EU relocatie: eerlijke spreiding asielzoekers?

Eind september 2015 besliste de Raad van de Europese Unie dat op twee jaar tijd 160 000 asielzoekers uit Griekenland en Italië gespreid worden over de andere lidstaten. De bedoeling van dit spreidingsplan, of EU relocatie, was om de twee landen te ontlasten. Zij werden toen geconfronteerd met een zeer hoge instroom van asielzoekers.

Meer dan een jaar later zijn er slechts 8099 asielzoekers effectief vertrokken met dit spreidingsplan. Ondertussen zitten meer dan 60 000 asielzoekers geblokkeerd in Griekenland, waarvan velen niet eens een afspraak hebben voor een interview in hun asielprocedure. Opvang is nog steeds ondermaats, en de winter staat voor de deur. Waarom slaagt de EU er niet in om deze mensen in de rest van de lidstaten te spreiden?

relocatie niet voor iedereen

Een van redenen waarom het huidige spreidingsplan faalt, is dat het niet voor iedereen is bedoeld. Het geldt enkel voor nationaliteiten met een hoge kans op bescherming. Voor de EU betekent dat een beschermingspercentage vanaf 75%. Op dit ogenblik gaat het hoofdzakelijk over Syriërs en Eritreeërs.

Omdat er nauwelijks Eritreeërs in Griekenland toekomen, komen enkel Syriërs in de praktijk in aanmerking. Zij vertegenwoordigen er bijna de helft van de aangekomen asielzoekers. Omgekeerd, voor Italië is de relocatie enkel mogelijk voor Eritreeërs, die goed zijn voor 12% van de aankomsten.

Bovendien komen asielzoekers niet in aanmerking voor relocatie als ze na 20 maart 2016 Griekenland via Turkije binnenkwamen op irreguliere manier. Zij vallen onder de EU-Turkijedeal, waarbij Griekenland ze in principe terug naar Turkije kan sturen.

relocatie loopt mank

Het relocatiesysteem is nieuw en botste op allerlei praktische problemen. Voor Griekenland en Italië, waar het asiel- en opvangsysteem al jarenlang mank loopt, betekende dit een extra inspanning. Ze moesten identificatieprocedures opzetten voor wie in aanmerking kwam voor relocatie. Dit zorgde voor heel wat vertraging. Pas in september 2016, een jaar na de beslissing om relocatie te starten, begint het systeem een beetje op gang te komen.

Als je bovendien weet dat er in 2015 856 723 mensen in Griekenland en 153 842 in Italië aankwamen, snap je dat de spreiding van 160 000 op twee jaar tijd weinig hulp kan bieden.

Nood aan echt spreidingsplan

Het streefcijfer is te laag en de nationaliteiten die in aanmerking komen te beperkt. Als de EU het echt meent met de ‘ontlasting’ van Griekenland en Italië, moet ze het huidige systeem grondig veranderen.

De EU moet af van het idee dat het weinig zin heeft om mensen te spreiden als ze nadien toch worden teruggestuurd door een eventuele negatieve beslissing in hun asieldossier. Alle asielzoekers hebben recht, ongeacht hun nationaliteit, op kwalitatieve individuele bescherming én opvang.

Griekenland en Italië kunnen dit (nog) niet garanderen. Zij ervaren nog altijd druk van een hoge instroom en een opgebouwde achterstand. Asielzoekers die niet uit Syrië of Eritrea komen automatisch uitsluiten, is onverantwoord.

Een eerlijke spreiding van de verantwoordelijkheden in een gemeenschappelijk Europees asielbeleid betekent een volledige spreiding. Ook van inspanningen en kosten bij eventuele begeleiding naar terugkeer. Verwachten dat landen aan de buitengrenzen al het ‘moeilijkere’ werk doen, in ruil voor financiële steun, getuigt niet van een gemeende solidariteit.

Verder moet de EU nog meer investeren in kwaliteitsvolle opvang en asielprocedures in alle EU-lidstaten. Op lange termijn komt dit iedereen ten goede: In de eerste plaats de asielzoekers, maar ook de ontvangende landen.

Ten slotte moet een Europees spreidingsplan ook aandacht hebben voor de voorkeuren en noden van de asielzoekers.