Opsluiting tijdens de asielprocedure
De nieuwe asielwet breidde de mogelijkheden om mensen tijdens hun asielprocedure op te sluiten gevoelig uit. De wet somt 15 situaties op waarin asielzoekers hun procedure in detentie moeten doorlopen.
Een asielzoeker kan worden opgesloten als blijkt dat hij:
- minder dan tien jaar uit het Rijk teruggewezen of uitgezet werd
- langer dan drie maanden in een ander land heeft verbleven en dat land zonder vluchtmotief heeft verlaten
- in totaal meer dan drie maanden in verschillende andere landen verbleven heeft, en het laatste land zonder vluchtmotief heeft verlaten
- reisdocumenten voor een ander land heeft
- zijn aanvraag zonder verantwoording laattijdig heeft ingediend
- zich vrijwillig onttrokken heeft aan een bij de grens ingezette procedure
- zich onttrekt aan een meldingsplicht (niet van toepassing in de praktijk)
- zijn aanvraag niet ingediend heeft op het ogenblik dat de met grenscontrole belaste autoriteiten toelichting vragen over zijn motief om naar België te reizen, en hij daarvoor geen verantwoording heeft verstrekt
- eerder een asielaanvraag heeft ingediend
- weigert zijn identiteit of nationaliteit mee te delen of valse informatie verstrekt
- een identiteits- of reisdocument heeft vernietigd of zich daarvan ontdaan heeft
- een asielaanvraag indient om een onmiddellijke repatriëring te voorkomen
- het afnemen van vingerafdrukken bemoeilijkt
- niet gemeld heeft dat hij eerder een asielaanvraag heeft ingediend in een ander land
- weigert een keuze van woonstplaats af te leggen
→ terug
→ wat doet Vluchtelingenwerk?