EU spreidingsplan: Geen gebrek aan asielzoekers wel aan echte solidariteit en politieke wil

Wij horen het al een tijdje in de wandelgangen en op Twitter, nu lezen wij het ook in de krant: EU-lidstaten, en dus ook ons land, zouden toch minder asielzoekers dan verwacht uit Griekenland en Italië moeten gaan halen. Hoewel afgesproken werd 160 000 vluchtelingen over te brengen tegen 2017, zouden er nu slechts 40 000 overblijven, berichtte De Standaard afgelopen weekend. De nood aan relocatie zou weg zijn. Maar is dat zo? Er zitten nog steeds meer dan 62 000 mensen vast in Griekenland alleen al, een land dat volgens de Europese Commissie nog altijd onder zware druk staat. Er zijn dus nog steeds heel wat mensen, alleen komen ze niet in aanmerking voor relocatie. Is de nood dan wel weg? En blijft hulp aan Griekenland niet prangend? Het verhaal van de EU relocatie is al van in het begin gekenmerkt door een gebrek aan solidariteit en politieke wil, eerder dan door een gebrek aan mensen in nood.

Relocatie: stand van zaken

Eind september 2015 besliste de Raad van de Europese Unie om op twee jaar tijd
160 000 asielzoekers uit Griekenland en Italië te spreiden over de andere lidstaten. De bedoeling van dit spreidingsplan, of EU relocatie, was om de twee landen te ontlasten. Zij werden toen geconfronteerd met een zeer hoge instroom van asielzoekers. Op 22 maart 2017 waren in totaal 14 759 mensen uit Griekenland en Italië naar andere landen vertrokken, of slechts 9%.

Relocatie: niet voor iedereen

Het huidige spreidingsplan is al van het begin niet voor iedereen bedoeld. Het geldt enkel voor nationaliteiten met een hoge kans op bescherming. Voor de EU betekent dat een beschermingspercentage vanaf 75%. Op dit ogenblik gaat het hoofdzakelijk over Syriërs en Eritreeërs. Omdat er nauwelijks Eritreeërs in Griekenland toekomen, komen enkel Syriërs in de praktijk in aanmerking. Zij vertegenwoordigen er bijna de helft van de aangekomen asielzoekers. Voor Italië, daarentegen, is de relocatie enkel mogelijk voor Eritreeërs, die goed zijn voor 12% van de aankomsten.

Niet genoeg asielzoekers voor relocatie = geen nood aan spreidingsplan?

Volgens het tiende verslag van de Europese Commissie over de Europese spreidingsplan van 2 maart 2017 zijn er momenteel 20 000 mensen in Griekenland die in aanmerking komen voor relocatie. In Italië kwamen in 2016 ongeveer 20 700 Eritreeërs aan, die normaal gezien ook in aanmerking komen. Dit betekent een totaal van amper ongeveer 40 000 mensen die in aanmerking komen voor relocatie, zonder rekening houden met mogelijke wijzigingen in de aankomsten in de komende maanden. Maar mogen wij hieruit concluderen dat er geen nood meer is aan een groter spreidingsplan?

In hetzelfde rapport zegt de Europese Commissie dat ‘ondanks een sterke daling van aankomsten in 2016, Griekenland onder zeer zware druk blijft met ongeveer 62 300 migranten aanwezig op het grondgebied’. Wat Italië betreft, meldt de Commissie dat er in 2016 een nieuwe record in aankomsten geregistreerd werd, met meer dan 181 000 mensen. 14% daarvan zijn kinderen die zonder hun familie op de vlucht zijn. Italië zou ook inspanningen moeten doen op vlak van terugkeer, want heel wat migranten die in Italië toekomen, blijken geen nood aan bescherming te hebben. Relocatie blijft volgens de Commissie dan ook heel belangrijk om Italië te ontlasten.

Niet voldoende solidariteit, geen politieke wil

De nood aan een Europees spreidingsplan blijft dus zeer actueel. Toch stelt de Europese Commissie vast dat aan het huidige tempo niet voldoende mensen zullen vertrekken, uit Griekenland noch uit Italië, om echt deze twee landen te kunnen ontlasten. En dat zeker als wij uitgaan van het verlaagde cijfer van 40 000 mensen.

Wat er dus echt ontbreekt in dit verhaal zijn niet de asielzoekers, wel de politieke wil en de solidariteit van de andere EU lidstaten. Die zijn heel snel in het aanvaarden dat zij minder inspanningen zullen moeten doen bij ‘gebrek’ aan de ‘juiste’ asielzoekers. Bij het feit dat meer dan 62 000 mensen nog steeds in vaak onmenselijke situaties in kampen verblijven, stelt niemand zich blijkbaar vragen.

Nood aan een echte spreidingsplan

Wat de Commissie er niet bij zegt, is dat het huidige EU-spreidingsplan hoe dan ook gedoemd is om zijn doel, namelijk het ontlasten van Griekenland en Italië door een eerlijke spreiding van asielzoekers in de EU, niet te bereiken.

Het streefcijfer lag van in het begin te laag: met een toestroom van 856 723 mensen in Griekenland en 153 842 in Italië in 2015 kan de spreiding van 160 000 vluchtelingen op twee jaar weinig hulp bieden. Bovendien zijn de nationaliteiten die in aanmerking komen te beperkt. Als de EU zich echt wilt toeleggen op de ‘ontlasting’ van Griekenland en Italië, moet ze het huidige systeem grondig veranderen.

De EU moet af van het idee dat het weinig zin heeft om mensen te spreiden als ze nadien toch worden teruggestuurd door een eventuele negatieve beslissing in hun asieldossier. Alle asielzoekers hebben recht, ongeacht hun nationaliteit, op kwalitatieve individuele bescherming én opvang. Griekenland en Italië kunnen dit (nog) niet garanderen. Zij ervaren nog altijd druk van een hoge instroom en een opgebouwde achterstand. Asielzoekers die niet uit Syrië of Eritrea komen automatisch uitsluiten, is onverantwoord.

Een eerlijke spreiding van de verantwoordelijkheden in een gemeenschappelijk Europees asielbeleid betekent een volledige spreiding. Ook van inspanningen en kosten bij eventuele begeleiding naar terugkeer. Verwachten dat landen aan de buitengrenzen al het ‘moeilijkere’ werk doen, in ruil voor financiële steun, getuigt niet van een gemeende solidariteit.

Verder moet de EU nog meer investeren in kwaliteitsvolle opvang en asielprocedures in alle EU-lidstaten. Op lange termijn komt dit iedereen ten goede: In de eerste plaats de asielzoekers, maar ook de ontvangende landen.

Ten slotte moet een Europees spreidingsplan ook aandacht hebben voor de voorkeuren en noden van de asielzoekers.