|
|
|
|
ARCHIEF
|
VluchtelingenverhalenSierra Leone Het verhaal van Amadu
Eigenlijk wilde ik met Mariama praten, een jonge vrouw uit Sierra Leone die 8 jaar geleden wegvluchtte uit het bloedbad Freetown, de hoofdstad van Sierra Leone. Ze was hoogzwanger en amper 16 toen ze ons land om asiel vroeg. “Mijn ondervraagster van de Dienst Vreemdelingenzaken in Brussel was bezorgd en heel vriendelijk”, zegt Mariama terwijl ze terugdenkt aan dat eerste interview. “Ze luisterde, stelde me op mijn gemak”. Ik was dan ook helemaal in de war als ik een negatieve beslissing kreeg.” Toch is een weigering van de Dienst Vreemdelingenzaken haast standaard. Amper 8 procent van de asielzoekers krijgt na een eerste interview een ontvankelijkheidbeslissing. Zoiets is gangbaar in België maar voor een meisje dat 24 uur eerder nog middenin één van de gruwelijkste oorlogen van de 20ste eeuw zat, moet dat op zijn minst “vreemd” geweest zijn. Als zij geen vluchtelinge was, wie dan wel? Een tijd later werd Mariama’s asielaanvraag toch ontvankelijk verklaard maar erkend als oorlogsvluchtelinge is ze nooit. Omdat de oorlog in Sierra Leone bleef aanslepen, werd haar verblijf na een jarenlange asielprocedure geregulariseerd. Mariama werkt, haar zoontje gaat naar school. She’s “OK”, maar praten over het verleden gaat niet, nog altijd niet. Ik zal het dus met Amadu moeten doen, haar vriend. Ze heeft Amadu in België leren kennen. Hij is net als Mariama van Sierra Leone en al 9 jaar in ons land. Ik ontmoet hem samen met nog twee andere Sierra Leonezen, Ibrahim en Joseph. “Ik heb een vzw opgericht voor Sierra Leonezen”, legt Michael uit. “Onze leden werken allemaal en betalen maandelijks aan de vzw een bijdrage. Met dat geld helpen we onze landgenoten. Het gaat om kleine dingen zoals de kosten van een begrafenis, een huwelijk of een andere ceremonie. Mensen die hier nieuw zijn, zoals Amadu en Joseph, kunnen bij ons informatie krijgen. Maar we zouden van hieruit ook rechtstreeks de mensen in Sierra Leone willen helpen. Het land is jarenlang oorlogszone geweest. Afgedankt schoolmateriaal bijvoorbeeld zou ginder goed van pas komen.” Ibrahim en Joseph blijken respectievelijk 4 en 8 maanden in ons land te zijn. Zij vertellen over het Sierra Leone van nu: “Het ergste zijn de mensen die nu het slachtoffer zijn van hun eigen daden. Bij veel ex-combattanten slaan de stoppen door. Zij realiseren zich wat ze, vaak onder invloed van drugs, gedaan hebben en kunnen er nauwelijks mee leven. Zo heeft een vriend van mij zich in het begin van de oorlog aangesloten bij het RUF(Revolutionary United Front), de grootste rebellenbeweging in Sierra Leone”, zegt Joseph. “Zijn commandant besliste om naar een dorp in zijn geboortestreek te gaan, in het zuiden van het land. De commandant hield vol dat hij goede bedoelingen had en vroeg de ouders van het dorp alle kinderen, jonger dan 15 jaar te verzamelen, in totaal meer dan 200. Toen nam de commandant een jongetje uit de groep: ik ga jullie kinderen niet vermoorden, zei hij, maar ik ga jullie leren hoe jullie ze moeten doden. Hij verdronk de jongen in een waterput. Elke ouder heeft zo zijn eigen kinderen moeten verdrinken.” Amadu vult aan: “Je moet begrijpen dat die ouders al lang beseft hadden dat de dood beter is dan het alternatief. De rebellen gebruikten meestal een andere methode: ze lieten je leven maar je moest zelf aantonen wat ze mochten verminken: ‘half mutilation or whole mutilation’, je halve arm of je hele arm.” Heb je de documentaire ‘Cry Freetown’ van Sorious Samura, gezien? Vraagt Amadu “Samura was on the spot’. Hij is zelf van Sierra Leone en hij heeft het ter plekke gefilmd. Als je dat ziet, weet je genoeg. De anderen knikken instemmend. Ik vraag hen hoe het gesteld is met de wederopbouw van het land:“Het gaat niet goed met Sierra Leone, zegt Amadu, zeker 85 procent van de bevolking is werkloos, de mensen hebben honger, ze zijn moe en getraumatiseerd. Er zijn onvoldoende scholen en niet genoeg medicijnen.” Amadu legt uit dat het geld van westerse donateurs aan Afrika niet terechtkomt bij de mensen in nood. “Dat geld moet eerst via corrupte regeringen die alles of bijna alles in eigen zak laten verdwijnen.” Het westen is al 20 jaar aan het geven en de situatie in Afrika gaat van kwaad naar erger. Het systeem is corrupt. De leiders zijn corrupt en het westen reageert gelaten. Waar is het geld van de diamanten die Sierra Leone met zogenaamde legale certificaten verkoopt aan Antwerpen? Die verkoop moet toch heel wat opbrengen? Wat gebeurt daarmee? Wij hebben geen geld nodig, er is geld. Wij hebben politieke leiders nodig die het geld goed besteden. Het westen moet toch inzien dat mensen niet zomaar wegvluchten. Zolang het systeem in Afrika niet verandert, zullen er mensen op de vlucht slaan.” Intussen heb ik Samura’s debuutdocumentaire van 2000 gezien en ook ander werk van de veelgeprezen Afrikaanse documentairemaker. In een reportage van het Nederlandse duidingprogramma ‘Netwerk’ zei Sorious Samura vorig jaar nog . “Er is iets wat het westen niet begrijpt. Als iemand honger heeft, wanhopig is en je geeft hem iets dan zal hij het aannemen, maar dat wil niet zeggen dat hij er ook blij mee is. Ik haat het woord ‘AID’, ik vind het verschrikkelijk. Live8, Band Aid of hoe het ook mag heten. Allemaal goed bedoeld maar Afrika heeft geen geld nodig. Weet je wat Afrika nodig heeft: goede regeringen, verantwoordelijkheid, aanspreekbaarheid, respectvol partnerschap. Als iedereen die zich inzet voor Live8, eens ter plekke in Afrika, workshops en concerten zou organiseren, samen met de Afrikanen dan versterk je de positie van de gewone Afrikaan zodat die hun regeringen ter verantwoording kunnen roepen.” Amadu krabt nadenkend onder de pet op zijn hoofd als ik hem vraag of er voor Sierra Leone nog hoop is? “Ik zoek manieren en middelen om met de vzw, vanuit België, iets voor de gewone mensen ginder te doen. Sierra Leone kent een trieste geschiedenis en een moeizame heropbouw maar ik ken het land, ik ken het volk en ik weet dat de grote meerderheid de oorlog en het lijden moe is. Dat alleen al geeft me genoeg hoop.” Auteur: Gonnie Put |

“Afrika heeft geen geld nodig maar goede leiders”, zegt Amadu, een Afrikaanse ex-oorlogsvluchteling uit Brussel. Amadu is bouwvakker en spreekt het dialect van zijn Vlaamse collega’s maar in zijn vrije tijd vertelt hij graag over datgene wat hem het meest bezighoudt: Sierra Leone.