“Ruim twee jaar geleden zaten er in Australië nog 2000 kinderen in detentie. Dankzij ons coachingmodel wordt er vandaag geen enkel kind meer opgesloten”
De Australiër Grant Mitchell werkt al 15 jaar rond asiel en detentie. Op dit ogenblik leidt hij in zijn land een succesvol pilootproject met alternatieven voor opsluiting van gezinnen met kinderen. Net als België geloofde zijn regering jarenlang dat opsluiting de meest effectieve manier was om ongewenste asielzoekers en hun kinderen te kunnen terugsturen. Mitchell toont dat het anders kan. Hij haalde de mosterd in Zweden.
Hoe ben je bij het Zweedse voorbeeld terechtgekomen?
Ik studeerde in Stockholm Internationale Migratie en Etnische Relaties. Later kon ik er aan de slag in een open centrum voor asielzoekers. Daarna werkte ik als caseworker in een detentiecentrum op de luchthaven van Stockholm.
Wat is er zo speciaal aan het Zweedse asielsysteem?
Zweden doet aan ‘casework’ of ‘coaching’. Dat betekent dat elke asielzoeker een individuele begeleider, een vertrouwenspersoon krijgt die met hem alle opties overloopt. De asielzoeker krijgt informatie over zijn rechten van bij het begin tot op het einde van de procedure. Als je niet of nauwelijks geïnformeerd bent, voel je al gauw onrecht aangedaan. Dat is zeker zo bij asielzoekers die niet weten wat hen te wachten staat. Uit ervaring weet ik dat asielzoekers in dat geval veel moeilijker een uitkomst aanvaarden. Dit zijn de mensen die uiteindelijk verdwijnen in de illegaliteit. Door alle mogelijke opties te geven, zorg je ervoor dat de asielzoeker meester blijft over zijn eigen leven en zijn toekomst. Daarom mag - zelfs na een definitieve afwijzing van de asielaanvraag - terugkeer naar het herkomstland niet als enige optie worden aangeboden.
Hoe pak je het dan wel aan?
Als coach in Zweden begeleidde ik een man uit Rusland. Hij weigerde terug te keren naar zijn geboorteland. Daarom spraken we met hem over mogelijke andere landen. Na een tijd zei hij dat hij ook naar Wit-Rusland kon. Hij was niet helemaal gelukkig met de oplossing maar omdat hij ze zelf had aangereikt had hij het gevoel dat hij Australië in waardigheid kon verlaten. Coaches moeten de migratiemotieven van hun cliënt trachten te begrijpen zodat ze hem de juiste opties te kunnen aanbieden. De terugkeerorganisatie IOM is nog te sterk gericht op terugkeer naar het herkomstland. Ook staten zetten mensen meestal op een vliegtuig richting herkomstland.
Hoe was de situatie voor asielzoekers in Australië?
Australië kende een systeem van verplichte én onbeperkte detentie van asielzoekers zonder geldige binnenkomstdocumenten. Toen ik in 2001 vanuit Zweden naar Australië terugkeerde, zaten daar meer dan 10.000 asielzoekers waarvan 2000 kinderen opgesloten in detentiecentra. Die centra werden uitgebaat door bewakers van een Amerikaans veiligheidsbedrijf dat alleen maar ervaring had in het beheer van gevangenissen. Duizenden volwassenen en kinderen zaten opgesloten in overbevolkte kampen midden in de woestijn. Ze hadden geen bezoekrecht en geen uitzicht op vrijlating omdat de beslissing tot detentie gewoon nooit herbekeken werd. Onder hen zaten veel vluchtelingen uit Irak en Afghanistan. Zeker 90 procent is later als vluchteling erkend maar ze hebben wel een paar verschrikkelijke jaren in detentie achter de rug. Asielzoekers die wel de juiste documenten hadden, werden niet opgesloten maar ze werden ook niet opgevangen. Australië kent geen opvangstructuren zoals die in Europa bestaan. De asielzoekers werden gewoon aan hun lot overgelaten en belandden meestal op straat. Ze hadden geen recht op werk, geen materiële of financiële steun. Het Australische beleid was uitsluitend repressief en bestraffend.
Sluit Zweden geen asielzoekers op?
Toch wel. Net als in Australië kent Zweden een systeem van verplichte detentie. Telkens wanneer mensen aankomen met een vals paspoort, worden ze vastgehouden. Maar het grote verschil is dat detentie in Zweden regelmatig herbekeken wordt en dat de asielzoeker kan vrijkomen. De opvang en begeleiding zijn er ook erg goed. Asielzoekers krijgen veel informatie en vreemdelingen in detentie hebben recht op regelmatig bezoek, op case managers van de migratiedienst, op sociale assistenten, religieuze werkers en ga zo maar door. Zweden was dus mijn inspiratiebron voor het caseworkmodel hier.
Hoe ben je erin geslaagd de Australische regering te overtuigen van het nut van casework? Er is nu zelfs een officieel regeringsprogramma voor ‘alternatieven voor detentie’.
Dat klopt. Ons pilootproject ‘Community Care Pilot’ is het resultaat van jarenlang lobby- en campagnewerk en van veel praktijkervaring. Met de ngo Hotham Mission ontwikkelden we een project voor asielzoekers. Hotham Mission startte als organisatie die huisvesting en ondersteuning bood aan asielzoekers die aan hun lot werden overgelaten en op straat leefden. Pas later zijn we gaan werken rond alternatieven voor mensen in detentie. Samen met het Australische Rode Kruis, met de terugkeerorganisatie IOM en met de Australische migratiedienst ontwikkelden we het pilootproject. De idee is een ‘detentiealternatief’ voor de meest kwestbaren: families, vrouwen, kinderen, slachtoffers van foltering, mensen met bijzondere noden. Die mensen worden uit de detentiecentra gehaald en komen in onze huizen terecht. Ze moeten zich wel houden aan de voorwaarden opgelegd door de minister. Zo moeten ze verblijven op een afgesproken adres en zich regelmatig melden bij de migratiedienst. De minister kan extra voorwaarden opleggen. Maar onze mensen kunnen wel gaan en staan waar ze willen. Ze kunnen maar worden opgesloten als ze zich niet houden aan de opgelegde voorwaarden. Het project loopt intussen meer dan twee jaar en het is een groot succes. Maar één keer is er iemand verdwenen in de illegaliteit.
Net als in Zweden werkt Australië nu ook met case managers of coaches?
Ook hier zijn de taken van de case manager welomschreven: hij moet rekening houden met de volledige situatie van de asielzoeker en niet alleen maar focussen op terugkeer. De case manager werkt nauw samen met een coach van het Rode Kruis. Die staat in voor het sociale en psychologische welzijn van de asielzoeker. IOM wordt er maar bij betrokken als de cliënt zich klaar voelt om over terugkeer te praten. Wel vind ik dat asielzoeker van bij het begin moet weten dat zijn asielaanvraag misschien wordt afgewezen en dat hij dan niet in Australië kan blijven. De case manager moet hem dat zeggen, niet om hem af te schrikken maar om hem van in het begin alle mogelijkheden uit te leggen. Hij moet ook weten dat – in dat geval - de migratiedienst hem kan opsluiten in een gesloten centrum met het oog op repatriëring.
Case managers zijn personeelsleden van de Immigratiedienst. Is het wel mogelijk een vertrouwensband met een overheidsambtenaar op te bouwen?
Het statuut van de case manager was inderdaad één van de grootste discussiepunten. Je kan je vragen stellen bij het feit dat het overheidsambtenaren zijn maar het heeft ook voordelen. Het contact tussen de asielzoeker en de autoriteiten is meteen directer en menselijker. In het verleden kreeg de asielzoeker beslissingen op papier. Als hij afgewezen werd, kreeg hij een papieren bevel om het grondgebied te verlaten. Kil en onpersoonlijk en duidelijk niet effectief. De aanwezigheid van een Rode Kruismedewerker helpt mee dat vertrouwen op te bouwen. Bedoeling is goed luisteren naar het volledige verhaal van de asielzoeker. Ik heb gewerkt met veel asielzoekers waarvan ik snel wist dat zij niet zouden erkend worden. Maar het was daarom niet minder belangrijk om hun volledige verhaal te aanhoren. Wel integendeel. Goed luisteren is essentieel om een vertrouwensband op te bouwen. In Zweden ging ik daar erg ver in: we belden Amnesty op, we vroegen om een tweede opinie van een advocaat. Na de eerste afwijzing begonnen we te praten over een mogelijke terugkeer, niet noodzakelijk naar het herkomstland. We vroegen of de asielzoeker zelf aan anderen mogelijkheden dacht. Ik wil mensen geen valse hoop geven maar ik wil ze ook niet alle hoop ontnemen. Het blijft belangrijk om tot op het einde verschillende opties aan te bieden.
Hoe heb je het beleid zo ver gekregen om dit alternatieve systeem niet enkel te overwegen maar het ook toe te passen?
Ik had regelmatig gesprekken met de toenmalige minister van Migratie Ruddock, een uiterst conservatief man en een controversieel minister. Ik kon hem overtuigen van het nut van het Zweedse systeem waar kinderen zelden opgesloten worden. Ik legde uit dat opsluiting van kinderen ook in Zweden mogelijk blijft maar niet langer dan 6 dagen. Kort daarna bezocht de minister zijn Zweedse collega. Toch leidde mijn inspanningen en het bezoek aan Zweden niet echt tot een nieuwe aanpak. De minister koos opnieuw voor een detentiecentrum maar dan meer aangepast aan de noden van families met kinderen.
En toen?
Toen kwamen we zelf met een voorstel op de proppen. In plaats van te proberen de regering te overtuigen kinderen en andere kwetsbare groepen niet langer op te sluiten, stelden we voor om ze ‘op een andere manier op te sluiten’. De wet sprak alleen over ‘vasthouden’ en precies dat begrip is voor interpretatie vatbaar. Wij interpreteerden het niet als ‘opsluiten’ maar als ‘mensen strikt observeren’. We wilden mensen onder brengen in een plaats waar ze verplicht moesten verblijven maar waar ze vrij in en uit konden. Sociale werkers zouden hen voortdurend ‘observeren’. De regering ging eerst niet akkoord maar het was wel het begin van een discussie over alternatieven.
Op dat ogenblik was de opsluiting van kinderen in detentiecentra in Australië een hot item met veel voor- maar ook veel tegenstanders. De druk van de media en van de publieke opinie was groot en de regering wilde af van de heisa rond opsluiting van kinderen. Ze kregen almaar meer interesse in ons coachingsysteem.
Uiteindelijk kon Hotham Mission beginnen met haar coachingproject. We zijn met twee opvangtehuizen met telkens 8 asielzoekers uit detentiecentra gestart. Intussen zijn er 42 soortgelijke huizen met meer dan 200 bewoners. Meestal gaat het om de meest kwetsbare asielzoekers die werden vrijgelaten omwille van hun psychologische of medische toestand. Onder hen veel gezinnen met kinderen.
Kregen jullie hiervoor geld van de overheid?
We kregen geen overheidssubsidies. Wel won Hotham Mission voor haar werk rond alternatieven voor detentie van kinderen de Australische Prijs voor Mensenrechten. De Australische Mensenrechtcommissie gebruikte bovendien het caseworkmodel als model voor de regering. Na een eerste evaluatie bleek dat maar liefst 84 procent van de afgewezen asielzoekers uit het project met instemming waren teruggekeerd. Amper 12 procent moest worden opgesloten. Intussen had onderzoek aangetoond dat repressief beleid illegaliteit in de hand werkt.
Hoe reageerden de andere ngo’s op jullie samenwerking met de overheid?
Mijn Zweedse aanpak werd aanvankelijk erg sceptisch ontvangen bij Australische ngo’s. Maar detentie heeft zo’n verwoestende impact gehad op duizenden kinderen, dat de ngo’s begrepen dat een pragmatische aanpak nodig was. Vele organisaties spreken de taal van mensenrechten maar dat is niet altijd de taal van het beleid. Daarom moet je soms je boodschap aanpassen. Vooral als de belangen van de asielzoeker en die van de overheid dezelfde zijn. De overheid wil geen illegale migratie en de asielzoeker zoekt geen leven in illegaliteit. Hij kiest daar alleen voor als terugkeren niet aantrekkelijk genoeg is. Daarom moet de terugkeer voldoende perspectieven bieden. Ik ben een idealist, maar ik wil mijn idealen ook in de praktijk omzetten. Daarom ga ik heel pragmatisch te werk. Zo ben ik bereid te aanvaarden dat een korte detentie van kinderen uitzonderlijk mogelijk kan zijn.
Daarnaast moet je de overheid ertoe aanzetten om de dingen anders te gaan bekijken. Een voorbeeld: de meeste overheden sluiten mensen op als ze veronderstellen dat die mensen zullen onderduiken. Wij vinden dat je mensen maar kan opsluiten als je er zeker van bent dat ze zullen verdwijnen. Niet iedereen die het land moet verlaten vertoont een vluchtrisico. Daarom ontwikkelden we zelf een methode om dat vluchtrisico te analyseren. Er is nood aan risicoanalyse, niet aan risicoveronderstelling.
Blijkbaar was er in Australië veel commotie rond het opsluiten van kinderen. Heeft die context een rol gespeeld in jullie succes?
Regeringen spelen in op trends in de maatschappij en versterken die op hun beurt. Tot voor kort had Australië een erg conservatieve regering die niet dacht aan vrijlating. Uit een opiniepeiling na 11 september 2001 was 78 procent voor opsluiting van asielzoekers. Wij zijn vooral zeer actief campagne beginnen te voeren. Het menselijke verhaal is belangrijk. Geef asielzoekers een gezicht. Beschrijf de schadelijke effecten van detentie op kinderen. Alleen zo kan je de mythe doorbreken dat iedereen die het land moet verlaten, wil onderduiken. Na jaren van intensief campagnevoeren, hielden we een tweede opiniepeiling. Toen vond nog maar 30% dat asielzoekers achter de tralies moesten.
Voor de Belgische beleidsmakers is detentie nog altijd een noodzakelijk kwaad, ook voor gezinnen met kinderen. Als alternatief zien ze voorlopig alleen maar een gesloten centrum dat meer rekening houdt met de noden van families.
Detentie is geen noodzakelijk kwaad. Kijk naar de successen van ons pilootproject. In Australië worden kinderen niet langer opgesloten en toch is er tot nu toe amper één geval van verdwijning. Wij hebben hiervoor lang gevochten. Een bestaand systeem hervormen vraagt tijd. Niet detentie is noodzakelijk wel de hervormingen die er toe leiden dat een systeem van alternatieven ook effectief en duurzaam is. Partnerschap tussen overheid en ngo’s is absoluut nodig. De regering moet de expertise van ngo’s aanvaarden en een plaats geven. Het succes dat wij vandaag zien in Australië is zonder twijfel het resultaat van een goed partnerschap.
Klinkt zeer boeiend, maar kan een systeem van één land zonder meer gekopieerd worden door een ander land?
Aanvankelijk wuifde de Australische regering mijn voorstellen weg met de kritiek dat het Zweedse model niet zou werken in Australië. Daarom zijn we in ons pilootproject zelf het Zweedse systeem gaan toepassen. Met succes. Dus het kan. Uiteraard moet je rekening houden met de sociale, politieke en migratiecontext van het land. Ook de perceptie bij de bevolking is belangrijk. Maar het principe van casework is vertaalbaar in verschillende contexten. Nationale regeringen zouden meer moeten openstaan voor ‘good practices’ in andere landen.
Het klinkt alsof jij je doel hebt bereikt. Heb je nog andere plannen?
Mijn doel is nog lang niet bereikt. Als ik zie wat regeringen wereldwijd met kinderen in detentie doen! In Europa en de Verenigde Staten zitten nog altijd kinderen opgesloten in gevangenissen voor volwassenen. In landen als Maleisië zitten kinderen voor lange tijd vast in geïsoleerde en erbarmelijke omstandigheden. Ik zou graag een globale campagne opstarten voor alle kinderen in detentie. Ik wil regeringen wereldwijd doen inzien dat detentie schadelijk is. Detentie is zeker niet de enige manier om migratiestromen te beheren. Mijn toekomstbeeld is dat van een wereld waarin geen enkel kind achter tralies zit.
interview: Pieter Stockmans & Gonnie Put
(04/2008)
Voor meer informatie over Grant Mitchell of over alternatieven voor detentie:
Pieter Stockmans, beleidsmedewerker-jurist, 02/207 55 07
Australische Immigratiedienst over de Community Care Pilot:
Quality_case_management_and_community_care_pilot.pdf,
Australische Rode Kruis over Community Care Pilot en Community Detention:
http://www.redcross.org.au/ourservices_aroundtheworld_tracingrefugeeservices_commdeten.htm
Asylum Seeker Project – Hotham Mission: http://asp.hothammission.org.au
Justice For Asylum Seekers Program: http://www.safecom.org.au/pdfs/rtpscanberra1.pdf