ARCHIEF

Vluchtelingenverhalen

Tsjetjenië

Het verhaal van Fatima

TsjetjenïeFatima: “De Tsjetsjeense oorlog was een drieste oorlog. De Russen bombardeerden tot er van Grozny niet veel meer dan een puinhoop overbleef, terwijl de rebellen van de chaos gebruik maakten om hun gelijk te halen. Grozny was een spookstad. Geen winkels, geen elektriciteit, geen water. Voortdurend bombardementen. Het was een ijzige winter. Tijdens de bombardementen zaten we in de kelder onder dunne dekens dicht tegen elkaar geleund. Menselijke warmte als enige verwarmingsbron.

Het was mei 2000 toen we met een klein busje samen met andere mensen vertrokken, mensen die uit de gruwel van Tsjetsjenië weg wilden. Ze hadden het nodige geld bijeen gekregen om een smokkelaar te betalen. Want daar gaat vluchten ook over. Geld verzamelen om weg te geraken. Anders blijf je achter. Vandaar dat in Grozny zoveel oude vrouwen achterbleven. Ze hebben alles aan hun kinderen meegegeven.

Het was een echte exodus. Iedereen was op de vlucht. Onderweg moesten we meermaals aan de kant van de weg gaan staan en de bossen invluchten omdat er weer een aanval was. Toen gebeurde een onvoorstelbaar drama.

Er was opnieuw een aanval, we hadden ons voertuig verlaten en liepen naar de zijkant waar grachten waren. Iets verder voor me liep Eliza met haar achtjarige dochtertje Bella. Eén van de bommen is op dat meisje ingeslagen. Haar hoofd was eraf, helemaal vermorzeld en het kind liep zonder hoofd nog enkele meters verder. Eliza werd bijna gek, ze wilde niet meer meekomen. We hebben geprobeerd om haar te overhalen, maar ze wilde niet. Ze zijn achtergebleven. Ik weet niet wat er verder met haar gebeurd is.”

Na een busrit van vele dagen en nachten arriveerde Fatima uiteindelijk in België. “We kwamen ’s morgens om vijf uur aan in Brussel. We werden afgezet aan het Noordstation, onze bagage aan onze voeten. Daar stond ik dan, als vrouw alleen met twee kinderen in een vreemde stad, een vreemd land.

Waarschijnlijk zal ik nooit meer naar Tsjetsjenië terugkeren. Maar ik mis mijn moeder. Ze woont nog steeds in Grozny. Als mama hier bij mij kon zijn, dan zou ik voor de eerste keer sinds heel lang in mijn leven kunnen zeggen: ja, ik ben gelukkig.”

Uit “een mens op de vlucht”, Jennie Valerberghe, Uitgeverij Globe