Ook leden van de Ba’athpartij mogelijk
als vluchteling erkend
Recent verleende de VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR een opmerkelijk advies bij een tweede asielaanvraag van een Irakees. Het advies was bedoeld voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Betrokkene is leraar, soenniet en gewezen lid van de Ba’athpartij (de partij van Saddam Hoessein). Zijn vrouw is sjiitische.
De eerste asielaanvraag van de man werd geweigerd omdat het volgens de asielinstanties onmogelijk was een correcte inschatting te maken van de positie die de man in Irak had ingenomen.
Asielinstanties onderzoeken ondermeer of iemand als burger (en niet als strijder) kan beschouwd worden en of iemand moet uitgesloten worden van bescherming. Hier vonden de asielinstanties dat ze dat niet correct konden inschatten en dus weigerden ze de man de bescherming.
Het UNHCR veegt die vage redenering van tafel. Volgens de VN-vluchtelingenorganisatie behoren leden van de Ba’athpartij, leraars en gemengde families tot risicogroepen die kunnen erkend worden als vluchteling en verdient de man het voordeel van de twijfel. Te meer omdat nergens is aangetoond dat hij heeft deelgenomen aan vijandelijkheden. Hem daarom niet ‘als burger’ beschouwen, is voor het UNHCR onbegrijpelijk.
Het advies bevat verder nog algemene informatie over de Ba’athpartij en over de toepassing van de uitsluitingsclausules op leden van die partij.