Meer en eenvoudigere opsluitingen zijn geen oplossing voor ’transitmigranten’

Vorige week vrijdag keurde de Commissie Binnenlandse Zaken een wijziging  van de vreemdelingenwet goed die het makkelijker maakt mensen in kader van de Dublin III-verordening op te sluiten en uit te wijzen. De Dublin-verordening bepaalt of ons land verantwoordelijk is voor een asielaanvraag. In de praktijk zal deze wijziging vooral effect hebben op de zogenoemde ‘transitmigranten’. Wij zijn bezorgd dat opsluiting geen uitzonderingsmaatregel meer is in de aanpak van ‘transitmigratie'. Wij blijven vragen dat er voor deze groep werk wordt gemaakt van een open onthaal- en oriëntatiecentrum in plaats van alleen maar te blijven inzetten op ontraden, opsluiten, uitwijzen.  

Minister voor Asiel en Migratie De Block communiceerde via haar website zelf over het gestemde wetsvoorstel. Ze gaf hierbij aan ‘tevreden te zijn dat er duidelijkere en snellere procedures voor uitwijzingen komen’. Ze omschrijft deze beslissing als ‘een verduidelijking van de procedure, zodat de betrokken diensten efficiënter kunnen overgaan tot de uitwijzing van mensen die een bevel kregen het land te verlaten.’

Concreet houdt het gestemde voorstel een eerder technische aanpassing  in. Als gevolg van dit wetsvoorstel zullen vasthoudingsmaatregelen, overdrachtsbesluiten en bevelen om het grondgebied te verlaten in het kader van Dublin-dossiers namelijk niet meer door de minister persoonlijk moeten ondertekend worden, maar zal ze dit voortaan kunnen delegeren aan haar diensten.

In de marge van deze vereenvoudiging, wordt aangekondigd dat alternatieven voor vasthouding zullen uitgewerkt worden in een later aan te nemen uitvoeringsbesluit. Dit voornemen werd de afgelopen jaren al in talloze nieuwe wetten opgenomen. Vluchtelingenwerk Vlaanderen vindt het hoog tijd dat deze alternatieven er ook effectief komen.

Er wordt keer op keer ingezet op het vereenvoudigen van detentie, terwijl het uitwerken van alternatieven op de lange baan wordt geschoven. De Dublinverordening schrijft nochtans net het tegenovergestelde voor. Opsluiting moet de uitzondering zijn, wanneer vaststaat dat er geen doeltreffende alternatieven voorhanden zijn.

Charlotte Vandycke (directeur Vluchtelingenwerk): ‘Vluchtelingenwerk is bezorgd dat opsluiting geen uitzonderingsmaatregel meer is in de aanpak van transitmigratie. Zoals we in ons manifest voor de verkiezingen bepleiten moet de detentie zo kort mogelijk duren en kan dit enkel als laatste maatregel. Zolang er geen alternatieven voor detentie worden uitgewerkt vinden wij dat het opsluiten van mensen in transit niet aan de orde is. Het uitwerken van alternatieven is geen ‘ overbodige luxe’, het is een verplichting die rechtstreeks volgt uit de Dublin III-verordening en de aanbevelingen van de Raad van Europa.’ Charlotte Vandycke (directeur): ‘Wij zijn bezorgd dat opsluiting geen uitzonderingsmaatregel meer is in de aanpak van transitmigratie'

Vluchtelingenwerk schuift specifiek voor migranten op doortocht het volgende alternatief naar voor: wij vragen dat er voor deze groep werk wordt gemaakt van een opvang –en oriëntatiecentrum, waar zij basiszorgen krijgen en de ruimte en begeleiding om in alle rust een beredeneerde keuze te kunnen maken. Verschillende pilootprojecten hebben al uitgewezen dat menselijke begeleiding een efficiënt alternatief kan zijn voor de zinloze detenties en de talrijke bevelen om het grondgebied te verlaten.

Ook vragen wij dat België in dossiers voor kwetsbare personen haar wettelijke mogelijkheid gebruikt om de Dublin III-verordening soepel toe te passen. Op die manier kunnen we deze personen op een duurzame manier van de straat halen en begeleiden naar een échte oplossing.