oplossingen. Die zijn niet alleen ontoereikend, maar kunnen de huidige crisis nog aanscherpen.

Sterk en moedig leiderschap

Gemakzucht is niet aan de orde. Grote en dwingende uitdagingen vragen om ambitieuze, sterke en moedige leiders die hun verantwoordelijkheid nemen, en ze niet doorschuiven. We hebben een langetermijnvisie nodig die niet enkel focust op het hier en nu, maar ook durft vooruitkijken, met het oog op integratie en samenleven.

De weg vooruit volgens Vluchtelingenwerk:

  1. De conventie van Genève als basisprincipe:
    De conventie kwam er om rechten en vrijheden te beschermen. Als we dit principe verwerpen, hollen we onze rechten en vrijheden uit.

  2. Steun aan conflictregio’s: 
    86% van de vluchtelingen wereldwijd verblijft in de conflictregio’s. Europa moet dus ingaan op de vraag om noodhulp, ontwikkelingshulp en bescherming van mensenrechten in de die regio’s zelf. Die steun is nu ontoereikend.
  3. Mensenlevens eerst: 
    - Grootschalige reddingsacties op zee: mensen laten verdrinken is geen optie.
    - Veilige en legale alternatieven aanbieden aan de hand van resettlement, gezinshereniging en humanitaire visa
  4. Een geharmoniseerd Europees beleid:
    - De bestaande hotspots uitbouwen tot veel meer goed werkende aanmeldpunten waar mensen worden opgevangen en geïnformeerd en van waar ze vlot kunnen doorstromen.
    - Een fair spreidingsplan met voldoende plaatsen.
    - Verder afstemmen van wetten, regelgeving en procedures.
    - Geen grenzen sluiten voor wie bescherming nodig heeft. Geen koehandel met grenslanden die mensenrechten schenden.
  5. Een geïntegreerde aanpak waarbij op alle vernoemde niveaus en aspecten wordt ingezet.

  6. Sterk en moedig leiderschap met het oog op de lange termijn, met zin voor verantwoordelijkheid en een ambitieuze toekomstvisie.