In het verleden waren de regels voor materiële steun aan asielzoekers verankerd in de OCMW-wet van 8 juli 1976. Met de opvangwet ‘materiële hulp aan asielzoekers en begunstigden van de opvang’ komt daar verandering in.
Materiële hulp - voor wie?
Asielzoekers – ook mensen die subsidiaire bescherming aanvragen - hebben tijdens de hele asielprocedure recht op materiële hulp. Ook tijdens het beroep bij de Raad van State. Het recht eindigt wanneer de Raad van State oordeelt dat een beroep niet door de filterprocedure geraakt of op het ogenblik dat de Raad een negatief arrest ten gronde velt.
Uitgeprocedeerde asielzoekers onder bepaalde voorwaarden:
als ze aan het einde van de procedure niet terug kunnen naar het land van herkomst omwille van gestaafde medische redenen
als de overheid aanvaardt dat ze omwille van overmacht niet terug kunnen naar het land van herkomst
als ze een procedure hebben lopen voor vrijwillige terugkeer, tot die is uitgevoerd
als familieleden in de eerste graad nog verder recht op steun hebben
Voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen aan de grens geldt een bijzonder beveiligd opvangsysteem.
Families in onregelmatig verblijf kunnen via het OCMW een beroep doen op de materiële opvang in federale centra.
Welke materiële hulp?
Het gaat om huisvesting, voedsel, kleding, medische, maatschappelijke en psychologische begeleiding, zakgeld en de toegang tot juridische bijstand, tolkendiensten, opleidingen en vrijwillige terugkeer.
Hoe?
Asielzoekers krijgen materiële hulp in een opvangcentrum. De opvang verloopt in 2 fasen
Fase 1: De asielzoeker wordt eerst aan een collectief opvangcentrum toegewezen. Dat is een opvangcentrum van de federale overheid of van het Rode Kruis. Een aantal basisvoorzieningen is er collectief. En de asielzoekers moeten zich houden aan een huishoudelijk reglement. Zo kunnen ze slechts een maximum aantal nachten afwezig zijn, zijn er strikte regels voor bezoek van derden, enzovoort.
Fase 2: Na een verblijf van vier maanden in een collectief opvangcentrum kan de asielzoeker vragen om te verhuizen naar een individuele opvangstructuur. De asielzoeker staat er zelf in voor koken, boodschappen en vrije tijd. Uiteraard staat ook in deze opvang de begeleiding centraal. Een belangrijk luik van het begeleidingswerk bestaat erin de asielzoeker aansluiting te laten vinden in de gemeente waar hij verblijft. Voorbeelden zijn lokale opvanginitiatieven (LOI) van OCMW’s en individuele opvangplaatsen voor begeleid wonen van Vluchtelingenwerk Vlaanderen of CIRÉ in Wallonië.
De dispatchingcel van Fedasil bepaalt waar de asielzoeker zal verblijven. De dienst houdt daarbij rekening houden met de persoonlijke noden van de asielzoeker. Die noden zullen ook permanent geëvalueerd worden.
In zeer specifieke gevallen, om medische redenen of bij gezinshereniging, kan de materiële hulp vervangen worden door maatschappelijke dienstverlening verstrekt door het OCMW van de feitelijke verblijfplaats.