Waarom ons land ambitieuzer moet zijn in het opvangen van mensen op de vlucht

Boze Gentse vrijwilligers, zorgverleners en burgers protesteerden vrijdag tegen de abrupte verhuis van een dertigtal bewoners van het Reno-ponton, het Gentse asielcentrum dat wordt uitgebaat door G4S, en dat binnenkort de deuren dicht doet.

Minder dan een dag later ging kersvers president van de VS Trump over tot een ongehoord en arbitrair inreisverbod voor reizigers uit zeven landen, waaronder niet helemaal toevallig een aantal landen met een hoog aantal burgers op de vlucht. Duitsland en Frankrijk waren bij de eerste landen die de maatregel veroordeelden. De ministers van Buitenlandse Zaken van beide landen wezen erop dat de christelijke waarde 'bemin uw naaste' het westen verenigt. Intussen bleef het wachten op een reactie van onze eigen Belgische regering. Die liet op zich wachten en ging van lauw ('we zijn het niet eens') tot relativerend ('we moeten de beslissing in z’n context plaatsen en niet hysterisch doen'). Meer dan publieke stellingname is de praktijk van belang. Die is vrij duidelijk. Als er al sprake is van beminnen, dan toont de minnaar zich bijzonder koel.

In juni 2016 besloot staatssecretaris Francken (N-VA) om 10 000 opvangplaatsen te sluiten. Het aantal nieuwe aankomsten was namelijk fors gedaald, door de bedenkelijke vluchtelingendeal met Turkije en het afwerende Europese grensbeleid. Toen al protesteerde Vluchtelingenwerk tegen de aangekondigde sluiting. Omdat het akkoord met Turkije barsten vertoonde; omdat de grootschalige sluiting geen rekening houdt met plotse evoluties in de asielcrisis; omdat we vinden dat ons land ambitieuzer kan en moet zijn in het opvangen van mensen op de vlucht.

De nefaste gevolgen van die beslissing worden nu tastbaar. Mensen moeten weg van de plek waar ze intussen iets opbouwden en waar ze banden smeedden. Ze worden als meubilair verhuisd van het ene naar het andere opvanginitiatief. Intussen plant de staatssecretaris structurele besparingen bij opvangbeheerder Fedasil. Naast de zogenaamde noodzaak aan besparingen, speelt de onbewezen hypothese dat kwalitatieve opvang en begeleiding een aanzuigeffect zouden hebben.

Sinds de invoering van de opvangwet is de kwaliteit van de opvang van asielzoekers in ons land zichtbaar verbeterd. België doet het goed in vergelijking met andere Europese landen. Dat is onder meer te danken aan de betrokkenheid, het engagement en het harde werk van heel wat individuen, organisaties en diensten, van lokale vrijwilligers tot medewerkers van Fedasil, van gemeentebesturen en scholen tot het personeel van Het Rode Kruis. Overal doen mensen hun best om mensen op de vlucht op te vangen en te ondersteunen.

Terug naar af

Het is moeilijk te vatten dat een overheid, die van asielzoekers ernstige inspanningen vraagt om een inburgeringscursus te volgen en Nederlands te leren, diezelfde asielzoekers zonder verpinken verhuist naar elders. Opnieuw moeten mensen alles achterlaten: de vrienden en kennissen die ze leerden kennen, de begeleiders waarmee ze een band opbouwden, de vriendjes en de leerkrachten op school, de buurt en gemeente waar velen intussen al een jaar wachten op een beslissing over hun dossier. Helemaal absurd wordt het wanneer men eerst van mensen eist dat ze Nederlands leren, en die eis zelfs opneemt in een nieuwkomersverklaring, om hen vervolgens naar een opvangcentrum te verplaatsen in de Franstalige regio. Terug naar af.

Ook vrijwilligers en begeleiders, die mensen helpen een nieuw leven op te bouwen, tonen zich verbijsterd door deze ondoordachte beslissing. Zij zien al hun engagement in rook opgaan. Fedasil investeert al twee jaar lang in een betere overeenstemming tussen de noden van asielzoekers en de beschikbare opvangplaatsen. Die investeringen en inspanningen worden te niet gedaan door een “in- en uitklapbeleid” dat elke poging tot duurzaam en doordacht opvangen en begeleiden ondermijnt door besparingen.

Het massale vrijwilligerswerk en de doorgedreven inzet van professionals in ons land en de protesten in de VS tegen de muslimban hebben ogenschijnlijk weinig met elkaar te maken. Maar beide leggen iets fundamenteels bloot, namelijk datgene waarover de Franse en Duitse ministers van Buitenlandse Zaken het hadden wanneer ze christelijke waarden aanhaalden. Er is wel degelijk een breed draagvlak voor steun en hulp aan mensen op de vlucht, voor vreedzaam samenleven in diversiteit.

Kwaliteitsvolle opvang is duurzame opvang

Het is in ieders belang om asielzoekers en mensen op de vlucht waardig en fatsoenlijk op te vangen en ondersteuning te bieden. Landen met een gebrekkig onthaal en schamele opvang worden daar op langere termijn in geen geval voor beloond, maar betalen een hoge prijs in de vorm van samenlevingsproblemen en incidenten allerhande. Het soort problemen dat vervolgens leidt tot verkeerde beleidsbeslissingen, zoals een inreisverbod, het blokkeren van humanitaire visa of het versoepelen van uitwijsprocedures.

Wat we nodig hebben is onthaal, opvang en begeleiding met aandacht voor de psychosociale noden van mensen op de vlucht; die mensen helpen inburgeren; die mensen niet nodeloos in onzekerheid en onvoorspelbaarheid doen belanden, die mensen privacy en waardigheid bieden. Dat soort asielonthaal en -opvang moet niet afgebouwd, maar net uitgebouwd worden, in het belang van individuele asielzoekers, de samenleving, en iedereen die zich dagelijks beroepshalve of vrijwillig inzet voor mensen op de vlucht.

Woorden zijn van tel, maar daden nog veel meer.