‘Het is niet zo dat de vluchtelingen in het Maximiliaanpark niet dankbaar zouden zijn; ze wisten het gewoon niet...’

Mijn naam is Charlotte en al 12 jaar werk ik bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Ik trek me het lot van de asielzoekers en vluchtelingen aan. Ik probeer dan ook regelmatig langs te gaan in het daklozenkamp rechtover de Dienst Vreemdelingenzaken.

Gisteren bij aankomst in het Maximiliaanpark brief ik de vrijwilligers van Vluchtelingenwerk, voor de herkenbaarheid allemaal met een Vluchtelingenwerk-hesje aan. Vanavond is eerste avond dat er pré-opvangplaatsen opengaan. Naast het informeren van de mensen over de asielaanvraag en de wachtrij zoals we altijd doen, willen we ook weten of iedereen op de hoogte is van de mogelijkheid om de nacht door te brengen in de noodopvangplaatsen. Met onze partner Caritas spraken we af dat erg kwetsbare mensen nog in enkele nood-bedden terechtkunnen bij hun noodopvang, dus die willen we eventueel ook informeren.

Het is al lang niet meer de eerste keer, maar de sfeer in het kamp blijft overwelmend. Er is een mini-dorp ontstaan, met een sanitaire straat, een podium waar wat muziek wordt gebracht door de vzw Omnya, twee Belgen die een kleine openluchtcinema met Arabische films hebben opgezet,… Ik laat even  alles inzinken en dan starten we met onze taak. We stappen op de personen zelf af en stellen onze vragen. Ze krijgen persoonlijk informatie. De pré-opvang voor overnachting die het Rode Kruis in opdracht van de regering organiseert, is dan nog maar enkele uren van start. Hoewel sommige mensen hadden verwacht dat het ganse kamp al in beweging zou gekomen zijn, wisten we dat dit niet plotsklaps zou gebeuren.

En inderdaad, de realiteit was anders. Bijna niemand leek in beweging te zijn gekomen.

Eerder op de dag hebben we geen informatie kunnen verkrijgen over de praktische werking en zelf kennen we onvoldoende details over de pré-opvang. We lichten ons dus zelf eerst goed in bij de medewerkers van Samusocial die door de stad Brussel als verantwoordelijk infopunt voor het beheer in het park zijn aangeduid. Maar vreemd genoeg weten zij ons geen precies adres te geven. Ze wijzen naar het WTC-gebouw en zeggen dat de ingang aan de achterkant en makkelijk te vinden is. Bovendien laten ze weten dat de inschrijvingen sluiten om 9u ‘s avonds. Op dat moment is het al 20u15. We willen zoveel mogelijk mensen vanavond nog bereiken en willen dus geen tijd verliezen. We starten direct met onze ronde en geven deze informatie door. Mensen die nog het kamp deze nacht willen verlaten, moeten zich dus binnen de 45 minuten gaan aanmelden.

We groeten steeds in het Arabisch en vragen of de mensen vluchtelingen zijn. Soms schakelen we over op Frans of Engels, maar meestal blijven we Arabisch spreken. We vragen informatie over de asielaanvraag en over het al dan niet ontvangen van een papier voor een later tijdstip om asiel aan te vragen. Daarnaast vragen we de mensen ook waar ze deze avond gaan slapen. De meesten antwoorden “hier”. We geven hen daarop informatie over het noodinitiatief. Enkele mensen zijn hier al van op de hoogte en namen zich al voor om er heen te gaan. Als we hen op het hart drukken dat het voor 21u moet gebeuren, schrikken ze wat. Ze hadden duidelijk niet begrepen dat ze zich vóór een bepaald uur moesten aanmelden.

Veel anderen zijn niet op de hoogte van deze pré-opvang. Sommigen reageren wat verbaasd en wantrouwig. Moeten ze dan al hun spullen achterlaten of mogen deze mee? En kunnen ze dan op tijd in de rij staan? En wat is de precieze bedoeling van dit voorstel? Evacuatie? Naar waar? Anderen die niet op de hoogte waren reageren dan weer dankbaar en maken onmiddellijk aanstalten om te vertrekken. We leggen hen zo goed en zo kwaad als dat kan, zonder plan en zonder precies huisnummer, uit naar waar ze moeten gaan, wijzend naar de gebouwen.

De meeste mensen reageren wat verbaasd en geamuseerd op het feit dat ik me ook, na enkele woorden Engels, in het Arabisch probeer uit te drukken. Ik heb steeds de indruk dat ik me zo beter verstaanbaar kan maken, maar besef goed dat mijn Arabisch heel oubollig is geworden. Te weinig geoefend in al die jaren die zijn verstreken na mijn werk met vluchtelingen in Egypte. Terwijl we na een “shukran” en “afwan” wegstappen van een groepje mannen uit Syrië, zeg ik al lachend en verontschuldigend tegen mijn collega-vrijwilliger dat mijn Arabisch wel wat moet klinken als dat van een driejarige. Tot mijn prettige verbazing antwoordt hij met een glimlach bevestigend: “ja inderdaad”.

We spreken iedereen aan en informeren ook gezinnen met kinderen en alleenstaanden die pas gearriveerd zijn en morgen nog hun asielaanvraag moeten doen. Zij kunnen nu niet naar de noodopvangplaatsen gaan, ze komen er niet voor in aanmerking. Morgen worden ze mogelijk ook niet geregistreerd na de wachtrij en ontvangen ze een terugkom-datum. Dan kunnen ze zich wel gaan aanmelden. Deze informatie proberen we dus ook al mee te geven. Wat me altijd opvalt is hoe dankbaar bijna iedereen reageert op deze korte gesprekjes. Ik hoop maar dat mensen ook echt iets kunnen aanvangen met deze informatie en snel op een rustigere en betere plaats belanden dan in deze situatie in het park. Hoe gezellig men het ook probeert te maken, het is en blijft een crisissituatie.

Nog tot 20u55 gaan we in sneltempo rond en proberen we nog zoveel mogelijk mensen te informeren. Vanaf 21u richten we ons nog op het geven van informatie over de asielprocedure. Veel mensen met vragen over de wachtrij, en ook over de geruchten rond Iraakse dossiers. Mensen geloven dat Irakezen gewoon niet meer in aanmerking zullen komen. We nuanceren dit verhaal en geven een objectieve schets van de procedure.

Na afloop, rond 21u45 ga ik uiteindelijk zelf op pad naar het Rode Kruis-centrum. De ingang ligt iets verder de hoek om dan ik zelf dacht en ik hoop maar dat mensen onze aanwijzingen voldoende duidelijk vonden. Het valt op dat er veel security aanwezig is. De veiligheidsagenten weten al te zeggen dat er slechts heel weinig mensen kwamen. Volgens hen zijn sommigen gewoon teruggekeerd toen ze hen zagen. Ik ga binnen en beeld me in dat ikzelf, uit het park komende, het wel aangenaam zou vinden om een nacht te kunnen verblijven hier in de rust, weg van het woelige gebeuren daar. In elk geval, slechts 15 mensen vonden op deze eerste avond hun weg naar de noodopvangplaatsen. Wijzelf spraken in elk geval met meer mensen die aangaven geïnteresseerd te zijn, dus enkelen onder hen moeten inderdaad te laat zijn geweest of op hun stappen zijn teruggekeerd. Jammer!

De Rode Kruis-vrijwilliger die op dat ogenblik voor de wacht verantwoordelijk is, geeft me ook door dat zij de mensen nog niet actief zijn gaan “halen” of “informeren” in het park. De inschrijvingen zijn nu dicht, deze avond klokken ze af op 15 man. Zijn persoonlijke mening is dat het nieuws wel de bouche à loreille zal rondgaan en dat mensen dan zo zullen arriveren. Ik geef hem mee dat een verdere organisatie van de toeleiding met een kaartje, wegwijzers, of persoonlijke info-deling en begeleiding wel erg zinvol kan zijn. Zo werken wij tenslotte ook in ons eigen info-werking het startpunt, waar we al meer dan 5 jaar elke middag succesvol asielzoekers onthalen die ‘s middags de kantoren moeten verlaten en buiten wachten.

Ik ben benieuwd of er vanavond meer mensen zich zullen aanmelden. Uit ervaring weet ik dat zo’n noodopvang opzetten en de communicatie juist krijgen niet evident is en dat het even duurt voor iedereen zijn weg vindt naar deze plaatsen. De berichten in de media dat er deze nacht maar een 20tal vluchtelingen sliepen zijn dan ook niet zo raar en hoeven niet te betekenen dat de vluchtelingen niet dankbaar zijn. Ze wisten het gewoon niet en ik weet niet of mijn kleuter-Arabisch van gisterenavond daar veel bij geholpen heeft….