Tegenstrijdige rechtspraak van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen bij Dublinuitwijzing van Iraakse Vluchtelingen naar Griekenland
Het komt wel vaker voor dat twee rechters in vergelijkbare dossiers compleet anders beslissen. Toch zou voor magistraten eenheid van rechtspraak het streefdoel moeten zijn, zeker voor asieldossiers waar het voor één keer niet gaat om materieel verlies maar om het leven en de toekomst van mensen.
De feiten Op 19 oktober schorst een rechter van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in uiterst dringende noodzakelijkheid de uitwijzing van een Iraakse vluchteling naar Griekenland. Dat Griekenland zowat de enige EU-lidstaat is die haast systematisch Iraakse vluchtelingen weigert te beschermen, is een oud zeer. De Vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNCHR) en verscheidene Griekse ngo’s hebben deze praktijk al meermaals aangekaart. Ook de Raad van State hekelde eerder al het gebrek aan waarborgen op een onderzoek ten gronde in de Griekse asielprocedure. In casu waren er voor de rechter voldoende aanwijzingen om de ‘Dublinuitwijzing’ naar Griekenland van de Iraakse asielzoeker te schorsen.
Amper een dag later beslist een andere rechter van de Raad in een vergelijkbaar Iraaks dossier om de uitwijzing naar Griekenland niet te schorsen. Deze rechter volgt de redenering van de Dienst vreemdelingenzaken die blijft beweren dat “Griekenland een volwaardig lid van de EU is zodat er geen enkele reden is om aan te nemen dat verzoeker voor de behandeling van zijn asielaanvraag minder waarborgen in Griekenland zou genieten dan in België”.
Deze tegenstrijdige rechtspraak heeft vanzelfsprekend tegenstrijdige gevolgen. Terwijl de ene Iraakse vluchteling vrijgelaten wordt en mogelijk toegang krijgt tot onze Belgische asielprocedure, wordt een andere Iraakse vluchteling uitgewezen naar een land waar er geen garanties zijn op goede opvang en grondig onderzoek.
Beide cases tonen nog maar eens aan hoe delicaat een strikte en blinde toepassing van de Dublinconventie is, precies omdat de bescherming van het Vluchtelingenverdrag niet langer gewaarborgd is.