“Als ik minister was, zou ik op dit ogenblik geen enkele Afghaan terugsturen naar Afghanistan.” Jennie Vanlerberghe, journaliste en vrouwenrechtenactiviste kent het streng Islamitische land intussen behoorlijk goed. Ze reisde er een eerste keer naar toe in 2001, kort na de val van de fundamentalistische Taliban. De situatie van de Afghanen en vooral van de Afghaanse vrouwen raakte haar diep. Met veel vallen en opstaan richtte ze in Istalif, in de buurt van de hoofdstad Kaboel, een vrouwenhuis op.
Waarom besloot u om in een land als Afghanistan een vrouwenhuis op te richten?
“De Afghaanse vrouw is één van de meest vernederde vrouwen ter wereld. Dat is niet noodzakelijk de schuld van de man. Het zit ingebakken in hun traditie. In een cultuur die vrouwen verlamt en vernedert is zo’n vrouwenhuis een klein wonder”. We hebben er intussen meer dan 300 vrouwen opgeleid en hen zo een stuk zelfstandiger gemaakt. Maar ook mannen kunnen bij ons terecht, op voorwaarde natuurlijk dat ze hun vrouwen en dochters bij ons laten komen.
U bent er intussen 8 keer geweest. Volgende maand vertrekt u weer. Hoe heeft u de voorbije jaren de toestand van het land zien evolueren?
Door Afghanistan loopt een denkbeeldige grens die het noorden en het zuiden scheidt. In het zuiden leven vooral Pathanen. Overwegend soennitische moslims, die sterk aanleunen bij buurland Pakistan. In het noorden vind je voornamelijk Tadzjieken en Hazara’s. Na de val van de Taliban was de heropleving vooral in het noorden te voelen. Er werd gebouwd, er kwamen winkeltjes, vrouwen verschenen in het straatbeeld. Vijftien procent van hen droeg niet langer de boerka.
En er kwam zelfs een ministerie voor Vrouwenzaken?
Dat was, in het vredesakkoord van Bonn, een grote verworvenheid voor vrouwen. Afghanistan kreeg de vrouwelijke arts Habibi Sarabi als minister voor Vrouwenzaken. In president Karzai’s overgangsregering had het ministerie meteen ook een grote symboolwaarde. In de beginperiode zat het binnenplein van het gebouw vol boerka’s, vrouwen die van alles kwamen vragen. Zij waren erg betrokken. Dat is nu helaas gedaan. Het binnenplein is leeg. Meer nog, het ministerie voor Vrouwenzaken dreigt volledig te verdwijnen. Het krijgt geen geld, het heeft geen macht, het wordt beschuldigd van corruptie en de paar vrouwen die er werken worden vanuit fundamentalistische hoek beschimpt en beklad.
De toestand in heel Afghanistan is sinds 2005 opnieuw verslechterd. De angst voor de terugkeer van de Taliban zit er goed in. Je ziet geen vrouwen meer in het straatbeeld, zelfs niet in de hoofdstad Kaboel. Ook de mannen hebben schrik.
Toch kan het gros van de Afghaanse vluchtelingen in ons land niet rekenen op subsidiaire bescherming. Moeten zij niet, net als de Irakezen, de zekerheid hebben dat ze voorlopig niet terugmoeten?
Irak is compleet losgeslagen maar in vergelijking met 3 jaar geleden is ook de toestand in Afghanistan serieus verslechterd. Ik zie veel gelijkenissen met Irak en sluit zware aanslagen in Afghanistan niet uit. Talibanaanhangers krijgen opnieuw greep op het dagelijkse leven en op de bevolking. In Pakistan worden nog altijd fundamentalisten opgeleid. Die worden naar Irak gestuurd maar ook naar Afghanistan. Precies daarom is het onbegrijpelijk dat mensen van Afghanistan hier minder bescherming krijgen. Als ik minister was zou ik op dit ogenblik geen enkele Afghaan terugsturen. De situatie ginder is echt niet goed.
Ach, weet je, de vraag of Afghanen moeten terugkeren is zelfs niet het discussiepunt. Wat zijn de mensenrechten in dat land? Die zijn zo goed als onbestaande. Stuur je daar mensen naar terug? In de plaats van zich daar druk over te maken, kan ons land zich beter afvragen wat het wezenlijk zou kunnen doen. Wij maken deel uit van Europa, van de Verenigde Naties. Ik erger me zo aan de inertie van Europa en van de geldverspilling onder het mom van internationale hulp. Ik herinner me nog mijn bezoek aan een vrouwenvluchtelingenkamp in ex-Joegoslavië. De vrouwen zaten er al maandenlang opeengepakt in tenten. Er was geen zeep of maandverband. Op een dag arriveerde een Franse vrachtwagen met voedsel. Weet je wat er in die vrachtwagen zat? Verlopen Camembert! De kostprijs voor dat transport bedroeg 130.000 oude Belgische franken! Voor verlopen Camembert! Als iemand zich nu gewoon had afgevraagd wat die vrouwen echt nodig hadden.
Hetzelfde met Afghaanse vluchtelingen. In de plaats van ze te willen terugsturen zou Europa beter de Afghaanse president Karzai uitnodigen om hem te zeggen dat hij beter moet waken over de mensenrechten in zijn land. Als een klein ministerie als dat van Vrouwenzaken – met een enorme symboolwaarde - al niet overeind kan blijven!
Vreest u dat het vrouwenhuis in Istalif op termijn ook dicht moet?
Voorlopig niet omdat we de mannen en families erbij betrekken. De vrouwen maken confituur, de mannen verkopen hem. Het vrouwenhuis ligt in het noorden daarom zijn we tot nu toe relatief met rust gelaten. Maar Istalif is zeker niet Talibanvrij. De Taliban stoppen niet aan de denkbeeldige grens met het noorden. Als de toestand nog verslechtert en wij er niet meer zelf naar toe kunnen, gaan onze Afghaanse medewerkers het beleid tijdelijk moeten overnemen. Of ze dat zullen durven, is nog maar de vraag. Ik hoop dat het nooit zover zal komen en blijf voorlopig geloven dat de internationale gemeenschap het niet zal toelaten dat Afghanistan zich opnieuw in de afgrond stort.
Info Vrouwenhuis: www.mothersforpeace.be
Gonnie Put
(03/2007)
© Vluchtelingenwerk Vlaanderen 2007