NIEUWSBRIEF
 
E-fugee - nieuwsbrief van Vluchtelingenwerk Vlaanderen
nr.3 - 2010 © Vluchtelingenwerk Vlaanderen 2010
VLUCHTELINGENWERK (RE)AGEERT:
INTERVIEW GRANT MITCHELL: DEEL 1
over de integrale begeleiding in de asielopvang

‘Het was een crisis die de Australische regering heeft doen inzien dat een ommezwaai naar “case management” nodig was. Een crisis is ook een opportuniteit. Ik wil de Belgische autoriteiten aansporen om grote maar noodzakelijke veranderingen door te voeren.’

→ naar E-fugee nr.3

Grant Mitchell

Vluchtelingenwerk publiceert twee interviews met Grant Mitchell naar aanleiding van zijn bezoek aan België van 10 tot 13 maart 2010.

De Australiër Grant Mitchell is de directeur van de International Detention Coalition (IDC), een wereldwijd netwerk van meer dan 200 ngo’s, religieuze en academische organisaties. De IDC ijvert voor de mensenrechten van vluchtelingen en asielzoekers en pleit in het bijzonder voor alternatieven voor opsluiting van uitgeprocedeerde asielzoekers.

Mitchell werkt al 17 jaar rond asiel en detentie. In zijn thuisland Australië ligt hij mee aan de basis van een succesvol model van begeleiding van asielzoekers. Vijf jaar geleden introduceerde de Australische regering een systeem van ‘case management’. Nu heeft elke asielzoeker een ‘case manager’. Die biedt een intensieve begeleiding op twee sporen: verblijf en terugkeer. Daardoor zijn asielzoekers beter voorbereid op elke mogelijke uitkomst van de procedure. Ook wanneer er een negatieve uitkomst is, gaan ze zich  meestal niet onttrekken aan de begeleiding. Het systeem heeft er in Australië voor gezorgd dat slechts zes procent van de afgewezen asielzoekers geen contact meer opneemt met hun ‘case manager’ en dat ongeveer 70 procent vrijwillig terugkeert.

Mitchell was al voor de tweede keer in België op uitnodiging van Vluchtelingenwerk. Hij sprak met vertegenwoordigers van de Dienst Vreemdelingenzaken en Fedasil, met de bevoegde staatssecretarissen Melchior Wathelet en Philippe Courard en met organisaties die asielzoekers opvangen. ‘Ik heb de ontwikkelingen in België sinds mijn laatste bezoek steeds op de voet gevolgd. Ik wilde deze ontwikkelingen nu ook op het terrein zien en in gesprek gaan met Belgische beleidsverantwoordelijken. Zo heb ik hen ook nieuwe Australische ontwikkelingen rond case management kunnen meegeven.’

Kan je wat meer vertellen over hoe het case management traject verloopt?
‘Van zodra een asielzoeker aankomt, wijst de Australische Immigratiedienst hem een “case manager” toe. Die zorgt voor een diepgaande analyse van de behoeften van de asielzoeker. Op basis van die analyse gaat de case manager samen met de asielzoeker een “case plan”ontwikkelen. Dan wordt de asielzoeker doorverwezen naar het Rode Kruis, die een “case worker” aanstelt om toe te zien op het individuele welzijn van de asielzoeker. Samen met de asielzoeker ontwikkelt de case worker van het Rode Kruis een “care plan”. Bedoeling is om de situatie van kwetsbare asielzoekers zo snel mogelijk te stabiliseren, door ervoor te zorgen dat er passende medische en psychologische zorg wordt verleend. De case worker houdt daar steeds een dossier over bij. Er is een uitgebreid netwerk van sociale, medische en psychologische diensten waar de case workers naar doorverwijzen voor gespecialiseerde hulp. Er zijn bijvoorbeeld afspraken gemaakt met gespecialiseerde organisaties die slachtoffers van foltering psychologische ondersteuning bieden. Het care plan kan ook regelmatig worden aangepast  aan veranderende omstandigheden.’

Beide begeleiders werken dan samen?
‘De case manager van de Immigratiedienst en de case worker van het Rode Kruis werken intensief samen zodat de Immigratiedienst goed op de hoogte blijft van ontwikkelingen in de psychosociale toestand van de asielzoeker. Op die manier nemen de asielinstanties ook goed geïnformeerde beslissingen. We noemen dat “assessment-based decision making”. Op regelmatige basis vinden “case conferences” plaats. Dat zijn overlegmomenten tussen de asielzoeker, zijn case manager, zijn case worker van het Rode Kruis en zijn advocaat. De zaak wordt dan onder de loep genomen, om ervoor te zorgen dat er effectief wordt gewerkt aan een uitkomst in de procedure. Een case conference maakt een participatief gesprek mogelijk rond de stand van zaken en de verschillende opties. Zo worden de asielzoeker zelf geactiveerd en blijft deze niet langer passief afwachten.’

Je hebt zelf als case worker gewerkt voor het Australische Rode Kruis. Hoe ervaren de asielzoekers de begeleiding door case workers?
‘We hebben de asielzoekers zelf ook betrokken in de uitbouw van het case management model. We identificeerden de tien meest voorkomende bekommernissen bij de meer dan 2000 asielzoekers die wij in onze projecten begeleid hebben. De vragen waren pertinent. Werd alle nieuwe informatie overwogen? Heb ik een tweede juridisch advies nodig? Begrijp ik waarom mijn asielaanvraag is afgewezen?  Zijn er andere landen of andere delen van mijn land waar ik naartoe kan? Kan ik meer te weten komen over de situatie in mijn land? Welke hulp is beschikbaar als ik moet terugkeren?  Is er iemand die ik kan vertrouwen om mij te steunen  in de volgende stappen? Wie kan mij helpen het hoofd te bieden aan al deze zaken? Overal zou de werkmethode op deze vragen antwoorden moeten bieden. De nood aan duidelijkheid over de verschillende opties die zij op een bepaald moment hebben, loopt als een rode draad door deze vragen van asielzoekers. Daarin hebben zij ondersteuning nodig. De rol van de case worker is om zich in te leven, maar ook om realistische verwachtingen bij de asielzoeker te scheppen.  Ik heb gemerkt dat de meeste asielzoekers daar tevreden mee zijn. Dankzij hun case worker weten ze immers veel beter dan vroeger waar ze aan toe zijn.’

Case management draait om ‘empowerment’ van asielzoekers?
‘Case management is een gecoördineerde aanpak om kwetsbare asielzoekers te ondersteunen en te versterken in het traject waar ze doorheen gaan. Deze aanpak is inderdaad gericht op de “empowerment” van de asielzoeker. Dit betekent dat we hen helpen bij het maken van geïnformeerde beslissingen, zowel rond verblijf als terugkeer.  Dit versnelt de definitieve uitkomst van iemands “immigratietraject”. De uiteindelijke bedoeling van het case management systeem is om ervoor te zorgen dat het psychosociale welzijn van de asielzoeker hetzelfde blijft of verbetert, terwijl de overheid de verblijfsaanvraag behandelt.’

Is terugkeerbegeleiding het belangrijkste aspect van case management?
‘Het gaat veel breder! De psychosociale noden van de asielzoeker vormen het vertrekpunt voor het case management model. De case manager krijgt inzicht in de psychologie van de asielzoeker, die zijn land ontvlucht is en op zoek gaat naar bescherming tegen geweld, vervolging, honger, rampen, … De  case worker probeert te vermijden dat angsten en trauma’s nog versterkt worden door de onzekerheid van de asielprocedure. Want de onzekerheid en de onmacht zijn elementen die een nefaste invloed hebben op het welzijn van de asielzoeker. En hoe slechter het gesteld is met het welzijn van de asielzoeker, hoe slechter hij gewapend is om het hoofd te bieden aan eventuele negatieve beslissingen.’

Je sprak tijdens je bezoek aan België op een rondetafel met begeleiders in de opvangcentra. Eén van hen bracht naar voor dat asielzoekers in België hun asielprocedure ervaren als een gevecht met de autoriteiten. Staat dit niet haaks op de filosofie achter case management?
‘Dat is net wat case management wil vermijden. De focus ligt op de samenwerking met de asielzoeker als een individu met noden. Mensen die hun vertrouwde omgeving achterlaten, hebben in hun leven meestal al een moeilijke tijd achter de rug. In het gastland komen zij terecht in een systeem met allerlei barrières om zich verder geestelijk en materieel te ontplooien. Zij ervaren een  sterke beperking in hun vrijheid. Ze moeten wachten. Ze verliezen controle over hun eigen leven en ervaren de asielprocedure als een gevecht met de overheid. Mensen worden in onzekerheid en duisternis gelaten. Of ze krijgen tegenstrijdige antwoorden van verschillende actoren. Indien een asielprocedure er toe leidt dat angsten en trauma’s toenemen en dat asielzoekers passief blijven, gaan zij het extra moeilijk hebben in het omgaan met zware momenten. Een afwijzing van de asielaanvraag is een extra zwaar moment.  We kunnen hen moeilijk verwijten dat ze niet zomaar vrijwillig terugkeren naar hun land, zeker niet als ze op dat moment aan hun lot worden overgelaten. Al deze elementen vergroten de kans dat asielzoekers beslissen om onder te duiken wanneer de onzekerheid te groot wordt.’

Het lijkt wel een verhaal van vrijheid en emancipatie?
‘Zo zou je het zeker kunnen bekijken. Case management draait erom asielzoekers actief te houden gedurende hun asielprocedure, hen te betrekken bij het verloop van hun eigen dossier. Zodat zij voelen dat ze een rol te spelen hebben en dat niet alles boven hun hoofden gebeurt. Het zal je maar overkomen: geconfronteerd worden met beslissingen die je leven bepalen, maar die je worden opgedrongen zonder dat je er voldoende actief bij betrokken wordt. Het is echt niet eenvoudig om langs de zijlijn toe te zien hoe anderen over je toekomst beslissen. Als asielzoekers echter geholpen worden door een begeleider die hun verzuchtingen en noden opneemt en die daarmee ook aanbevelingen kan doen aan de asielinstanties, dan voelen zij dat ze een stem hebben en dat ze zelf impact kunnen hebben op het verbeteren van hun lot. Dat werkt emanciperend en versterkend. En dat is net de rol van een case manager. Vertrekken vanuit de kracht van elk individu om zijn leven zelf vorm te geven en dat vol te houden tijdens een asielprocedure. De case manager ziet erop toe dat asielzoekers actief worden betrokken bij de beslissingen die hen aanbelangen.’

Bijvoorbeeld via de case conferences en het case plan dat de asielzoeker opstelt samen met zijn case manager?
‘Inderdaad. Op die manier krijgen ze  een stem, en kunnen ze hun verantwoordelijkheden beter opnemen. Op die manier leren ze beter omgaan met een negatieve beslissing. Vrijheid wordt zo verbonden met verantwoordelijkheden, rechten met plichten. Tegelijkertijd zorg je ervoor dat de dienstverlening afgestemd is op de individuele noden van de asielzoekers.

Je hebt de beleidsverantwoordelijken gesproken over de opvang van asielzoekers in België. Voorlopig zijn er in België enkel coaches op het einde van de procedure, als de gezinnen het grondgebied al moeten verlaten. Wat is daar het gevolg van?
‘In Australië en Zweden zijn de case managers erbij van zodra de asielzoeker aankomt. Van dan af is het diezelfde persoon die ervoor zorgt dat de hele procedure correct verloopt en dat de asielzoeker altijd weet bij wie hij terecht kan. In het traject dat de asielzoekers in België moeten doorlopen zijn er op verschillende plaatsen lacunes. Dat is nefast. In Australië hebben we dat opgelost door een sluitend traject uit te tekenen, ieders verantwoordelijkheden en taken binnen dat traject uit te klaren en ervoor te zorgen dat elke fase naadloos op de andere volgt. De case managers blijven werken met de asielzoeker aan een uitkomst van hun traject, ook als ze uitgeprocedeerd zijn.’

En ligt daar de grootste lacune in het Belgische systeem?
Een zwakke schakel in het Belgische systeem is inderdaad de periode vlak na de uitwijzing. Ik heb begrepen dat de Belgische Opvangwet werd gewijzigd onder invloed van de crisis in de opvang. Uitgeprocedeerde asielzoekers kunnen snel op straat gezet worden. Als de overheid asielzoekers op dat kwetsbare moment aan hun lot overlaat, verdwijnen ze uit de procedure en komen vaak in de illegaliteit terecht. Om dat te vermijden is net dan een intensieve begeleiding nodig. In Australië versterkt de case manager de dialoog met de uitgeprocedeerde asielzoeker en zijn advocaat, om samen alle opties te bekijken. Dat gebeurt in een case conference. Het case plan wordt dan aangepast: de case manager kan argumenteren dat hij bijvoorbeeld nog 3 maanden nodig heeft om te werken aan een uitkomst omdat de asielzoeker nog een operatie nodig heeft of zijn kinderen het schooljaar moeten uitdoen. De periode om het land te verlaten is dus flexibel, maar ze werken wel aan een concrete uitkomst. De case manager kan aanbevelingen doen aan de Immigratiedienst.’

Een sluitend traject waarin elke fase naadloos op de vorige volgt, zonder lacunes. Hoe zie je dat in België?
‘Ik stel vast dat in België twee administraties – Fedasil en de Dienst Vreemdelingenzaken – en twee ministeries bevoegd zijn voor asiel en migratie. Ik vind dat zij beter moeten samenwerken. Alleen op die manier kan een sluitend traject, van begin tot einde, in België ontwikkeld worden. Het moment van overgang van de fase in de opvangcentra onder Fedasil naar de terugkeerwoningen van de Dienst Vreemdelingenzaken moet beter geregeld worden.  Ik heb beide staatssecretarissen opgeroepen een gezamenlijke aanpak te ontwikkelen. Het huidige gebrek aan samenwerking is contraproductief voor de regering en is ook verwarrend voor de asielzoekers, die heen en weer geslingerd worden tussen twee systemen. Een sluitend model van begin tot einde zal meer effectief zijn voor iedereen. De staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie zou een begeleidingsmodel in de opvangstructuren voor asielzoekers moeten uitwerken.’

België kampt nog steeds met een opvangcrisis. Daarom lijkt er weinig ruimte voor vernieuwend beleid. Kunnen we dit doorbreken?
‘Dat is een verkeerde mentaliteit. Het is waar dat in tijden van crisis het lange termijn-denken wel eens wordt uitgeschakeld. Maar crisissituaties vergen creatieve oplossingen. Het was een crisis die de Australische regering heeft doen inzien dat een ommezwaai naar “case management” nodig was. Er kwamen zoveel schandalen aan het licht –  asielzoekers op straat zonder enig steun of jarenlang in detentiecentra, kinderen die in detentiecentra zelfmoordpogingen ondernamen, Australische burgers die een tijlang werden opgesloten omdat de Immigratiedienst niet wist wie ze opsloot – dat de minister van Immigratie uiteindelijk erkende dat er een grote crisis was. Na vijf jaar heeft dit een grote cultuurverandering teweeg gebracht binnen de Immigratiedienst, die nu veel beter op de hoogte is van de echte noden van asielzoekers. Ook Zweden begon met case management toen zij midden jaren ’90 kampten met een toevloed aan asielzoekers. Ze werden ondergebracht in turnzalen, bij mensen thuis. Er waren veel hongerstakingen, gewelddadig politieoptreden, … Een crisis is ook een opportuniteit. Ik wil de Belgische autoriteiten aansporen om grote maar noodzakelijke veranderingen door te voeren.’

Die verandering vergt een verregaande bewustwording van de politiek, niet? 
‘Je kan als regering vluchtelingenstromen niet stoppen. Wat je als regering wel kan veranderen, is de kwaliteit van de procedure en hoe asielzoekers er doorheen geloodst worden. De Zweedse en de Australische regering zagen in dat als je asielzoekers zwak houdt tijdens de procedure, zij niet goed gewapend zijn tegen negatieve beslissingen. Dan  zullen ze minder goed meewerken. Zo werk je crisissituaties alleen maar in de hand. Als je asielzoekers versterkt via een intensieve begeleiding van begin tot einde in een traject zonder lacunes, neemt de immigratiedienst beter geïnformeerde beslissingen én voelen de asielzoekers zich beter begeleid en gaan ze beter meewerken.  Hier moeten regeringen zich bewust van worden. En daarin moeten ze in investeren.

Overheden investeren in succesverhalen. Wat zijn de resultaten van case management?
De Immigratiedienst merkt dat ze dossiers van asielzoekers sneller kunnen afsluiten omdat er sneller een definitieve uitkomst komt. De Immigratiedienst moet steeds minder overgaan tot opsluiting. Het systeem zorgt ervoor dat slechts zes procent van de afgewezen asielzoekers geen contact meer opneemt met hun case manager. Meer dan  70 procent keert vrijwillig terug. Dat is een zeer hoog percentage. Ook andere landen die case management toepassen, boeken gelijkaardige resultaten. Het feit dat weinig uitgeprocedeerde asielzoekers onderduiken, heeft ongetwijfeld te maken met de diepgaande analyse van de individuele noden, de sterke focus op het psychosociale welzijn, de intensieve begeleiding bij het begin, het sluitende traject, de voortzetting van de ondersteuning na een afwijzing van de asielaanvraag, en een duidelijke boodschap gedurende de procedure.

 

Interview door Pieter Stockmans, beleidsmedewerker detentie en terugkeer
25/03/2010

→ download het interview als pdf


Lees hier het interview met Grant Mitchell over de terugkeerwoningen in België (april 2010). 

Bekijk hier foto’s van het bezoek van Grant Mitchell aan België

Achtergrondinformatie:

 

→ naar E-fugee nr.3

Gaucheretstraat 164 • 1030 Brussel • Tel.: 02 274.00.20 • Fax: 02 201.03.76
Hoofdredactie: Els Keytsman • Eindredactie: Eef Heylighen • Vormgeving: Reginald Dierckx
e-fugee@vluchtelingenwerk.be • www.vluchtelingenwerk.be • foto banner: © UNHCR / R. Arnold 2008

Reacties op dit artikel
→ nieuwe reactie