Vanaf 1 juni ondergaat de asielprocedure een heuse facelift want op die dag treedt de gewijzigde vreemdelingenwet in werking. Het is een kwarteeuw geleden dat de wetgever het asielrecht zo verregaand hervormde. Advocaten vreemdelingen- en vluchtelingenrecht hebben aan de nieuwe wet alvast een vette kluif. Meesters Luc Denys en Bob Brijs geven hierover les aan stagiairadvocaten van de Brusselse balie. Zij worstelden zich al door de resem nieuwigheden en voorspelden meteen dat de volgende regering de wet opnieuw zal moeten bijsturen.
Luc Denys is al 30 jaar advocaat in de Brusselse gemeente Schaarbeek. Hij is in vreemdelingen- en asielzaken wat Jef Vermassen in assisenzaken is: een autoriteit. Denys begon zijn carrière op het ogenblik dat België amper 1.000 vluchtelingen per jaar telde. Hij was toen één van de zeldzame advocaten die zich ging verdiepen in die redelijk onbekende tak van het recht.
Zijn confrater Bob Brijs is een stuk jonger maar intussen ook al 14 jaar actief als advocaat in asielrecht. Na zijn studies kon hij, als één van de laatste dienstplichtigen, aan de slag op het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen. Op dat ogenblik had de oorlog in ex-Joegoslavië in Europa een grote stroom vluchtelingen op gang gebracht. Bob Brijs onderzocht de dossiers van asielzoekers uit de Balkan en raakte zo vertrouwd met het vluchtelingenrecht.
Wat is het grote verschil tussen asieldossiers en andere zaken?
Luc Denys: Asielzaken gaan over het wezen van de mens, niet over z’n eigendom of z’n bezittingen. Een asielzoeker spreekt vaak een vreemde taal en komt doorgaans uit een land waar advocaten uitsluitend voor de overheid werken of waar helemaal geen advocaten zijn. Hij heeft niet direct vertrouwen in ons. Dat maakt werken voor asielzoekers moeilijker dan werken voor pakweg een verzekeringsmaatschappij.
Bob Brijs: Veel advocatenzaken zijn in geld waardeerbaar. In asieldossiers is dat niet zo. Als een asielzoeker erkend wordt als vluchteling, is hij daar ontzettend dankbaar voor. Het respect dat je van zo iemand krijgt is vaak veel groter dan wanneer je werkt voor iemand die vindt dat het maar normaal is dat je de zaak wint.
Vanaf 1 juni krijgen jullie te maken met een compleet andere asielprocedure. Waren die ingrijpende hervormingen nodig?
Bob Brijs: Er moest iets gebeuren! De procedures liepen op alle niveaus vast.
Luc Denys: Deze hervormingen hebben drie grote voordelen. Inhoudelijk speelt de dienst Vreemdelingenzaken niet langer mee. Dat is een goede zaak als je weet dat die dienst bakken vol kritiek kreeg. Een ander pluspunt is dat elke vluchteling zijn dossier behandeld ziet voor een rechtbank. Tot nu was dat amper voor één op de drie asielzoekers zo. De overige twee derde lag er uit in de fase van de ontvankelijkheid en kon alleen nog naar de Raad van State stappen. De advocatuur is al meer dan 20 jaar vragende partij voor de afschaffing van die ontvankelijkheidsfase. Ten slotte heeft ons land eindelijk een statuut van bijkomende bescherming voor bijvoorbeeld oorlogsslachtoffers.
Ik neem aan dat de nieuwe wet ook nadelen heeft?
Luc Denys: Zeer zeker. Ze is ongelofelijk ingewikkeld en duidelijk het resultaat van een politiek compromis tussen de vier meerderheidspartijen van paars. Je voelt onmiddellijk dat de tekst niet zuiver is. Hij staat vol technische fouten en sommige artikels zijn in strijd met de Grondwet of met het Europese recht. Dat leidde al tot beroepen bij het Grondwettelijk Hof. Als het Hof ze vernietigt, kan je die wettekst gewoon weggooien!
In de nieuwe procedure onderzoekt alleen nog de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen het asielverhaal. Meester Brijs, u hebt er meer dan een jaar als jonge diensplichtige/jurist gewerkt. Zal die administratie dat naar behoren doen?
Bob Brijs: Op dit ogenblik stel ik vast dat nog in té veel dossiers het onderzoek ten gronde onvoldoende nauwkeurig gebeurd. De onderzoekers vergalopperen zich graag aan vragen over bijvoorbeeld de reisweg of identiteitsdocumenten, waar tastbare bewijzen makkelijk ontbreken. Ik hoop dat het Commissariaat-generaal zich in de toekomst meer zal focussen op de kern van de zaak namelijk bescherming geven aan degenen die het nodig hebben.
Luc Denys: Het wettelijke kader om het goed te doen is er. Eerst wordt de asielaanvraag onderzocht door een administratieve overheid, het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en daarna door een rechtbank, de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Dat is perfect! Velen zullen het ons benijden! Als de asielinstanties het willen, kunnen ze het goed doen. Maar we zijn dus wel afhankelijk van hun goodwill. Dat zou niet mogen. Bovendien is het onbegrijpelijk dat de wetgever de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen geen eigen onderzoeksbevoegdheid heeft gegeven. De Raad moet zich nu baseren op het dossier van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen. Daarbij komt dat de beroepsprocedure overwegend schriftelijk gemaakt is. Twintig jaar lang verdedigde de wetgever het mondelinge karakter van de beroepsprocedure, nu beweert hij plots het tegendeel.
Waarom is dat volgens u?
Luc Denys: Ha! Er moeten veel meer zaken op één zitting kunnen behandeld worden. Alles moet veel sneller gaan maar dat schaadt de kwaliteit van de rechtsbedeling en van de rechtsbescherming.
Bob Brijs: In de overgangsfase wijst de praktijk al in die richting. De magistraten malen er op één uur tientallen dossiers door. Dan vraag je je af wat voor zin zo’n zitting nog heeft. Alles moet vooraf in het verzoekschrift staan en om dat op te stellen krijg je als advocaat hooguit 15 dagen. In die termijn moet je ook het dossier bestellen bij het Commissariaat-generaal. Ik heb zo’n concreet geval van een Rwandese asielzoeker, een consistent dossier. Ik bestel het bij het Commissariaat-generaal op een vrijdag en ontvang het maar de donderdag daarop. In het dossier vind ik een motivering van 3 bladzijden met daarin een heleboel feiten die moeten gecheckt worden of waarvoor extra bewijzen nodig zijn. Dat zijn zaken die je eenvoudigweg niet in de resterende 5 à 6 dagen rond krijgt. Wat rest er dan nog in die beroepstermijn om datgene in het verzoekschrift te krijgen dat nodig is voor een correcte verdediging? De combinatie van een overwegend schriftelijke beroepsprocedure met korte beroepstermijnen is uit den boze en zal in een aantal dossiers voor problemen zorgen. Er zullen cliënten zijn die daardoor hun vluchtelingenstatus mislopen.
De beroepsprocedure is ook een stuk formeler, technischer dan vroeger.
Luc Denys: Voor een rechtbank gelden altijd meer regels dan voor een administratie maar de wetgever heeft de slinger te ver laten doorslaan. Wij moeten bijvoorbeeld zes exemplaren van het verzoekschrift indienen! Dat is mensen om de oren kletsen met onbenulligheden.
Bob Brijs: Als je er geen zes indient, is het beroep onontvankelijk! Rechtbanken die laagdrempelig zijn, zoals het vredegerecht of de arbeidsrechtbanken, vragen zelfs geen verzoekschrift. Daar kan je bij de griffie mondeling je beroep indienen. Het is toch absurd om een procedure voor deze mensen in deze feitengevoelige materie zo verregaand te formaliseren. Ik hoop dat intern een aantal mensen de dwaasheid ervan snel inzien zodat er op korte termijn correcties komen. Begrijp me niet verkeerd. Wij zijn absolute voorstanders van een geoliede procedure waar een zekere vaart in zit. Onlangs nog werd ik geconsulteerd door een Iraakse vluchteling die zeven jaar op een asielbeslissing wachtte. Intussen is hij erkend maar hij had vier jaar eerder erkend moeten zijn. Onbegrijpelijk! Procedures moeten korter maar daarom niet technischer.
Vanuit politieke hoek hoor je vaak klagen over het grote misbruik van de asielprocedure. Heeft de wetgever dat niet, via extra vormvereisten bijvoorbeeld, willen tegengaan?
Luc Denys: Hoe kan je misbruiken tegengaan door zes exemplaren te eisen? In asielrecht gaat het niet om procedurele vragen maar om menselijke vragen. Bovendien leggen wij niet de datum voor het verhoor vast, dat doet de overheid. En als die niet de mensen en de middelen heeft om dossiers binnen aanvaardbare termijnen te onderzoeken, dan moet ze ervoor zorgen dat die er komen. Dat is trouwens wat ze met de nieuwe wet gedaan heeft. Er is rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens die zegt dat de overheid tijdig maatregelen moet nemen om binnen een behoorlijke termijn beslissingen te nemen. Het is niet de schuld van de advocaat dat procedures zo lang aanslepen en al zeker niet de schuld van de individuele cliënt.
Toch heeft de wetgever om de vele beroepen bij de Raad van State te vermijden, op dat niveau een filterprocedure ingelast. Met succes, zo blijkt. Meer dan 80 procent wordt tegengehouden.
Luc Denys: Het is zo dat meer dan 85 procent van de beroepen bij de Raad van State over vreemdelingenzaken gaan. Weet wel dat er procentueel meer schorsingen zijn in vreemdelingenzaken dan in andere zaken. Er zijn dus niet meer maar eerder minder misbruiken in vreemdelingendossiers. Nu elke asielzoeker een beroep kan indienen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zal het aantal beroepen bij de Raad van State sowieso gevoelig dalen. De filterprocedure komt gewoon te laat.
Is er nog iets dat jullie willen meegeven?
Bob Brijs: Op dit ogenblik is de asielprocedure heel technisch. Dat vraagt van de advocaat een zekere knowhow. Vele asieldossiers gaan via het pro-Deosysteem en komen terecht bij advocaten die hun stage doen. Die beschikken niet over de nodige knowhow of zijn niet geïnteresseerd in asielrecht. Dat is nefast voor de rechtsbescherming van vluchtelingen. De technische asielprocedure nu vereist een betere inzet van het pro-Deosysteem.
Luc Denys: Ook daarom is het wenselijk dat na de federale verkiezingen en na de installatie van het nieuwe parlement de wet herschreven wordt en daarmee een stuk eenvoudiger wordt.
Gonnie Put
(05/2007)
© Vluchtelingenwerk Vlaanderen 2007