Eén van de dinosauriërs van ‘The UN Refugee Agency’, noemt ze zichzelf. De Amerikaanse Judith Kumin werkt bijna 30 jaar voor de VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR.
Ze focust daarbij sterk op de hervestiging van vluchtelingen naar veilige derde landen. Judith Kumin was ondermeer actief in Vietnam, Thailand en Ex-Joegoslavië. Voor ze naar Brussel kwam, deed ze heel wat ervaring op in Canada.
Wat betekent hervestiging van vluchtelingen precies?
“Hervestiging van vluchtelingen is het selecteren en het overbrengen naar een ander land van vluchtelingen die in de eigen regio wel werden opgevangen maar er niet kunnen blijven, er niet langer veilig zijn of er geen perspectieven hebben.” Het land waar de vluchteling naartoe geleid wordt, is bereid hem permanent op te nemen”. Vluchtelingen worden dus, na een selectie door UNHCR, uitgenodigd door het land van hervestiging. Hen wacht daar een volledig nieuwe start.
In de huidige context waar Europa vreest overspoeld te worden door asielzoekers, klinkt die aanpak haast surrealistisch. Welke landen werken met dergelijke hervestigingmethodes?
Typische migratielanden als Canada, de Verenigde Staten, Australië en Nieuw-Zeeland kennen een jarenlange en succesvolle traditie van hervestiging van vluchtelingen. Zij beschouwen het als een speciale vorm van migratie. Het is geïntegreerd in hun migratiebeleid en helemaal aanvaard. Meer zelfs, in Canada bestaat, naast hervestiging door de overheid, ook de mogelijkheid voor particulieren om, na akkoord van de overheid, vluchtelingen te laten overkomen.
Zij zoeken hiervoor bij verenigingen, kerkgemeenschappen e.d. de nodige sponsors. Die zijn dan volledig verantwoordelijk voor de hervestiging. Zij stellen aan de regering een integratieplan voor. Als dat plan wordt goedgekeurd, kan de vluchteling naar Canada overkomen. Jaarlijks worden in Canada zo’n 3.000 tot 4.000 vluchtelingen via particulier initiatief hervestigd, bovenop de ruim 7.500 vluchtelingen die de Canadese overheid zelf uitnodigt. Het is een succesvol systeem. Ik vind het persoonlijk een schitterend initiatief.
Moeten de vluchtelingen, alvorens voor hervestiging in aanmerking te komen, aan hoge criteria voldoen? Jong en werkwillig zijn bijvoorbeeld of een hoge opleiding genoten hebben?
Nee, dat is een mythe. Hervestiging gaat niet enkel over het kruim, de bovenste laag van vluchtelingen. In vluchtelingenkampen verblijft een waaier aan mensen: gezonden en zieken, ouderen en jongeren, hoog opgeleiden en ongeschoolden.
Natuurlijk zijn ook sterke figuren belangrijk omdat zij bij de integratie in het gastland kunnen helpen, als woordvoerder bijvoorbeeld of als vertaler. Het is niet evident om als vluchteling in Europa aan te komen. Een landgenoot die wat uitleg kan geven of kan vertalen is dan heel waardevol. Maar we moedigen landen telkens aan om flexibel om te springen met hun hervestigingcriteria.
In de Europese Unie komt hervestiging nauwelijks voor. Waaraan ligt dat, denkt u?
Slechts 6 van de 27 EU-lidstaten hebben er zich toe verbonden om jaarlijks een quotum vluchtelingen op te nemen. De zes zijn Zweden, Denemarken, Finland, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Ook Noorwegen en IJsland, twee niet-EU-lidstaten, hebben hervestigingsprogramma’s. Toch zie je dat in het verleden, als de nood hoog was, ook andere Europese landen vluchtelingen hervestigd hebben. Zo zond België, eind jaren ’50 treinen naar Wenen om er gevluchte Hongaren op te pikken.
Maar UNHCR ijvert natuurlijk voor een structureel en gemeenschappelijk Europees hervestigingbeleid. Daarom proberen we via de Europese Commissie de Europese Unie warm te maken voor een globale en creatieve aanpak. Op lange termijn is een gemeenschappelijk Europees hervestigingbeleid het meest efficiënt.
In dat kader is de lauwe reactie van de Europese Unie op de vraag van de Commissie om een quotum Irakese vluchtelingen in de EU op te vangen, toch wel teleurstellend?
Twee miljoen Irakezen leven op dit ogenblik in vluchtelingenkampen in Syrië, Jordanië en Turkije. Velen zijn er slecht aan toe. De nood aan een menswaardige en betere bescherming voor deze mensen is groot. Het is teleurstellend dat amper twee Europese landen, Zweden en Nederland, Irakese vluchtelingen wil hervestigen. We hebben nog een lange weg te gaan alvorens er een Europees akkoord komt.
In België en allicht ook in andere Europese landen staat de publieke opinie en in het zog daarvan de nationale politiek nauwelijks open voor nieuwe migratievormen. Migratie is nu al zo oncontroleerbaar, luidt het. Bemoeilijkt dat het debat over de hervestiging van vluchtelingen?
Het tegendeel is logischer. Hervestiging van vluchtelingen is georganiseerde, gecontroleerde migratie en dus voorspelbaar. Dat maakt het net zo aantrekkelijk. UNHCR verzorgt vooraf de selectie en de overheid weet precies wie en hoeveel mensen ze uitnodigt. Let wel, hervestiging mag het recht op asiel niet vervangen. Landen mogen hun deuren niet sluiten voor asielzoekers. Het percentage vluchtelingen dat via hervestiging beschermd wordt, bedraagt immers minder dan 1 procent van de wereldwijde vluchtelingenpopulatie. Op dit ogenblijk zijn tien miljoen mensen op de vlucht waarvan er jaarlijks hooguit 90.000 via hervestiging bescherming krijgen. Het gros in de VS, Canada en Australië. Europa biedt 5.500 hervestigingplaatsen per jaar aan. Voor het merendeel van de vluchtelingen is hervestiging dus geen oplossing. We moeten blijven focussen op bescherming van die vluchtelingen die hier spontaan aankomen en we moeten trachten de politieke problemen mee op te lossen zodat vluchtelingen veilig naar huis kunnen terugkeren.
Heeft hervestiging, buiten haar voorspelbaarheid, volgens u nog andere voordelen?
Hervestiging kan een oplossing zijn voor de meest kwetsbare vluchtelingen. Bovendien zal het mensensmokkelaars ontmoedigen omdat er via hervestiging een legaal alternatief geboden wordt.
Toch zal in veel Europese landen een mentaliteitswijziging nodig zijn en de wil om hierover met enthousiasme en overtuiging te communiceren. Nu gebruiken politici in hun communicatie over asiel en migratie eerder negatieve taal.
Kijk, Europa kan niet blijven doen alsof het geen migratieregio is. Je moet maar rondom je kijken, in de tram, in de metro om te zien dat migratie deel uitmaakt van de Europese samenleving. Dit moet politiek erkend worden én operationeel vertaald worden via legale, controleerbare migratieprogramma’s. Bovendien moet Europa, om economische en demografische redenen sowieso migratie accepteren. Als je aan de man in de straat vraagt of hij meer uren wil werken of hij langer aan de slag wil blijven dan z’n 65ste, of hij meer kinderen wil zal hij allicht drie keer negatief antwoorden. In dat geval zal hij migratie wel moeten aanvaarden. Er is eenvoudigweg geen andere keuze.
Gonnie Put
foto's: Reginald Dierckx
(04/2007)
© Vluchtelingenwerk Vlaanderen 2007