NIEUWSBRIEF
 
E-fugee Vluchtelingenwerk Vlaanderen
nummer 1 - 2007 © Vluchtelingenwerk Vlaanderen 2007

Beste lezer, Vanaf dit jaar zal E-fugee geregeld een gesprek hebben met iemand die van ver of dichtbij betrokken is bij het vluchtelingengebeuren en/of de actualiteit rond vluchtelingen. De spits wordt afgebeten door de Cubaanse wetenschapper Roberto Gonzalez.

INTERVIEW MET ROBERTO GONZALEZ

Roberto Gonzalez is één van de weinige Cubaanse expats in ons land. Ruim 8 jaar geleden kwam hij op vraag van een Vlaamse universiteit naar België. Hij zou hier 11 maanden blijven, maar het draaide anders uit. De wetenschapper kreeg problemen met het regime in Havana. Uit vrees voor sancties, durfde hij niet terug naar Cuba. Hij vroeg ons land om asiel en werd als vluchteling erkend. ‘Un réfugié sur place’, heet dat in het vakjargon.

Vanaf dit jaar zal E-fugee geregeld een gesprek hebben met iemand die van ver of dichtbij betrokken is bij het vluchtelingengebeuren. De spits wordt afgebeten door de Cubaanse wetenschapper Roberto Gonzalez. Roberto is hier als vluchteling erkend. Intussen is hij Belg maar hij blijft de situatie in zijn geboorteland op de voet volgen. Nu de Cubaanse leider Fidel Castro ernstig ziek is, staat Cuba opnieuw in de actualiteit. Roberto is ervan overtuigd dat Castro niet lang meer zal leven. De dood van Castro betekent het einde van een heus tijdperk. Bijna een halve eeuw zat ‘El Commandante’ strak in het zadel. Onder zijn bewind sloegen tienduizenden Cubanen op de vlucht.
In een uitvoerig gesprek vertelt Roberto Gonzalez openlijk over het leven onder één van ’s werelds oudste dictators.

Toch is Roberto Gonzalez een schuilnaam. Roberto’s echte naam staat in Cuba op de zwarte lijst. Ook wil hij liever niet op de foto. “Om mijn familie ginder niet in moeilijkheden te brengen”, verduidelijkt hij. Zelf leefde Roberto 30 jaar lang in de Cubaanse hoofdstad Havana. Hij heeft er nooit met buitenlanders over Castro of de revolutie gepraat. Nu wil de wetenschapper wel zijn mening kwijt.

“Een man als Castro had alles om een groot leider te worden: charisma, intelligentie, welsprekendheid. Net daarom is het jammer dat hij alleen uit was op macht en controle.
“Ik heb Castro, samen met collega’s, een paar maal ontmoet”, begint Roberto. “Castro verstaat de techniek om iemand in te palmen. Hij imponeert. Al heel jong waren zijn inspiratiebronnen figuren met een ongezonde drang naar macht: Hitler, Lenin, de Franse revolutionair Robespierre. Hij las hun werken, herlas ze. Toen al wist Castro wat hij wilde: Cuba’s nieuwe dictator worden. “De revolutie, zijn bondgenootschap met de Sovjet Unie, zijn strijd tegen het analfabetisme, zijn investeringen in de gezondheidszorg, de mythe rond zijn persoon, de lofzang over Ché Guevara. Het waren allemaal keuzes in functie van dat ene doel.”

“Pioniers van het communisme, wij willen zijn als Ché”
“Dat dreunden we elke ochtend op, nog voor de les begon. Nog altijd scanderen Cubaanse schoolkinderen die leuze. Ik was 6 en had geen flauw idee wie Ché Guevara was. Later, in de geschiedenislessen, leerde ik over die ‘astmatische dokter’ en ‘Cubaanse volksheld’ en nog later besefte ik dat alleen het astmatische klopte. Ché bleek een Argentijn te zijn. Zijn artsendiploma heeft hij nooit behaald. Dat is pure propaganda van Castro! Het onderwijs is een uitgelezen middel van subtiele indoctrinatie en belangrijk voor het in stand houden van de dictatuur. Ook daarom is het onderwijs in Cuba toegankelijk voor iedereen.”

Roberto werd geboren in een gewoon gezin. Zijn moeder was huisvrouw, zijn vader truckchauffeur. “Ik was een nul in sport”, bekent Roberto, “maar ik leerde goed en werd geselecteerd om naar één van de beste internaten van het land te gaan. Zo’n school waar ook de kinderen van hooggeplaatste partijfunctionarissen zitten. We kregen er de beste zorgen. Het eten was lekker, er waren Olympische zwembaden, prachtige sportvelden en we hadden eigen busvervoer. In die tijd was Castro ook mijn held. Pas nadat ik rond mijn 18de het internaat had verlaten en mijn luxeleventje inruilde voor een leven als student bij mijn ouders thuis, ging ik me vragen stellen. Ik schrok van de lamentabele levensomstandigheden van de meeste Cubanen, van de armoede en het tekort aan levensnoodzakelijke producten. Langzaam drong het tot me door dat het communisme in de praktijk iets compleet anders was dan het communisme uit mijn geschiedenisboeken.”

“De eerste kritische berichten over Cuba hoorde ik op het strand van Havana. Ik had zo’n oerdegelijk transistorradiootje van Russische makelij gekocht om naar Amerikaanse rock en pop te luisteren. Alleen op het strand kan je zenders als ‘Key West’ en ‘Radio Miami’ goed ontvangen. Al gauw bleek dat die heel ander nieuws over Cuba en Castro brachten dan wat er bij ons verteld werd. Wellicht werden sommige berichten aangedikt maar anderen berustten wel degelijk op historische feiten. De omstreden executie van generaal Arnaldo Ochoa bijvoorbeeld. Ochoa was één van de eerste Fidelgetrouwen en vocht in 1953 aan de zijde van Castro. Al die jaren bleef Ochoa Castro trouw. Toen de generaal eind jaren 80 begon te pleiten voor gelijkaardige hervormingen als die in de Sovjet Unie, zag Castro hem als een bedreiging. Kort daarna is Ochoa publiekelijk beschuldigd van drugs- en wapenhandel. Nog geen maand later werd hij geëxecuteerd.”

“Castro is ook de opdrachtgever van de moord op Ché Guevara.”
“Veel Cubanen, ook medestrijders van Castro, waren teleurgesteld en woedend omdat Castro, kort na de revolutie, de slippendrager werd van de Sovjet Unie. Cuba had immers net het Amerikaanse juk afgeworpen. Van de Communistische grootmacht kreeg Castro alles wat hij wilde. De Sovjets waren al lang blij met een bondgenoot in de achtertuin van de Amerikaanse staatsvijand. Castro en de Sovjets werden de beste maatjes tot groot ongenoegen van de maoïstisch geïnspireerde Ché Guevara. De Sovjetleiders hebben Ché nooit gemogen. Maar Castro begreep dat hij van ‘het China van Mao’ nooit zou krijgen wat hij van de Sovjets kreeg. Héél véél geld is naar Cuba versast. Intussen deed Castro wat alle communistische leiders deden: massaal al dan niet vermeende tegenstanders liquideren. En wat Ché betreft. “Er is maar plaats voor één ‘Lider Maximo’. Levend werd Ché té populair. Dood zou hij veel meer waard zijn: Ché, de eeuwige jonge held, mascotte van de revolutie.”

“Ik heb nog staan zwaaien om Gorbatsjov te begroeten.”
Roberto studeerde nog toen het IJzeren Gordijn, eind jaren 80 in rook opging waardoor de relatie tussen Cuba en de Sovjet Unie flink bekoelde. President Gorbatsjov reisde naar Cuba om Castro te overtuigen van de Glasnost en de Perestrojka. “Nadat de Russische president weer weg was, reageerde Castro woedend, vooral omdat hij begreep dat de geldkraan onherroepelijk dichtging. In die jaren zagen wij allemaal zwarte sneeuw. Er was veel armoede en een groot tekort aan vitaminen. Door een zware oogepidemie werden veel Cubanen blind. Om de economie te redden moest Castro wel liberaliserende maatregelen nemen. De dollar deed zijn intrede, net als de toeristen. Maar ideologisch gaf Castro geen krimp. Als student was ik geabonneerd op een paar Russische tijdschriften waaronder het politieke blad ‘Moskovsky Novosty’. Van de ene op de andere maand veranderde de toon van de artikels. Daar waar journalisten alleen maar de lof zongen over het Sovjetregime en zijn leiders, verschenen plots teksten die bol stonden van kritiek. Van zodra Castro lucht kreeg van die koerswijziging, verbood hij alle Russische tijdschriften. Castro staat bij mij nog in het krijt! Het geld dat ik voor die jaarabonnementen betaalde, heeft hij me nooit teruggestort”.

“Het leven in Cuba wordt beheerst door hypocrisie, censuur en controle. Zelfs in het buitenland worden Cubanen gecontroleerd.”
Roberto vertelt dat hij wel vaker naar het buitenland reisde. In België zou hij voor het eerst wat langer blijven. Daarom moest hij zich regelmatig melden bij de Cubaanse ambassade. De Partij eiste dat hij via e-mail liet weten wat hij van de ideeën en speeches van Castro vond. “Wellicht omdat ik in België openlijk mijn mening kon zeggen, ging ik – weliswaar in bedekte termen – ook schrijven wat ik werkelijk dacht van Castro’s optredens. Tegelijk raakte ik betrokken bij een groots en vreedzaam hervormingsproject voor meer democratie in Cuba. Ik was enthousiast omdat de kans op slagen reëel leek. Het project vond zijn grondslag in de Cubaanse grondwet en Castro stond onder internationale druk. Vooral daarom waren we toch verbijsterd over zijn reactie. Hij paste zonder meer de grondwet aan en liet medestanders van het project levenslang opsluiten.” Ook voor Roberto bleven de waarschuwingsmails vanuit Cuba niet uit. De Partij eiste dat hij terugkwam. ”Ik voelde dat de verstandhouding niet langer goed zat en vreesde voor sancties.”

“Asiel aanvragen is zowat de moeilijkste beslissing uit mijn leven geweest. Het is alsof je bewust je eigen navelstreng doorknipt.”
Mijn ouders lijden er nog altijd onder, vooral omdat normaal contact moeilijk blijft. Ik krijg hun brieven maar mijn post geraakt niet tot bij hen. Naar huis bellen kost me 2 € per minuut, een dure aangelegenheid. Voor Cuba ben ik een verrader en verraders mogen het land niet in of belanden achter de tralies. Op China na telt Cuba het grootste aantal politieke gevangenen. Heel de wereld maakt zich druk om mishandelingen van gedetineerden in Guantanamo Bay. Logisch, maar Castro kan wel ongestoord jarenlang onschuldige mensen in erbarmelijke omstandigheden en zonder proces opsluiten. Daarover zwijgen de internationale gemeenschap en de media. Al bijna 50 jaar laat Castro onschuldigen fusilleren. Castro is erger dan Pinochet.’

Mijn 73-jarige moeder staat al 50 jaar met haar bonnenboekje in de rij voor een handvol producten. Net als de moeders hier in oorlogstijd. Alleen dat al bewijst dat Castro’s ‘experiment’ compleet mislukt is.
Over het post-Castro-tijdperk doet Roberto Gonzalez weinig voorspellingen. “Castro’s broer, Raùl is nauwelijks meer dan een overgangsfiguur en net als Castro, een oude man. Zodra Fidel verdwijnt, zal Cuba langzaam veranderen. Van arm communistisch naar arm kapitalistisch. De jonge generatie snakt naar een toekomst zonder staatscontrole en westerse handelsembargo’s. Maar dan nog zal Cuba moeten afkicken van een halve eeuw ‘fidelisme’. Zoiets vraagt tijd. Veel tijd.”

Gonnie Put
(01/2007)

© Vluchtelingenwerk Vlaanderen 2007
ˆtop
Gaucheretstraat 164 • 1030 Brussel • Tel.: 02/ 274 00 20 • Fax: 02/201 03 76
e-fugee@vluchtelingenwerk.be • www.vluchtelingenwerk.be • foto's banner: © UNHCR & Marcel v. Coile