VIJF MAANDEN SUBSIDIAIRE BESCHERMING Een stand van zaken
Sinds oktober vorig jaar geldt in ons land de subsidiaire of bijkomende bescherming voor vluchtelingen.
Wij vroegen ons af wie de afgelopen vijf maanden die bescherming zoal kreeg en gingen hiervoor te rade bij de 3 asielinstanties die ons land rijk is: de dienst Vreemdelingenzaken, het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen.
Wat vooraf ging
Sinds 10 oktober vorig jaar geldt in België een nieuwe beschermingsmogelijkheid voor vluchtelingen. Tot dan werden vluchtelingen enkel beschermd door het Vluchtelingenverdrag van 1951.
De voorwaarden van dat verdrag werden strikt toegepast. Zo moest de vluchteling ondermeer bewijzen dat hij persoonlijk geviseerd werd. Hierdoor vielen een reeks vluchtelingen uit de boot. Oorlogsslachtoffers bijvoorbeeld zijn doorgaans op de loop voor algemeen geweld en niet omdat ze persoonlijk vervolgd worden.
Vele oorlogsslachtoffers werden dan ook niet als vluchteling erkend. Toch kon België hen vaak moeilijk terugsturen. Dat had tot pervers gevolg dat oorlogsvluchtelingen uit pakweg Liberia, Sierra Leone, Irak, Somalië of Angola hier wel gedoogd werden maar geen verblijfsrecht kregen waardoor zij hier - soms jarenlang - quasi rechteloos leefden. Een nieuwe, bijkomende en door Europa opgelegde beschermingsmaatregel moest dat euvel voorkomen.
Bijkomende bescherming in de praktijk
De dienst Vreemdelingenzaken
Het blijft van belang dat vluchtelingen met een actuele niet-terugleidingsclausule zo snel mogelijk via de gemeente om betere bescherming vragen want volgens Vreemdelingenzaken zullen zelfs deze actuele clausules over een paar maanden niet langer verlengd worden.
Op het ogenblik dat de nieuwe beschermingsmogelijkheid in werking treed, leven in ons land vluchtelingen met een bevel om het grondgebied te verlaten waarin tegelijk staat dat ze best niet teruggeleid worden naar het herkomstland.
Deze toch wel Kafkaiaanse bepaling kreeg de naam “niet-terugleidingsclausule”. Hoeveel “niet-terugleidingsclausules” er nog circuleren is onduidelijk. In het verleden zijn ze ondermeer toegekend aan vluchtelingen uit Eritrea, uit Darfour in Soedan, uit Zuid- en Centraal-Irak en uit de Ivoorkust.
Ook de Roma’s uit Kosovo kregen zo’n clausule in hun bevel, net als Liberianen, Sierraleoners en Angolezen.
Dankzij de nieuwe beschermingsvorm zouden mensen met zo’n clausule via een eenvoudige verzoek bij de gemeente alvast beter beschermd worden. De gemeente maakt hun verzoek over aan de dienst Vreemdelingenzaken die binnen korte tijd beslist. Toch bleken in de praktijk niet alle gemeenten voldoende op de hoogte van het nieuwe beschermingsstatuut, met de nodige misverstanden tot gevolg.
Zo hebben de afgelopen maanden 112 mensen zonder clausule via een Vlaamse gemeente om subsidiaire bescherming gevraagd. Hun aanvraag werd door de dienst Vreemdelingenzaken onmiddellijk zonder voorwerp verklaard.
De aanvragers kwamen ondermeer uit Armenië, Azerbeidzjan, Afghanistan, China, Somalië, Rusland en Iran.
Van de dienst Vreemdelingenzaken vernemen we dat niet alle bestaande clausules nog actueel zijn. Slechts in vijf gevallen kan de clausule omgewisseld worden voor een beter statuut.
Het gaat om de ex-Joegoslaven (voornamelijk) Roma’s uit Kosovo, de Irakezen uit Zuid- en Centraal-Irak, vluchtelingen uit Darfour, de Ivoorkust en Eritrea.
Dit betekent dat alleen deze mensen verder zullen beschermd worden via het nieuwe en veel betere beschermingsstatuut op voorwaarde dat ze er bij hun gemeente uitdrukkelijk om vragen.
Sierraleoners, Liberianen en Angolezen worden in principe niet langer beschermd. "Het is altijd het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen dat ons daarover adviseert", zegt de dienst Vreemdelingenzaken.
Toch blijkt een interne nota over bijkomende bescherming van Somaliërs de dienst Vreemdelingenzaken nog niet te hebben bereikt. Recent zou de Commissaris-generaal beslist hebben om Somaliërs uit bepaalde delen van het land te beschermen.
Over welke regio’s het precies gaat, is niet duidelijk.
Eind februari zijn er bij gemeenten in Vlaanderen 389 aanvragen ingediend. Intussen zijn er 326 beslissingen genomen waarvan er dus 112 zonder voorwerp en 161 positief. Vooral de Roma’s uit Kosovo blijken van de nieuwe bescherming gebruik te hebben gemaakt. Op de tweede plaats staan de Irakezen.
Het blijven voorlopige cijfers want dagelijks krijgt de dienst Vreemdelingenzaken nieuwe aanvragen binnen.
Het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen
“De afgelopen vijf maanden heeft de Commissaris-generaal aan 32 nieuwe vluchtelingen aanvullende bescherming verleend.”
Nieuwe vluchtelingen worden niet via een gemeente maar via het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen bijkomend beschermd. Dat kende intussen 32 beschermingsstatuten toe.
Twee aan vluchtelingen uit Eritrea, de 29 anderen aan vluchtelingen uit Zuid- of Centraal-Irak.
De bescherming van Irakezen is niet verwonderlijk. Via radio en televisie ontvangen we dagelijks de onheilsberichten uit dat land. De vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties spreekt van 10.000 Iraakse vluchtelingen per week.
Syrië zou een miljoen Iraakse oorlogsvluchtelingen opvangen, terwijl Jordanië er zo’n 750.000 telt. Ook in Egypte en Libanon schuilen naar verluidt tienduizenden Irakezen. Nadat de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties begin februari had opgeroepen tot meer internationale steun voor Iraakse vluchtelingen, verklaarden de Verenigde Staten dat ze dit jaar 7.000 vluchtelingen uit Irak zullen binnenlaten.
Nog altijd weinig maar al een pak meer dan het huidige aantal. In Europa telt vooral Zweden veel vluchtelingen uit Irak. Dat land drong aan op meer solidariteit tussen de lidstaten. Op 15 februari vaardigde het Europese Parlement een resolutie uit waarin het de lidstaten oproept om bedreigde Irakezen ofwel de vluchtelingenstatus te verlenen ofwel bijkomende bescherming te bieden.
De Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen
“De Vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen verleende vorig jaar aan 8 vluchtelingen bijkomende bescherming. Gegevens over dit jaar zijn er nog niet.”
Ook in beroep onderzoeken de magistraten van de Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen sinds 10 oktober vorig jaar wie al dan niet via het nieuwe statuut moet beschermd worden. Opvallend hier is dat, bij een grondig onderzoek van individuele dossiers, ook andere dan de vijf klassieke nationaliteiten aan bod komen. Voor het eerst is er sprake van bijkomende bescherming voor Afghaanse vluchtelingen.
Twee Afghanen kregen eind vorig jaar bijkomende bescherming. Drie van de 8 toekenningen gebeurden aan vluchtelingen uit de Ivoorkust.
De 3 overige toekenningen zijn voor vluchtelingen uit respectievelijk uit Nigeria, Somalië en Rusland.
Een uitgebreide nota over de procedures en criteria van subsidiaire bescherming vindt u via deze link.
Voor actuele landeninformatie kan u altijd onze dienst Planet Search contacteren.
Uitgebreide informatie over vreemdelingenrecht vindt u op www.vreemdelingenrecht.be, de juridsche site van het Vlaams Minderhedencentrum