Juridische helpdeskvraag van de maand

door Dimitri

Wat gebeurt er met het recht van opvang bij de ontvangst van een bijlage 26quater in het kader van de Dublinregulering?

  • Als een asielzoeker een bijlage 26quater ontvangt, dan heeft DVZ beslist dat België, volgens de Dublinverordening, niet verantwoordelijk is voor de behandeling van deze aanvraag. De asielzoeker wordt doorverwezen naar het land die de asielaanvraag moet onderzoeken.
  • Vijf werkdagen na de ontvangst van de bijlage 26quater zal Fedasil de asielzoeker toewijzen aan een ‘open terugkeerplaats’ voor Dubliners. (OTP Dublin). Deze plaats bevindt zich in de open opvangcentra van Fedasil. Een verbindingsambtenaar van DVZ is betrokken bij de begeleiding. In principe kan de asielzoeker in de OTP verblijven tot het aflopen van zijn bevel.
  • Het is mogelijk om een uitzondering te vragen op de toewijzing OTP op basis van een medische tegenindicatie of een zwangerschap/geboorte (vanaf twee maanden voor de voorziene datum van de bevalling tot twee maanden erna). Er zijn wel voorwaarden aan verbonden. De asielzoeker moet dan een verlenging aanvragen van het bevel bij DVZ en een aanvraag tot uitzondering indienen bij Fedasil, met toevoeging van de nodige bewijzen. Indien ze de uitzondering toestaan, organiseren ze de terugkeer naar de bevoegde lidstaat vanuit de bestaande opvang. Indien de asielinstanties de uitzondering weigeren, zal de asielzoeker zich binnen drie werkdagen in de OTP kunnen aanmelden.
  • Als de asielzoeker een beroep indient bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) tegen de bijlage 26quater, en de RvV beslist het bevel te schorsen, kan hij een verlenging van de materiële opvang vragen aan Fedasil op basis van art.7 §3 Opvangwet voor de duur van het beroep bij de RvV.
  • Beslist de asielzoeker om niet naar de OTP te gaan en de opvang te verlaten, dan licht hij best zo snel mogelijk de Dublin-cel in van de adreswijziging. Dit herhaalt hij best elke maand tot het einde van de termijn van zes maanden. Daarna wordt België bevoegd voor de asielaanvraag. Doet hij dit niet, dan loopt de asielzoeker het risico dat de asielinstanties de overdrachtstermijn verlengen tot 18 maanden. DVZ zou er vanuit kunnen gaan dat er dan sprake is van onderduiking.

Meer informatie vind je in onze Dublin-leidraad voor advocaten.