Collega in de Kijker: Hanne

door Dimitri

Vandaag is het opnieuw tijd voor ‘Collega in de kijker’. We interviewen dan een medewerker van Vluchtelingenwerk Vlaanderen en vragen naar zijn of haar verhaal. Hanne is dit keer aan de beurt. Zij is de medewerker van ons Startpunt en begeleidt ook een groep gevluchte jongeren. ‘In ons Startpunt komen mensen van overal samen. Ze babbelen en helpen elkaar. Iedereen leert zo meer over de verschillende culturen.'

 

Hanne: Er kwam enkele maanden geleden een vacature vrij voor medewerker Startpunt en jongerenproject bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Ik heb er meteen voor gesolliciteerd. Migratie en ontwikkelingssamenwerking zijn altijd mijn thema’s geweest. Ik studeerde eerst economische wetenschappen. Daarna werkte ik twee jaar in ontwikkelingssamenwerking in Benin in West-Afrika. Nadien heb ik nog een jaar extra gestudeerd in Londen: Migratie en ontwikkeling. Zo rolde ik in het thema rond migratie en vluchtelingen. Toen ik afstudeerde, reisde ik een paar maanden en zocht ik naar gerelateerde jobs.

 

Vanwaar destijds die interesse om in het buitenland te werken?

Hanne: Ik ben altijd al bezig geweest met andere culturen. Thema’s zoals rechtvaardigheid en ongelijkheid in de wereld spraken mij enorm aan. Toen ik economie studeerde interesseerde ik mij vooral in ontwikkelingseconomie en sociale economie. Vandaar die twee jaar in het buitenland, maar eigenlijk vond ik dat werk iets te technisch. Ik wilde mij vooral met politiek en het beleid bezig houden, maar zeker ook in contact staan met mensen. Daarom kreeg ik terug zin om naar België te komen. Ik vind migratie een nuttig thema om op te werken in België. Er zijn nog veel problemen rond migratie die een oplossing verdienen.

 

Je werkt samen met onze groep gevluchte jongeren en ons Startpunt. Wat zijn je taken daar precies?

Hanne: Bij ons Startpunt is het de bedoeling dat ik er voor zorg dat er een structurele vrijwilligerswerking komt. Het project moet vooral gedragen worden door onze vrijwilligers. Voorlopig zorg ik er samen met onze Deense vrijwilligster Mina nog voor dat die vrijwilligerswerking goed functioneert. Uiteindelijk is het de bedoeling dat vrijwilligers al deze zaken zelf oppikken waardoor onze coördinatie steeds minder nodig is. Ik zorg ervoor dat de informatieverstrekking in ons Startpunt kwalitatief goed blijft of zelfs beter wordt. Let op, het is niet de bedoeling dat we het Startpunt te strak in een structuur gieten. Elke maand beginnen we voortaan met een vrijwilligersvergadering. Mensen kunnen in die vergadering zeggen wat er goed gaat, wat beter kan of welke voorstellen ze hebben.

 

Werk je graag met vrijwilligers?

Hanne: Zeker. Dit is vooral interessant omdat onze vrijwilligers een zeer diverse groep zijn. In ons Startpunt komen mensen van overal samen. Ze babbelen en helpen elkaar. Iedereen leert zo meer over de verschillende culturen.  

 

En het werk met de gevluchte jongeren?

Hanne: Dit jaar willen we meer gaan werken rond het beleid voor gevluchte jongeren. We moeten wel nog precies uitwerken hoe we dit gaan aanpakken. Vorig jaar kwamen er een paar thema’s naar boven. Gevluchte jongeren kregen weinig informatie over de asielprocedure of hun stem werd niet gehoord. Ze moeten vaak verhuizen en kunnen niet studeren op hun niveau. Deze problemen kwamen naar voor tijdens gesprekken met hen. Dit jaar willen we hieruit één thema kiezen om samen met de jongeren verder uit te werken. En zo met hen tot goede voorstellen te komen en die ook bepleiten bij de beleidsmakers.

 

Over hoeveel jongeren spreken we?

Hanne: Een groep van twintig zou ideaal zijn, daar werk ik momenteel aan. Het gaat over jongeren die met hun familie gevlucht zijn, maar in ons beleid gaat voorlopig nog te weinig aandacht naar hun situatie. Samen met hen willen we daar iets aan veranderen. Ergens in de maanden juli en augustus organiseren we weer ons zomerkamp. Dat ligt vast. Waar het zal plaatsvinden en wat het precies moet worden, nog niet.

Soms is het moeilijk om deze jongeren te bereiken. Ze spreken onze taal niet, hebben al veel meegemaakt en hebben een andere achtergrond. Ze hebben heel veel verantwoordelijkheid en moeten vaak zoveel andere belangrijke zaken afhandelen, zoals werken, hun papieren in orde brengen of vertalen voor hun ouders. Ze leven in een heel andere situatie dan Belgische jongeren die al deze zorgen niet hebben. Daarom kan het moeilijk zijn om hen allemaal samen te brengen.

 

Wat vind je dan het leukste aan jouw job?

Hanne: Het interessante aan mijn job is dat het heel gevarieerd is. Je bent constant bezig en moet veel zaken combineren. Op dit ogenblik verdiep ik mij bijvoorbeeld in de asielprocedures en de beleidsaspecten van gevluchte jongeren. Dat is dus het theoretische aan mijn job, maar tegelijkertijd heb ik veel contact met vrijwilligers, vluchtelingen en gevluchte jongeren. Ik moet ad hoc kunnen reageren en problemen oplossen, en dat maakt het net boeiend.