Magistraten zijn doorgaans niet makkelijk te strikken voor een interview. Zeker voor juristen is ‘‘Alles wat u zegt kan tegen u gebruikt worden’’ een bekend adagium. De onbereikbaarheid van magistraten levert hen niet zelden het imago op van wereldvreemde vogels met een hoog ivoren-toren-gehalte. Het siert Eerste Voorzitter Geert Debersaques dat hij de uitdaging wel aannam, al bleek snel dat het gesprek binnen afgebakende grenzen zou verlopen. Niet onbegrijpelijk voor een man die mee de opdracht heeft de ontspoorde asielprocedure correct, efficiënt en veel vlotter te laten verlopen.
Voor velen bent u een nieuw gezicht. Kunt u zichzelf even voorstellen?
Ik werd bijna 47 jaar geleden in Kortrijk geboren. Na mijn humaniora ging ik niet onmiddellijk rechten studeren. Het zal allicht verbazen maar ik ben mijn carrière begonnen als Rijkswachtofficier in de militaire school en studeerde criminologie aan de Gentse universiteit. Terwijl ik mijn loopbaan bij de Rijkswacht verder uitbouwde, besloot ik om, na de werkuren, aan de VUB een rechtenstudent te worden. Eenmaal dat diploma op zak, combineerde ik mijn werk met een academische carrière, eerst als assistent, later als onderwijsprofessor staats- en bestuursrecht met specialisatie ruimtelijke ordening.
Waar zit de link met het vreemdelingen- en vluchtelingenrecht?
Als lid van de juridische dienst van de Rijkswacht werd ik op een bepaald ogenblik belast met de verdediging van de Belgische Staat voor het Arbitragehof en de Raad van State. Zo groeide het idee om deel te nemen aan examens voor auditeur, het openbaar ministerie zeg maar, bij de Raad van State. Ik slaagde en kon bij het administratieve rechtscollege aan de slag. Later werd ik zittend magistraat, staatsraad, heet dat. In die functie werd ik belast met het vreemdelingencontentieux.
Toen de regering besliste om de asielwetgeving grondig te hervormen, zocht het kabinet van minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael een expert in het opstellen van de teksten. Zo zijn ze bij mij terechtgekomen. Ik ben de materiële penhouder, zeg maar, van de nieuwe asielwet, belast met het schrijven van wetteksten in de juiste bewoordingen.
Waarom koos de wetgever volgens u voor een nieuw orgaan als de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen?
De wetgever vond het onderscheid tussen ontvankelijkheid en gegrondheid van een asielaanvraag niet langer gewenst. Het bracht onnodig veel beroepen met zich mee, zowel bij de Raad van State als bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen. Beide rechtscolleges raakten overspoeld met dossiers. Nu is de procedure meer gestroomlijnd, alle beroepen komen terecht bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Maar de wetgever heeft die Raad geen onderzoeksbevoegdheid gegeven. De Raad kan alleen rekening houden met wat er in het dossier van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen staat. Hij kan zelf geen getuigen horen of een plaatsbezoek afleggen. Dat kon de Vaste Beroepscommissie wel.
Het basisonderscheid tussen de Vaste Beroepscommissie en de Raad is dat we zijn overgestapt van een volledig mondelinge naar een schriftelijke procedure. Vooral de advocaat gaat dat verschil sterk voelen. Zijn impact als professionele verdediger wordt groter. Hij moet het verzoekschrift zo opstellen dat het voldoet aan de nieuwe regels en formaliteiten. Voor de Vaste Beroepscommissie kon hij uiteenzetten wat hij wilde, nu is het kader veel strikter geworden. De afzwakking van de onderzoeksbevoegdheid van de Raad is maar een afgeleide. Als de Raad vindt dat er bijkomend onderzoek nodig, zal hij de zaak weer overmaken aan het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen.
Een vaak gehoorde kritiek is dat asielzoekers nauwelijks nog de kans krijgen om voor de Raad nieuwe gegevens, nieuwe feiten aan te halen.
Nieuwe gegevens aanvoeren is inderdaad moeilijker. Maar de procedure wordt ook veel korter. De kans dat er zich in tussentijd nieuwe feiten voordoen is dan ook veel kleiner. De rechtzoekende krijgt nog altijd de mogelijkheid om ter zitting nieuwe elementen in te roepen en als de Raad vindt dat bijkomend onderzoek nodig is, zal hij de beslissing van het Commissariaat-generaal vernietigen en de Commissaris belasten met een nieuw onderzoek.
Wat is volgens u de belangrijkste taak van de Raad?
Rechtsbescherming bieden. Dat is de opdracht. Zodanig rechtsbescherming bieden dat iemand die zich gegriefd voelt de kans krijgt om zijn zaak voor een onafhankelijke rechter te brengen. Een rechter neemt geen beleidsmatige beslissingen. Dat is het grote verschil met een administratie die dat soms wel doet. Bij de rechter krijgt de rechtszoekende een individuele behandeling.
U zult het verhaal van vluchtelingen toetsen aan het Vluchtelingenverdrag. Wat is volgens u de meest opvallende evolutie van de afgelopen jaren in de toepassing van dat Verdrag?
Juridisering. Het moet juridisch correct zijn. Vroeger ging het meer om de inhoud. Die blijft belangrijk maar wordt veel meer getoetst aan een juridisch kader.
Dreigt u zo niet de band te verliezen met het humane aspect, eigen aan het asielthema?
Ik geloof niet dat rechters robotten zijn. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zal geen klassieke ivoren toren worden. Het tegensprekelijke debat blijft. Alleen wordt het niet volledig op de zitting overgedaan, waardoor de zitting ook korter wordt en minder stresserend voor de rechtszoekende. Ik vind dat rechters een maatschappelijke functie hebben. Een rechter is geen fetisjist van de regels. Hij past ze gewoon toe.
Maar hij kan ze wel interpreteren?
Dan zal hij rekening houden met het ‘mens zijn’ als dusdanig.
Bedoeling is dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen op 1 april aan de slag gaat. Dat is al over een maand. Is dat haalbaar?
Een plaatsstelling op zo kort mogelijke termijn is in het belang van iedereen. Voorlopig lijkt het te lukken. Eén april blijft dus het streefdoel.
Een ander streefdoel is dat elke asielaanvraag in één jaar tijd is afgehandeld. Een hele uitdaging?
Dat is zo. Maar de wetgever heeft gezorgd voor een ruime omkadering. Daar waar de Vaste Beroepscommissie 65 personeelsleden telde, telt de Raad er ruim 240, bijna vier keer zoveel dus. De 32 magistraten weten zich omringd door een team van juristen. Dat was vroeger ook niet het geval. Er is enorm geïnvesteerd.
Over een jaar volgt de eerste evaluatie van de toepassing van de nieuwe asielwet. Mogen we opnieuw langskomen?
Wat mij betreft, geen probleem.
Gonnie Put
foto's: Reginald Dierckx
(02/2007)
© Vluchtelingenwerk Vlaanderen 2007