Naar een duurzaam opvangbeleid: zeven feiten over opvang

Gisteren keurde de Commissie Financiën & Begroting van het Federale Parlement de uitgaven goed voor de maanden augustus, september en oktober. Daaronder bevond zich onder meer 40 miljoen euro voor de opvang van asielzoekers. Die uitgaven kaderen binnen de eerdere beslissing om extra plaatsen te creëren voor de opvang van asielzoekers. Deze extra plaatsen moesten opnieuw geopend worden, nadat de overheid, reeds enkele jaren een sterke afbouw deed in de opvang, zonder rekening te houden met de fluctuaties in het aantal aankomsten van asielzoekers.

Na de stijging van het aantal asielaanvragen in 2015, kenden we effectief een sterke daling in het aantal aankomsten. Daarom werden in 2016-2017 meer dan 13 750 plaatsen gesloten. Blind optimistisch over dalende asielaanvragen ging de regering in 2018 verder met deze afbouw en besloot ze om nog eens meer dan 6500 plaatsen te sluiten. Zo voerde ze steeds meer kwalitatieve opvangplaatsen en personeel af. Ze deed dat voorbarig en, ondanks heel wat waarschuwingen van het middenveld en politieke spelers. Al in de zomer van 2018 werd duidelijk dat dit het opvangnetwerk in de problemen zou brengen. Onze directeur, Charlotte Vandycke stelde vorige zomer treffend in een opiniestuk 'Vandaag snoeien in opvangplaatsen betekent morgen kampen met een nieuwe "opvangcrisis'. Uiteindelijk moest de regering de sluiting van 7 centra, goed voor 2000 plaatsen, on hold zetten en beslissen om terug meer dan 4000 nieuwe plaatsen creëren.

In het najaar van 2018 zagen we nog andere directe gevolgen van de afbouwbeslissing. Op 22 november 2018 zette ons land terug openlijk in op de 'asielcrisis'. Bij een toename van het aantal asielzoekers besliste de toenmalige staatssecretaris dat het aantal mensen dat asiel kan aanvragen te beperken tot vijftig per dag. De gevolgen waren onmenselijk, onaanvaardbaar én onwettig : doordat de overheid hen verhinderde om asiel aan te vragen, hadden ze geen toegang tot opvang, medische en psychologische bijstand en belandden ze op straat. Sommigen onder hen moesten meer dan tien keer terugkomen. Op 20 december 2018 sprak de Raad van State, na een beroep van Vluchtelingenwerk en partners, zich uit tegen deze maatregel, waarvan ze de onmiddellijke opheffing beval: Het recht om asiel aan te vragen is een fundamenteel recht. De daadwerkelijke toegang daartoe werd door deze maatregel extreem moeilijk gemaakt.

Slechts enkele weken daarvoor besliste de toenmalige staatssecretaris ook het Belgische hervestigingsprogramma, één van de weinig veilige en legale toegangswegen naar ons land, tijdelijk ‘on hold’ te zetten. Dit wegens een (zelfgecreëerd) gebrek aan opvangplaatsen. Ons land liet daarbij meer dan 200 vluchtelingen die klaar stonden om te vertrekken enkele maanden achter in grote onzekerheid en erbarmelijke omstandigheden. In het voorjaar van 2019 werd de hervestiging hernomen.

We vragen de volgende regering dan ook waakzaam te zijn voor dit soort kortzichtig beleid. We vragen dat een flexibel opvangmodel wordt ontwikkeld met voldoende structurele basiscapaciteit dat snel extra kwalitatieve plaatsen kan bij creëren indien nodig, waarbij de regering ook focust op kleinschalige opvang die zowel voor de bewoners, het personeel als de omgeving leefbaar is en kansen biedt. De regering moet ook voldoende middelen voorzien voor de werking van de instanties die de asielaanvragen behandelen, de Dienst Vreemdelingenzaken en het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen. Wanneer de duur van de asielprocedure sterk oploopt, heeft dat immers een belangrijke impact op de bezettingsgraad in het opvangnetwerk.

 We geven daarom deze zeven feiten over opvang mee

1. Collectieve opvang is duurder dan individuele opvang

In oktober 2017 publiceerde het Rekenhof een rapport over de opvang van asielzoekers in België. Daaruit blijkt dat individuele opvang tussen de 8,10 euro en 19,97 euro per dag goedkoper is dan collectieve opvang.

2. Afbouw heeft een prijs

Een flexibel opvangmodel houdt rekening met een fluctuerende aankomst van asielzoekers. Om de financiële kost van asielopvang te controleren, moet de overheid een jojo-effect in de opvang vermijden. Na een vorige afbouwbeweging zorgde een plotse toename van het aantal asielaanvragen in 2015 ervoor dat in allerijl dure noodopvangplaatsen moesten worden geopend. Het personeel van de afgebouwde plaatsen was ontslagen; in de noodopvang ontbrak de nodige expertise. Deze situatie deed zich opnieuw voor in 2018. Opvangcentra die onder een afbouwbeweging werden gesloten, moesten opnieuw worden geopend, omdat de toenmalige staatssecretaris – ondanks meerdere waarschuwingen van onder meer zijn administraties – geen rekening hield de fluctuaties in de aankomst van asielzoekers.

Wil de toekomstige regering de financiële kost van asielopvang controleren, dan dient ze dat jojo-effect in de opvang te vermijden. We vragen dat ook de menselijke kost in rekening wordt gebracht. Met crisisplaatsen, nieuwe personeelsleden … organiseert België een minder kwalitatief onthaal dan met plaatsen met jarenlange ervaring.

3. Een goed opvangnetwerk is een divers opvangnetwerk

Individuele opvang is niet voor elke asielzoeker geschikt. Dat geldt evenzeer voor collectieve of semi-collectieve opvang. De overheid heeft een divers netwerk nodig met aangepaste opvangplaatsen naargelang ieders noden. Ook de mogelijkheden tot contact met de omgeving, de toegang tot (vrijwilligers)werk en opleidingen en de aangepastheid aan kwetsbare profielen moeten doorwegen bij kwaliteitscontrole en in de beslissingen over afbouw.

4. Meer dan zes maanden in collectieve opvang is onwettig en inhumaan

Experten bevelen steeds aan om het verblijf van een asielzoeker in collectieve opvang te beperken tot maximum zes maanden. Het Rekenhof bevestigt dat in een rapport over de opvang van asielzoekers. Verschillende studies tonen aan dat een lang verblijf in collectieve opvang onder meer leidt tot verlies van initiatief, het ontstaan of verergeren van medische problemen, slaapproblemen, depressies, een lager gevoel van eigenwaarde en een moeilijkere verwerking van traumatische ervaringen.[1] Het zorgt bovendien voor meer spanningen en onveiligheid in de centra.

In het belang van de asielzoekers, maar ook in het belang van het personeel van de centra en de omwonenden, dringt Vluchtelingenwerk Vlaanderen aan op het behoud van kleinschalige structuren waar autonomie, privacy en veiligheid voorop staan, en om het verblijf in grote collectieve centra onder geen beding langer dan 6 maanden te laten lopen.

5. Transparante kwaliteitsnormen en evaluatie zijn nodig voor planning opvangplaatsen

Het opvangmodel waarin collectieve opvang de norm is, werd nooit geëvalueerd. Een heikel punt daarin is dat de kwaliteitsnormen voor opvangplaatsen nog steeds niet publiek zijn. Er bestaat evenmin een onafhankelijk orgaan dat de kwaliteit van opvangplaatsen kan beoordelen. Het is dan ook onduidelijk op basis van welke criteria opvangplaatsen behouden of gesloten worden.

Kwaliteitsnormen over opvang horen rekening te houden met meer dan de aanwezigheid van bed, bad en brood. Breng de infrastructuur en bereikbaarheid van de opvangplaatsen in rekening, met de mogelijkheden om (vrijwilligers)werk te vinden, met de nabijheid van scholen, opleidingen en medische en psychologische zorg, met de mate van privacy en autonomie die aan de asielzoekers geboden wordt, en met de begeleiding die er kan worden voorzien.

6. Elke opvang moet een integrale begeleiding bieden

Wij pleiten sinds jaar en dag voor een integrale begeleiding met maatschappelijke, juridische, psychologische en medische begeleiding en aandacht voor alle mogelijke toekomstperspectieven. Goed ondersteund en geïnformeerd hebben mensen een beter begrip van hun situatie en werkelijke toekomstkansen en zijn ze beter in staat om eigen geïnformeerde keuzes te maken. Objectieve en volledige informatieverstrekking is hiervoor dé basis. De Belgische wet vraagt elke opvangstructuur, collectief of individueel, om asielzoekers informatie en ondersteuning te geven rond twee toekomstsporen: verblijf in België en vrijwillige terugkeer. Logisch, want ongeveer de helft van de mensen blijft in ons land en daar moeten geen kansen worden verspild om te werken aan hun toekomst in onze samenleving.

Er is nood aan publieke kwaliteitsnormen voor de begeleiding, en een uniform opleidingstraject voor alle begeleiders in het opvangnetwerk. Alleen zo kan men verzekeren dat alle bewoners dezelfde informatie en ondersteuning krijgen tijdens hun verblijf in de opvang.

7. Beschikbare opvangplaatsen kunnen beschermingsnood en woonnood lenigen

Wereldwijd zijn er 70,8  miljoen mensen op de vlucht. De meerderheid wordt opgevangen binnen het eigen herkomstland en in buurlanden.

In 2019 (januari tot juni 2019) vroegen in totaal 13.064 mensen asiel aan in België. België heeft de opdracht mensen die asiel aanvragen menswaardig op te vangen. Het gaat tenslotte om een bijzonder kwetsbare groep van mensen die op de vlucht zijn voor vervolging of geweld. Vorig jaar kreeg ongeveer de helft van de asielzoekers een positieve beslissing.

België kan meer doen. Wil onze regering tegemoet komen aan het pleidooi van de VN voor een evenwichtige verdeling van de verantwoordelijkheid, dan voorziet ze in een flexibel opvangnetwerk dat  geen opvangplaatsen sluit maar de (eventuele) beschikbare opvangcapaciteit en expertise gebruikt om meer inspanningen te doen voor hervestiging.

Luistert onze regering naar experten huisvesting, dan weet ze ook dat er een grote woningnood bestaat onder asielzoekers die een positieve beslissing hebben gekregen. Een tijdelijke onderbezetting van opvangplaatsen kan ook worden gezien als een tijdelijk vangnet voor erkende vluchtelingen, tot ze een eigen woonoplossing vinden. Ook in het kader van gezinshereniging zijn er precaire transitiemomenten zijn, waarop tijdelijke opvang kan zorgen voor een behoud van de investeringen in het integratietraject. De neerwaartse bewegingen die leiden tot dak- of thuisloosheid zijn immers een hindernis voor de vlotte integratie van nieuwkomers.

Nuttige links:


[1] De Jongh, S. (2007) Psychologische impact van (langdurig) verblijf in open centra op asielzoekers. Brussel: VUB (eindverhande-ling); ECRE (2001), Position on the Reception of Asylum Seekers, vnl. Punt 11 en 31; Commissioner for Human Rights (2010), Positions on the right to seek and enjoy asylum, Strasbourg, p.5; Federale ombudsman (2009), Onderzoek naar de werking van de open centra beheerd en erkend door Fedasil, Brussel, o.a. punt 3, 216-217, 237, 313, 417-426; Fedasil, december 2016, Studie Kwetsbare personen met specifieke opvangnoden, p.18