Collega in de Kijker: Lisa

door Dimitri

Vandaag is het opnieuw tijd voor ‘Collega in de kijker’. We interviewen dan een medewerker van Vluchtelingenwerk Vlaanderen en vragen naar zijn of haar verhaal. Lisa is aan de beurt. ‘Een nieuwe opvangcrisis in België is mogelijk,’ aldus de juriste van onze dienst Opvang.

Lisa: Mijn toekomstbeeld over de Belgische asielopvang is vrij somber. Opvang wordt zelden als heel belangrijk beschouwd en het recht erop wordt steeds meer ingeperkt. Dit terwijl er vrij snel een nieuwe opvangcrisis kan komen. De nieuwe regering bouwt het aantal opvangplaatsen stelselmatig af terwijl het aantal vluchtelingen wereldwijd stijgt. Dat is spijtig want het gaat uiteindelijk over een basisrecht. En vroeg of laat kan dat mis gaan.

Hoe ben je bij Vluchtelingenwerk terecht gekomen?

Ik studeerde eerst vijf jaar Rechten op de universiteit. Daarna deed ik nog één specialisatiejaar in Conflict- en Ontwikkelingsstudies. Eigenlijk vond ik die richting veel interessanter dan Rechten. Dat was minder mijn ding. In dat jaar kwam ik in contact met internationale politiek, ontwikkelingssamenwerking en mensenrechten. Dat lag mij veel beter. Hierin wilde ik verder gaan. Na mijn studies deed ik vrijwilligerswerk rond migratie in Moldavië. Eenmaal terug in België begon ik vrijwilligerswerk bij de vzw Hand in Hand  en voor Werkgroep Vluchtelingen Gent. Zo leerde ik Vluchtelingenwerk Vlaanderen kennen en begon ik eerst op het project rond vrijwillige terugkeer. Dat was één jaar. Toen dat project afliep, solliciteerde ik voor jurist opvang.

Wat zijn je taken?

Lisa: Vluchtelingenwerk vangt samen met haar partners op het terrein asielzoekers op in individuele woningen. Daar worden ze begeleid door maatschappelijk assistenten, die mij hier op het secretariaat altijd vragen mogen stellen over hun recht op opvang of over hun asielprocedure. Daarnaast moet ik ook dagelijks controleren of iedereen nog rechtmatig in onze asielopvang verblijft, en of er geen veranderingen zijn gebeurd in de procedures. Ik maak ook analyses over vb. rechtspraak rond opvang, of over de overeenstemming van de Belgische opvangregels met de Europese.

Wat spreekt je daarin zo aan?

Lisa: Het juridische is vaak heel complex en theoretisch, maar het interessante aan mijn job is dat het altijd over mensen gaat en ik de link kan maken met de praktijk. Ik kan de theorie toepassen op heel concrete dossiers. En het gaat hierbij over iets belangrijk: de rechten van de mens.

Wat zijn je grootste uitdagingen aan je job?

Lisa: Je werkt met de theorie van de wet en die moet je dan omzetten in de praktijk. Je moet heel veel kennen, navragen en opzoeken. Al ken je al de wetteksten uit je hoofd, dat maakt eigenlijk niet zoveel uit. Fedasil (nvdr. Federale dienst voor de opvang van asielzoekers) legt allerlei instructies op die geen wetten zijn. Maar ze zijn wel heel belangrijk, want ze zorgen mee voor de dagelijkse toepassing van de rechtsregels in onze opvang. De uitdaging is om op de hoogte te blijven van zowel wetgeving, praktijk als rechtspraak. Een andere uitdaging is dat sommige asielzoekers vaak zeer lang in de opvang verblijven, vaak in erg moeilijke situaties waar je geen uitweg ziet. Maar je mag nooit de moed opgeven. Je moet er altijd staan voor de asielzoekers. Plotseling verandert er iets in het beleid van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) en krijgt iemand na lang procederen toch een erkenning. Daar doe je het voor.

Wat is het strafste dat je al bent tegengekomen?

Lisa: Eigenlijk kom ik vaak straffe dingen tegen. De dossiers die mij bijblijven, zijn die waar je nog weinig van verwacht. We behandelden de laatste maanden een aantal dossiers van mensen die al heel lang in een asielprocedure verwikkeld zijn en in de opvang verblijven. Plots krijgen ze dan toch een erkenning. Zulke dingen geven mij moed om verder te doen.

Heb je soms invloed op individuele dossiers?

Lisa: Er zijn er een paar waar ik zeker rechtstreeks invloed op heb gehad. Zo begeleidden we een Russische familie die helemaal uitgeprocedeerd was. Hun advocaat had het al opgegeven. Toch ben ik blijven verder zoeken naar nieuwe elementen die hun asielaanvraag kon verder helpen. Die vond ik uiteindelijk en de familie deed de nodige stappen. Die familie zat op dat ogenblik al in een terugkeerwoning van Dienst Vreemdelingenzaken waar ze hun terugkeer voorbereidden. Op basis van dat nieuwe element werd de familie toch erkend als vluchteling en konden ze hier blijven.

Heb je al rechtstreeks contact gehad met vluchtelingen waarvan je de dossiers opvolgt?

Lisa: Ik heb heel weinig rechtstreeks contact. Afgelopen jaren deed ik wel een aantal vluchtverhaalanalyses van asielzoekers. Samen met een begeleider van onze opvangpartners interviewde ik deze mensen en bereidden we hen voor op de interviews, beroepen, of op een nieuwe asielaanvraag. Die mensen volg je dan op van zeer dichtbij. Zo’n ervaringen vergeet je nooit. Ik mis dat rechtstreekse contact met de mensen wel. Als je dan al eens buiten komt, doet het goed om met hen te kunnen praten. Dat vind ik het grootste nadeel aan mijn job.

Wat zijn je toekomstplannen?

Lisa: ik hoop dat ik met de beperktere middelen die we nu hebben (nvdr. door afbouw opvangplaatsen) toch nog steeds in staat zal zijn om de dossiers van de bewoners goed te bekijken en ook op inhoudelijk vlak advies te kunnen blijven geven. Daarnaast hoop ik dat het recht op opvang wat minder in het gedrang zal komen in de komende jaren.