Raad voor Vreemdelingenbetwistingen kan verschil
in erkenning tussen Nederlandstalige
beroeprechters
en Franstalige niet verklaren
Uit eigen cijfers van de Raad voor Vreemdelingenbetwisting blijkt dat de Franstalige beroepsrechters in 6,3% van de beroepen de status van vluchteling toekenden en hun Nederlandstalige collega’s slecht 0,7%. Volgens staatssecretaris voor asiel en migratie Wathelet kan de raad hierover momenteel geen definitieve uitleg geven.
Een mogelijke reden is het land van herkomst, aangezien de asielzoekers met eenzelfde nationaliteit meestal volgens dezelfde proceduretaal worden geëvalueerd.
In deze rechtbank die in beroep beslist over asiel en vreemdelingendossier maken de Nederlandstalige rechters ook veel minder gebruik van de mogelijkheid om een dossier terug te sturen naar de asielinstanties die in eerste instantie beslist over een asielaanvraag, het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen. Ze deden dit in 0,6% van hun dossier, Franstalige rechter in 8,8% van hun dossiers.
De Raad heeft een aantal projecten op stapel om de eenheid van de rechtspraak en de informatisering van de statistische gegevens te verbeteren. De eerste voorzitter en de voorzitter van de Raad verwezen ook een aantal dossiers naar de algemene vergadering van de Raad. Die bestaat uit minimum zes rechters, van beide taalgebieden.
De staatsecretaris kan evenmin zelf een standpunt geven over de discrepantie, aangezien de RVV een onafhankelijke rechtbank is.