Collega in de Kijker: Iris de Caluwé

door Dimitri
  • Iris (links op de foto) in een gesprek met collega Maya

Vandaag zetten we opnieuw een collega in de kijker. We interviewen een medewerker en vragen naar zijn of haar verhaal bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Iris de Caluwé heeft een eigen bedrijf én is onze tijdelijke HR Manager. Ze werkt nog tot het einde van het jaar en helpt onze organisatie met personeelswerk. ‘Het is fantastisch hoe deze ploeg in deze barre omstandigheden zo constructief blijft voortwerken. Er staat heel veel te gebeuren in zeer weinig tijd. Mijn respect voor deze organisatie is enorm.’

Iris: ‘Na twee jaar ervaring als Human Resources Manager bij Oxfam-Wereldwinkels, koos ik ervoor om volledig zelfstandig te worden. Ik richtte mijn eigen zaak ‘x-anders’ op waarmee ik social profit organisaties coach op vlak van medewerkersbeleid en organisatieontwikkeling. Vaak krijg ik vragen uit het jeugdwerk of sociocultureel middenveld om hen te begeleiden. Stilaan nodigt de welzijnssector mij ook meer en meer uit. Dat kan een namiddag zijn of enkele dagen per maand, tot quasi fulltime, zoals nu bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen.

Vaak zit een organisatie vast, hebben ze vernieuwing nodig of extra input en is er daar geen personeel, expertise of breder budget voor. Dan kom ik met mijn ‘reddende’ hand af. Ik doe dat natuurlijk niet gratis (grijnst), maar mijn tarieven zijn zeer ok.’

Vanwaar die keuze om zelfstandig te worden?

‘Dat borrelde al langer in mij. Ik zit uiteindelijke niet zo graag vastgesnoerd aan een contract. Dat voelt voor mij vaak als een belemmering aan. Dat kan aan mijn leeftijd liggen, maar dit zit zeker ook in mijn aard. Ik vroeg me af wat het met mij zou doen als ik eens volledig zou springen in zelfstandig werken en dus mijn eigen werkgelegenheid zou creëren. Dat intrigeerde mij. Je eigen traject uitvoeren, geen eindverantwoordelijkheid voor de organisatie uitdragen, maar wel de klant tevreden houden en een meerwaarde en impact betekenen ligt me heel goed. Je eigen agenda en strategie kunnen uittekenen, geeft je enorm veel zuurstof.

Je hebt hier natuurlijk ook een pak zelfvertrouwen en lef voor nodig, en hier en daar een klankbord of spiegel. Ik stond vier jaar geleden pas op het punt dat ik me daar klaar en voorbereid voor voelde. Intussen heb ik al een pak klanten en trajecten verzameld, wat me versterkt in die sprong.’

Welke studies heb je gedaan?

‘Ik probeerde één jaar psychologie, maar de universitaire omgeving bleek niets voor mij te zijn. Uiteindelijk studeerde ik als sociaal-cultureel werker af. Mijn eerste werkervaring was binnen de studentenvoorzieningen op Hogeschool Gent. Daar bleef ik trouwens veertien jaar enthousiast plakken. Daarna volgden enkele managementopleidingen in de social profit sector. Daar vond ik uiteindelijk mijn passie: organisaties helpen en begeleiden. Van het een kwam het ander. Social profit coaching is niet hetzelfde als Human Resources Management, het gaat verder en dieper, ook beleidsmatig en structureel.

Je moet tevens heel snel feeling krijgen met de mensen op de werkvloer en de organisatiecultuur. Ik kan met heel veel types persoonlijkheden omgaan. Empathie is daarin heel belangrijk, maar je moet altijd een objectieve afstand bewaren en een helicopterview. Geloof in jezelf, zie wat de prioriteiten zijn en ga er volledig voor - ook als leidinggevenden niet altijd overtuigd zullen zijn of in je verhaal mee willen stappen. Mijn taak is om ze toch mee te krijgen en nemen. Wanneer dat lukt heb je een succesvol traject.’

Hoe ben je bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen terecht gekomen?

‘Er kwam een vacature vrij. Ze zochten een tijdelijke HRM die het bestaande personeelsbeleid mee verder kon opbouwen en tevens de veranderingsprocessen van de organisatie kon ondersteunen (volgend jaar zal Vluchtelingenwerk zwaar moeten snoeien in haar personeelsbestand, nvdr.). Wat me enorm aansprak was de uitdagende taakinhoud, maar natuurlijk ook de organisatie en de doelgroep waarvoor ze zich inzet. Eigenlijk was ik twee dagen te laat met mijn antwoord. Toch werd ik uitgenodigd voor een gesprek en een paar weken later begon ik aan mijn job. Lucky me.’

Wat was je eerste indruk toen je begon?

‘Wat mij meteen opviel was die ongelooflijke mix tussen modern functioneel werken en menselijke warmte, ook qua inrichting van de kantoorruimte. Die indruk wordt keer op keer bevestigd, de dagen dat ik aanwezig ben. Dit is een zeer menselijke werkvloer. Pas op, er wordt zeer hard gewerkt maar de mensen blijven zo lief en begripvol voor elkaar. Niet dat er geen verzuchtingen zijn, maar de organisatie heeft een intrinsieke wil om alles respectvol en opbouwend aan te pakken, zonder achterklap.

Het is fantastisch hoe deze ploeg in deze barre omstandigheden zo hard en constructief blijft voortwerken. Er staat heel veel te gebeuren in zeer weinig tijd. Hoe meer ik hier ben, hoe meer ik de organisatie ga missen. Ik had me nochtans voorgenomen me niet teveel te binden (lacht). Mijn respect voor Vluchtelingenwerk Vlaanderen is enorm. Het vuur dat hier blijft branden ongeacht de tegenslagen en een -laat het me subtiel zeggen- tegenwerkende overheid is fantastisch. Hopelijk komt Vluchtelingenwerk volgend jaar extra versterkt uit deze situatie!’

Welke grote uitdagingen verwacht je voor Vluchtelingenwerk voor 2017?

‘Toen ik hier begon, zaten hier een veertigtal mensen. In principe zal dit aantal tegen eind volgend jaar moeten herleid worden naar maximum vijftien. Dat is een enorme verandering. De werknemers gaan veel flexibeler, autonomer en polyvalenter moeten zijn. Er zal minder contact zijn met de buitenwereld omdat je met veel minder personeel niet meer overal fysiek aanwezig kan zijn. Het wordt een enorme uitdaging dit te beheersen en naar omstandigheden optimaal te houden, en de kwaliteit te bewaren.

Vluchtelingenwerk zal zware keuzes moeten maken en zaken schrappen. Dat is hartverscheurend. Eigenlijk valt er niet te kiezen. Heel veel dingen moeten gewoon blijven omdat maar weinig andere organisaties ze doen. Dit is niet meer in vlees snijden, maar de ledematen amputeren en in een rolstoel verder gaan. Een sterk effect kan zijn dat Vluchtelingenwerk terug meer een activistische organisatie wordt. Onverstoorbaar de barricades op gaan en brullen tegen het onrecht in de maatschappij om mensen in beweging te krijgen en intussen kennis aanreiken om andere instanties te ondersteunen.

Hiervoor zullen ook méér vrijwillig(st)ers, stagiair(e)s, tewerkstellingsmaatregelen, donors en fondsen moeten aangeboord worden. En dit met beperkte directe ondersteuning vanop het secretariaat. Dat gaat dé bijzondere uitdaging zijn. Vluchtelingenwerk blijft broodnodig, de organisatie mag niet kapot gaan. En ik geloof er fel in dat deze ploeg daarin zal slagen.’