Collega in de Kijker: Claudia

door Dimitri
  • Claudia

Vandaag is het opnieuw tijd voor ‘Collega in de kijker’. We interviewen dan een medewerker van Vluchtelingenwerk Vlaanderen en vragen naar zijn of haar verhaal. Claudia is aan de beurt. Deze Italiaanse mensenrechtenverdediger is onze beleidsmedewerker bescherming en vecht voor de rechten van asielzoekers en vluchtelingen. ‘Ik ben verontwaardigd over de manier waarop mensen die voor hun leven moeten vluchten hier worden ontvangen.’


Claudia: Negen jaar geleden kwam ik naar België in het kader van EVS (European Voluntary Service, nvdr.). Ik begon als vrijwilligster voor één jaar bij het opvangcentrum van het Rode Kruis in Deinze. Inmiddels is dat centrum gesloten door de afbouw van onze asielopvang. Daarna ben ik teruggegaan naar Italië voor een masteropleiding om terug naar België te keren als stagiair bij ECRE (de koepel van Europese vluchtelingenorganisaties, nvdr.) en het Europese parlement.

 

Vanwaar de beslissing om naar België te komen?

Claudia: Op de universiteit in Italië schreef ik een thesis over de vluchtelingenproblematiek binnen de Europese Unie. Die thesis was een lang en theoretisch werk. Na negen maanden wilde ik de mensen zien waarover ik het in mijn thesis had. Werken met asielzoekers en vluchtelingen en naar het buitenland gaan, dat was mijn doel. Maar zonder een last te willen zijn voor mijn familie. Om mijn kosten te kunnen dekken, werd ik dus Europees vrijwilliger. Je wordt dan niet betaald maar krijgt accommodatie, eten en zakgeld. Zo kwam ik terecht in Deinze. Een extra reden om naar de Benelux te komen, was dat ik ondertussen mijn vriend uit Nederland leerde kennen via Erasmus in Nederland. Hij woonde toen in Den Haag. België ligt daar niet ver van. Mijn keuze was dus niet perse voor België, maar voor een Europees vluchtelingenproject en voor de liefde.

 

Had je geen probleem met onze taal?

Claudia: Het eerste jaar heb ik Nederlands geleerd via een taalopleiding, mijn gastgezin dat enorm veel geduld had en Thuis (soap van de VRT, nvdr.).

 

Hoe ben je bij Vluchtelingenwerk terecht gekomen?

Claudia: Ik deed dus mijn stages bij ECRE en het Europees parlement. Na één jaar in Brussel te wonen, vond ik het hier enorm leuk. En ik wilde nog steeds rond vluchtelingen werken. Omdat ik Nederlands kende, zocht ik werk op de Vlaamse arbeidsmarkt. Zo kwam ik op de vacature van Vluchtelingenwerk als vervanger van de toenmalige beleidsmedewerkster van opvang en regularisatie. Omdat ik de Europese richtlijnen kende en ervaring had in een opvangcentrum werd ik aangenomen voor een contract van acht maanden. Dat was tijdens het begin van de opvangcrisis en de regularisatieperiode in België. Het was zeer spannend. Na die acht maanden ben ik gaan werken als maatschappelijk assistent voor enkele maanden bij CAW Mozaïek. Maatschappelijk werker is tof omdat je in contact komt met mensen. Op individueel vlak kan je hen helpen. Maar elke keer wilde ik iets meer. Ik zag al die wetgeving die niet klopte en wilde dat veranderen. Veranderen voor iedereen. Ik wilde het verschil maken voor iedereen en niet enkel voor individuen. Ik wil het probleem bij de wortel aanpakken en wegen op het beleid.

 

Wat scheelt er dan aan het Belgische en/of Europese asielbeleid?

Claudia: Het klinkt misschien heel naïef maar het probleem van het vluchtelingenprobleem ligt in de herkomstlanden. En in het feit dat deze wereld boordevol conflicten zit en mensenrechten geschonden worden. Zolang deze problemen niet opgelost geraken, hebben we nood aan een goed asielbeleid. Want mensen zullen blijven vluchten en moeten bescherming krijgen. Europa predikt waarden zoals solidariteit in de rest van de wereld maar vergeet die waarden als mensen naar hier vluchten. We hebben een enorme rijkdom maar blijkbaar is er nooit genoeg. Als jij moet vluchten, moeten ze jou beschermen maar als andere vluchten is dat plots veel minder erg. Je ziet een Europa dat letterlijk en figuurlijk muren bouwt aan haar grenzen om mensen tegen te houden. België is zeker niet de slechtste leerling  in Europa als het over asielbeleid gaat. Ik denk bijvoorbeeld aan het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS). Deze asielinstantie is onafhankelijk en neemt haar opdracht voor de bescherming van asielzoekers serieus. Het probleem is een politiek probleem. Vluchtelingen worden gezien als een nummer in een dossier. Politici zijn bang van hen. Ze beschouwen hen als een last voor ons terwijl veel vluchtelingen ook bijdragen aan onze samenleving. Dat is het grote probleem. Die angst.

 

Wat vind je van onze nieuwe staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Theo Francken?

Claudia: Theo Francken is een professionele man en heeft een duidelijke visie waarin hij sterk gelooft. Maar het is niet mijn visie. Kijk bijvoorbeeld naar het verhaal over de toegang tot Europa. België zou veel meer kunnen doen via resettlement (vluchtelingen uit conflictgebieden zoals bv. Syrië naar hier uitnodigen, nvdr.) of gezinnen terug samen herenigen. De politiek vindt dat ze nu al genoeg doet. Ik kan hiermee niet tevreden zijn. Het is nog te vroeg om het beleid van de huidige staatssecretaris te evalueren. Zijn regeerakkoord is wel heel duidelijk. Er wordt (te) veel gesproken over misbruik. Misbruik is er en zal er wel zijn, maar het imago en de beeldvorming rond asielzoekers en vluchtelingen is vrij negatief. De staatssecretaris communiceert wel niet slecht omdat hij benadrukt dat diegenen die bescherming nodig hebben, bescherming zullen krijgen. Maar wat hij uit het oog verliest, zijn al die obstakels die hij creëert. Obstakels zoals o.a. extra kosten voor verblijfsvergunningen of de gezinshereniging die strenger is geworden. Daarmee probeert de regering natuurlijk om op slinkse wijze minder asielzoekers toe te laten. Soms maken ze wetten zodanig ingewikkeld waardoor veel mensen uit de boot vallen. De vraag is of wij een maatschappij willen zijn die obstakels creëert om mensen uit conflictsituaties tegen te houden.

 

Hoe probeert Vluchtelingenwerk dit te veranderen?

Claudia: Wij zoeken juridische argumenten. Als het parlement een wetgeving goedkeurt, gaan we na of deze wet indruist tegen de internationale of de Europese regels. Soms halen we argumenten aan rond efficiëntie als morele argumenten niet werken. Kost dat niet te veel geld of is dat praktisch uitvoerbaar? Soms laat Europa richtlijnen toe die volgens ons niet goed zijn. Dan vallen we die wetgeving aan door naar het Grondwettelijk Hof of de Raad van State te stappen. Het probleem is dat via deze weg alles zeer traag gaat. Hoeveel mensen zijn ondertussen slachtoffer van deze slechte wetgeving? Wij werken ook rond de beeldvorming over vluchtelingen en asielzoekers. Is het beeld dat in de pers verschijnt wel correct? Willen wij een maatschappij worden die negatief staat tegenover mensen die naar hier komen voor een beter leven? Ik vind dat verschrikkelijk. Heel die beeldvorming van profiteurs en gelukzoekers. Wat is er eigenlijk verkeerd aan geluk zoeken? Wie zou dat niet doen? Europa heeft het gedaan. Hoeveel Belgen zijn er in het verleden naar het buitenland geëmigreerd voor een beter leven? Hoeveel Italianen zijn naar België gekomen voor een beter leven? Eigenlijk is dat ook een beetje mijn situatie. Ik ben een migrant maar eentje met een vrije keuze. De mensen waarvoor wij werken hebben die keuze niet. Ik kan elk moment terug naar Italië. Zij niet.

 

Wat brengt de toekomst in België?

Claudia: Dat is een vraag die ik niet kan beantwoorden. Want zoals alle migranten wil ik ooit terugkeren naar mijn thuisland. Dat is ook zo voor vluchtelingen en asielzoekers. Ik zit hier nu goed, maar wie weet wat de toekomst zal brengen?

 

Wat drijft jou in deze job?

Claudia: Het vluchtelingenthema is iets dat mij blijft boeien omdat ik verontwaardigd ben. Verontwaardigd over de manier waarop mensen die voor hun leven moeten vluchten hier worden ontvangen. Ook de label van profiteur die ze opgeplakt krijgen. Wat kom jij hier zoeken? Je komt mijn job en welvaart stelen. Ik blijf daarover verontwaardigd. Uit die verontwaardiging vind ik mijn motivatie. Die gevoelens van frustratie vertalen zich in de wil om daar iets tegen te doen. Ik weet niet of dat altijd zo zal zijn. Als je dit werk twintig jaar doet, kan ik mij voorstellen dat je vroeg of laat cynisch wordt. Als dat ogenblik ooit aankomt, wil ik stoppen en iets totaal anders gaan doen. Dat is het lot van mensenrechtenverdedigers. De zaken gaan traag vooruit, soms zelfs achteruit.