THEMA'S

Asielbeleid in België

asielzoekers - Wachtrij FAM (2004)

Asiel aanvragen is vragen om als vluchteling erkend te worden of minstens bijkomende bescherming te krijgen.

Het statuut van vluchteling of het statuut van bijkomende bescherming?

België is één van de 150 landen die in 1951 het Verdrag van Genève, kortweg het Vluchtelingenverdrag, ondertekende en daarmee de belofte aanging om onderdanen van een ander land in bepaalde situaties te beschermen.

Om te onderzoeken welke vreemdelingen moesten beschermd worden, ontwikkelde ons land zijn eigen onderzoeksprocedure. Vandaag is die procedure nog altijd gekend als ‘de asielprocedure’. Vreemdelingen die om asiel vragen, vragen om bescherming. Tijdens de asielprocedure toetsen de ondervragers het vluchtverhaal van de asielzoeker aan de criteria van het Vluchtelingenverdrag. Als blijkt dat de asielzoeker bescherming nodig heeft, wordt hij als vluchteling erkend.

Doorheen de jaren gingen de ondertekenaars van het Vluchtelingenverdrag de criteria almaar strenger interpreteren en toepassen. Daardoor kreeg een grote groep vluchtelingen in de praktijk onvoldoende bescherming. Veel oorlogsvluchtelingen bijvoorbeeld werden officieel niet als vluchteling erkend maar werden ook niet teruggestuurd naar het oorlogsgebied. Europa begreep dat er nood was aan een bijkomend beschermingsstatuut, als aanvulling op de bestaande bescherming van het Vluchtelingenverdrag en spoorde via een richtlijn de lidstaten aan om werk te maken van die bijkomende bescherming. België paste intussen zijn wetgeving aan en kent sinds 10 oktober 2006 het bijkomende beschermingsstatuut in de praktijk toe.

→ hoe verloopt de asielprocedure